|






































| |
In de fysica is men steeds bezig
geweest om te zoeken naar de kleinste
materiële basisbouwstenen van ‘dat grote
zielloze uurwerk’ waar
Newton het over had.
[ Bij het onderzoek naar atomen en de samenstellende
delen daarvan
ontdekte men echter dat minstens 99%
van die ‘materie’
uit 'leegte' bestaat. Indien we een
waterstofatoom (het meest voorkomende element in het
ons bekende universum)
zodanig uitvergroten dat de kern
ervan de omvang van
een rijstkorrel heeft, dan
is
de ene satelliet zo groot als
een minuscuul stofje
en bedraagt de afstand
tussen
kern en satelliet
± 40 meter en is de totale omvang
dus ± 80 meter.
Probeer u zich die ‘onmetelijke’ 'lege'
ruimte eens voor
te stellen.
En ook bij
verder onderzoek
van het binnenste
van die kern stuitte men vooral op 'leegte'. 99,99999%
is leegte.
."stofje"
40 meter
.
"Kern"
[
In de hele natuurkunde is men er altijd van uitgegaan dat
een
verschijnsel óf een golf-karakter heeft óf een
deeltjes-karakter; ze sluiten elkaar uit. Nadat in
meetbare en
herhaalbare proeven door T. Young’s
interferentie-experiment was ‘bewezen’ dat
licht een
golf-verschijnsel is, gooide Max Planck in 1900 roet in
het eten met
zijn ontdekking dat licht een deeltjes-karakter
heeft. Dat bedreigde het hele
‘wetenschappelijke’
bouwwerk. Licht wordt in pakketjes van een
bepaalde
hoeveelheid
(kwanta) afgegeven. Iets later bewees
A. Einstein m.b.v. het
foto-electrisch effect dat licht
inderdaad een deeltjeskarakter heeft. N. Bohr
verklaart
in zijn complementariteitsbeginsel dat we de elkaar
'uitsluitende'
karakters beiden nodig hebben om licht te
kunnen 'begrijpen'. “Het universum
bestaat op alle niveaus
uit paradoxen” (schijnbare tegenstellingen). W.
Heisenberg:
“De subatomaire wereld laat voortdurend zien, dat we
leven in een
psychedelische wereld die, gemeten naar de
maatstaven van het zogenaamde ‘gezond
verstand’,
volkomen absurd ‘is’. Ze is niet in woorden uit te drukken.
J. Bell:
“De quantumfysica blijkt bij alle proefnemingen
steeds en op alle fronten
juist te zijn, zowel
in de microwereld
als in de
macrowereld van het grote universum;
zij heeft
alle verschijnselen met succes verklaard, terwijl de ‘gewone
gezond-verstand-opvatting’ van de wereld op alle fronten
onjuist blijkt te zijn.
[ Bij het ‘dubbele-spleet-experiment’ met licht (licht valt
door één
of twee spleten en veroorzaakt bepaalde
lichtpatronen
op een scherm) deed men een vreemde
ontdekking. Op de één of andere manier
moest het
lichtdeeltje dat door spleet A viel weten of spleet B open
of
dicht was, anders waren de lichtpatronen op het
achterliggende scherm
onverklaarbaar. . . . . . . . . . .
Lichtdeeltjes
hebben bewustzijn ? ? ?
[ In de loop van de vorige eeuw hebben diverse
natuurkundigen op
allerlei manieren vruchteloos
geprobeerd glycerine te
laten kristalliseren. Toen het
halverwege de eeuw plotseling in één
laboratorium wel
lukte, begon spontaan overal op de wereld glycerine te
kristalliseren. Het leek er nog het meeste op dat op dat
moment het
‘glycerine-bewustzijn’ de truc geleerd had.
[
Bij onderzoek van subatomaire deeltjes stuitte men op
paarsgewijze
deeltjes die altijd een verschillende
draairichting
hebben. Met behulp van magnetische velden
kan men de draairichting veranderen.
Indien men de deeltjes
van elkaar scheidt en van één van deze tweeling de
draairichting verandert, dan verandert op het zelfde moment
ook de draairichting
van het andere deeltje; ook als die
deeltjes zo ver van elkaar gescheiden zijn,
dat alle bekende
krachtsinvloeden geen invloed meer kúnnen hebben. Hoe
weet zus X, dat zus Y van richting verandert ?
Hebben
die deeltjes bewustzijn ? ? ?
[
Bij verder subatomair onderzoek kwam men uiteindelijk
terecht bij
iets dat nog schokkender was. Het allerkleinste
dat men kon vinden, danste met een enorme snelheid
(10.000.000.000.000.000.000.000 keer per seconde)
voortdurend op en neer van
iets naar niets, naar iets,
naar niets, naar iets, naar
niets,…,… .
Dat
allerkleinste
kon men alleen maar aanduiden als “niets-ietsen”. En die
niets-ietsen bleken op een mysterieuze manier verbonden
met alle andere niets-ietsen van het universum; de
werkelijkheid blijkt holografisch van
karakter; elk deel van
de werkelijkheid, bevat de gehele werkelijkheid die één
is,
één energie, die op een bepaalde manier informatie verwerkt.
Alles is
in essentie geest. Er bestaat alleen maar geest
in
actie.
Bewustzijn is de basis van alles. De natuurkundige
E. Walker zegt: “Bewustzijn
kan in verband worden gebracht
met alle kwantummechanische processen.”
[ Eén van de allermoeilijkst te accepteren conclusies wordt
verwoord
in het onzekerheidsprincipe van Heisenberg.
[“Je
kunt van subatomaire bewegende deeltjes alleen óf
de plaats waar zij zich
bevinden, óf hun impuls (= hun
snelheid en richting) waarnemen; nooit beiden.”]
Daarin
laat hij zien dat waardevrije waarneming niet bestaat. “De
keuze van
waarneemmethode (zie golf-deeltjes-‘tegenstelling’
bij licht) bepaalt wat er
wordt waargenomen. En het werd
nog moeilijker toen ontdekt werd dat elke poging
tot
waarneming het waargenomen deeltje verandert. Wat
‘daarbuiten’
gevonden wordt, hangt af van wat wij
‘hierbinnen’ beslissen. Dat maakte
definitief een einde aan
de illusie van de objectieve observator en
‘transformeerde’
hem tot veranderaar/participant/schepper. De danser en de
dans
zijn één in een voortdurende cadans van schepping en
vernietiging; chaos in orde.
De vóóronderstelling, waarop
het concept van de wetenschappelijke objectiviteit
berust,
is de nu bewezen misvatting dat er een externe wereld
daarbuiten is,
helemaal los van een interne wereld hierbinnen.
Wie de moeite neemt om het bovenstaande even goed tot
zich door te
laten dringen, zal dus zien dat er voor
het
waarnemen van de
oppervlaktestructuren, de materiële
aspecten, de ene manier
van
“kijken” waardevol is en
dat voor het waarnemen van de innerlijke
aspecten,
geest, een ander soort observatie nodig is en dat die twee
elkaar aanvullen (complementariteitbeginsel
+
onzekerheidsprincipe
+ bewustzijnsaspecten)
en alleen
samen de complete
werkelijkheid
vormen.
|
De Zwitserse psycholoog C. G. Jung
schreef: “De psychologische regel zegt dat wanneer een innerlijke toestand niet
bewust is gemaakt, hij in de buitenwereld plaats vindt, als noodlot. Dat
wil zeggen dat (….) wanneer een individu zich niet bewust wordt van zijn
innerlijke tegenstellingen, de wereld dan noodzakelijkerwijs het conflict moet
dragen en in elkaar tegenstellende helften wordt verscheurd.”
|
|
Deze ontdekkingen ontmaskeren
ook een andere wijdverbreide opvatting; die van de evolutie op basis van
toeval. De evolutie blijkt helemaal niet mogelijk te zijn op basis van toeval,
maar wordt gestuurd door bewustzijn en vindt plaats in quantumsprongen. Er
worden alleen succesvolle ontwikkelingen geselecteerd die al hebben plaats
gevonden. Om een poot tot een vleugel te laten evolueren, zijn enige honderden
mutaties nodig. Zolang die niet allemaal hebben plaats gevonden, wordt er niet
gevlogen, maar ook niet meer efficiënt gelopen. Dat betekent, gevreten worden.
Volgens de achterhaalde Darwin-theorieën zouden al die mutaties toevallig hebben
moeten plaats vinden en dan ook nog toevallig op de zelfde manier en toevallig
tegelijk bij twee exemplaren van verschillend geslacht, die toevallig bij elkaar
in de buurt verkeren. |

Terwijl die natuurwetenschap zich
dus verder ontwikkelde en het
waanbeeld van een louter 'materieel' universum liet varen,
zijn de meeste
menswetenschappers, net als de meeste
‘gewone’ mensen, blijven
steken in een achterhaald idee
over wat materie is en over hoe de
wekelijkheid
in elkaar steekt.
Daardoor kunnen zij het onlosmakelijke
verband tussen de
wereld
van de ‘materie’ en de wereld van de geest
niet zien en hun
(be)handelwijze
daar niet op afstemmen. Dat is dus
vooral
gestimuleerd door het 18de
eeuwse materialistische
natuurwetenschappelijke geloof.
Daar komt bovenop dat velen in de
huidige tijd zich hebben afgekeerd
van
alles waarvan zij menen dat het met
geest, religie, spiritualiteit te
maken heeft.
Dat gebeurde en gebeurt vooral
op basis van de
surrogaatreligie die
eeuwenlang is opgedrongen en van de
onder-
drukkende rol die de kerken
niet alleen in het verleden speelden,
maar ook
nu nog volhouden. Daarover
op een andere pagina meer.
Het wetenschappelijk genie van mensen
als Einstein, Heisenberg,
Schrödinger, de Broglie, Planck, Bohr, Pauli, Eddington en Jeans
is boven elke twijfel verheven. Op twee na hebben zij allen
de Nobelprijs ontvangen voor hun werk. Zij hadden allemaal
een diepgaand spiritueel of mystiek wereldbeeld.
Het wezen van de mystiek is dat je in het diepst van je eigen wezen,
in het centrum van je eigen zuivere gewaarzijn, wezenlijk één bent
met de geest, én met 'God', met het al, op een tijdloze,
eeuwigdurende,
onveranderlijke manier. Indien dat voor u overdreven klinkt,
luister
dan eens naar:
-
E. Schrödinger:
"Het is onmogelijk dat deze eenheid
van kennis, gevoel en keuze die het zelf wordt genoemd
op een gegeven moment, nog niet zo lang geleden, uit het niets
is ontstaan; deze eenheid van kennis, gevoel en keuze is
in wezen eeuwig, onveranderlijk en numeriek één in alle mensen,
wat zeg ik, in alle gevoelige wezens. Hoewel je het niet zou
denken,
ben je zelf -en alle andere bewuste wezens als zodanig- alles in
alles.
Vandaar dat het leven dat je leeft niet slechts een deel is
van het totale bestaan, maar in zekere zin het geheel is...
Het is die heilige mystieke formule die tegelijkertijd zo eenvoudig
en zo duidelijk is: 'Ik ben in het oosten en in het westen,
ik ben boven en onder, ik ben deze hele wereld'."
-
A. Einstein:
"Een mens is een deel van het geheel
dat wij 'universum'
noemen; een deel dat is begrensd door tijd en ruimte. Hij
ervaart
zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets dat is gescheiden
van de rest -een soort optische illusie van zijn bewustzijn.
Die
illusie is een soort gevangenis voor ons, die ons beperkt
tot
onze persoonlijke verlangens en genegenheid voor een paar mensen
die ons het meest nabij zijn. Onze taak moet zijn ons van deze
gevangenis te bevrijden."
Dit wil niet zeggen dat de moderne
natuurwetenschap een mystiek
wereldbeeld bewijst. De natuurwetenschap blijft een beperkte
onderneming
die zich bezig houdt met een zeer beperkt onderdeel van de
werkelijkheid.
Deze moderne natuurwetenschappers meenden dat de moderne
wetenschap zich niet langer kan verzetten tegen een mystiek
wereldbeeld.
Al deze baanbrekende natuurkundigen
wilden deze wereld van schaduwen
overstijgen;
ze wilden een mystiek in de vorm van meta-fysica,
wat
betekent 'voorbij de fysica'.
Hoe diep je de natuurkunde ook bestudeert,
zij geeft nooit antwoord op de diepere, fundamentelere vragen
naar hoe het universum bewustzijn heeft voortgebracht.
De wetenschap heeft grote successen geboekt
in het verklaren van de materiële wereld,
maar waar het gaat over de innerlijke wereld van de geest,
gedachten, gevoelens, gewaarwordingen, intuïtie, dromen,
heeft ze weinig tot niets te zeggen
en over het bewustzijn zelf is ze wel bijzonder zwijgzaam.
Binnen de huidige 'wetenschappelijke' wereldvisie
is het bewustzijn zelf zelfs onmogelijk te verklaren.

Tot slot van deze pagina enige verwijzingen vanuit ‘de mystieken’
naar de innerlijke
ervaringen die wijzen naar dezelfde werkelijkheid als
de ‘uiterlijke‘
ontdekkingen van de moderne natuurkunde.
-
In vrijwel
de gehele oosterse mystieke literatuur wordt de
materiële werkelijkheid “Maya”
genoemd. Zij bestaat volgens
deze geschriften niet zoals wij haar zintuiglijk
waarnemen,
maar is ‘slechts’ een weerspiegeling van leegte, geest.
-
Bovendien verklaren vrijwel alle mystici dat de
ware aard
van de werkelijkheid niet in woorden is uit te drukken.
-
Alle
non-dualistische mystieke stromingen benadrukken de
éénheid van het universum.
-
Bewustzijn
is de basis; alles heeft/is in wezen bewustzijn in
ontwikkeling.
-
In de
Bhagavat Gita (Hinduïstisch) wordt uitgebreid stil
gestaan bij de voortdurende
afwisseling van creatie en
vernietiging in de dialogen tussen Krishna en Arjuna.

We kunnen met de huidige stand van
wetenschap niet langer volhouden
dat degenen die al eeuwenlang op basis van hun
interne subjectieve
ervaringsdeskundigheid beweren wat de wetenschap nu
bevestigt en
bewijst, excentriek zijn en vluchten voor de werkelijkheid. Zij
zijn
blijkbaar degenen die zich bij uitstek in het midden, de kern, de essentie
bevinden. Het is de materiewetenschap die zich aan de oppervlakte, de
buitenkant (excentrisch) bevindt.
Alle non-dualistische stromingen,
die ondanks de rol van onderdrukkende
kerkelijke structuren, overal zijn blijven
bestaan, erkennen het geheel en
geven daarin ieder (onder)deel haar eigen
waardering. Daarin is alles
onderdeel van de ene geest en bestaat de ander of
het andere feitelijk
dus niet. Duidelijk moet wel zijn waar het allemaal in
wezen om gaat,
wat essentieel is in, doel is, zin is van dit alles. Dat zal
voor velen een
moeilijke stap zijn, omdat zij aansluitend bij de heersende
materialistisch
alleenheerschappij, het leven ontdaan hebben van alles wat naar
doel, zin,
betekenis ruikt.
Elke eenzijdige benadering
doet geen recht aan het tweeledige karakter
van de werkelijkheid. Ze ontkracht /
verkracht haar. Het
zogenaamd wetenschappelijke materialistische wereldbeeld
reduceert
elke diepte tot chemische processen en maakt in feite alles zinloos.
Het
leidt tot het ongebreidelde egoïsme van de ‘vrije’ markt (die voor de
massa’s in met name de derde wereld steeds onvrijer wordt) met een
onbeperkte
‘survival of the fittest’- mentaliteit. De vele slachtoffers
daarvan vallen
‘gelukkig’ (nog even) ver van ons bed.
Het zogenaamd spirituele
wereldbeeld, dat alle aardsheid tot verdorven
gebied verklaart en zich
terugtrekt uit de wereld, is net zo verantwoordelijk
voor het vele onrecht in de
wereld, omdat het geen antwoord geeft
op de noodkreten der verdrukten; hen in de
steek laat, maar ook omdat
het met haar, nu makkelijk door te prikken, surrogaat mensen afhoudt
van het echt en daadwerkelijk zelf gaan van de weg naar binnen.
[ Lees eventueel ook via de pagina artikelen
op de pagina verzamelde artikelen:
P.Russell: "De brug tussen wetenschap en god" ]
|