"De Hartspiegel"  

       Start Omhoog     Verzamelde Artikelen
                                        

 

Therapieen
Achtergrond
Wie is "Ik" ?
Therapeuten
Cursussen & Lezingen
Tarieven & vergoedingen
Artikelen
Literatuur

 

Therapieen
Achtergrond
Wie is "Ik" ?
Therapeuten
Cursussen & Lezingen
Tarieven & vergoedingen
Artikelen
Literatuur

 

Therapieen
Achtergrond
Wie is "Ik" ?
Therapeuten
Cursussen & Lezingen
Tarieven & vergoedingen
Artikelen
Literatuur

 

Therapieen
Achtergrond
Wie is "Ik" ?
Therapeuten
Cursussen & Lezingen
Tarieven & vergoedingen
Artikelen
Literatuur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Therapieen
Achtergrond
Wie is "Ik" ?
Therapeuten
Cursussen & Lezingen
Tarieven & vergoedingen
Artikelen
Literatuur

"De 'American Dream' is een nachtmerrie voor de ziel geworden" (Duane Elgin)

(Contact: dehartspiegel@tele2.nl    -   077-4771898 )

Op deze pagina gaat u met enige regelmaat stukjes vinden, die of
een ´samenvatting´ van een interessant artikel zijn, of zo´n heel artikel. 
Er kunnen stukken tekst bij zitten, die om (zeer) indringend lezen vragen.

Keuze:  Een link op de ingevulde positie's
brengt u naar het bijbehorende stuk.

 

 

 

 

 

 

 

 


 



    S Alberto Villoldo:  "Goden Kweken"

Alberto Villoldo werd geboren op Cuba. 
Nadat zijn familie was gevlucht, eerst naar Puerto Rico
en later naar Californië, studeerde hij psychologie. 
Als een van de jongste hoogleraren aan de universiteit
van San francisco deed hij onderzoek naar de relatie
tussen geestesgesteldheid en ziekte.  Zijn belangrijkste
vraag was: "Als we met onze geest ziekte kunnen creëren
-psychosomatische aandoeningen- , werkt het dan ook
andersom ?   Kan de geest ook gezondheid creëren ?  
(omdat er veel verwarring ontstaat, doordat termen
verschillend gebruikt worden, is het goed te begrijpen dat
Villoldo met geest bedoelt: het denken, 'the mind'. X
a4)
Verstand, rationaliteit en logica zijn prachtige instrumenten,
maar daarmee kun je geen gezondheid creëren -alleen ziekte. 
Voor de heling van de ziel heb je niets aan
de microscopische benadering van de westerse geneeskunde. 
Ik moest niet naar kleiner en kleiner gaan kijken,
maar naar groter en groter.  Daartoe moest ik op zoek in
andere culturen.  Hoewel voor gek verklaard, vertrok hij
naar de Amazone.  Jarenlang bracht hij de helft van het jaar
door in oerwouden of in het hooggebergte van de Andes. 
In vijftien jaar volbracht hij de ongeschreven training
van de klassieke sjamaan; een opleiding, waarin niet kennis,
maar ervaring centraal staat.  Daar vond hij de heling
die hij zocht.  Sjamanisme is een levensweg, geen cursus. 
Hij werd een moderne medicijnman.  Het doel bleef
identiek: genezing, van de mens, de ziel, de samenleving.

Het volgende artikel is een verkorte weergave van een intervieuw
dat gepubliceerd werd in maandblad "Ode", sept. 2004. 


Een paar weken geleden maakte ik een wandeling
met mijn zoon om te luisteren naar het zingen van de kikkers. 
Als hij straks vijftig is, bestaat dat geluid niet meer,
omdat kikkers in 2050 uitgestorven zullen zijn. 
Door onze manier van leven sterven jaarlijks 10.000
plant- en diersoorten uit.  Dit is een tijd van waanzin. 
Weet je dat de Europeanen die Amerika ontdekten
een schoon en ogenschijnlijk onaangetast land vonden ? 
Ze dachten dat het het paradijs was.  Maar er woonden wel
honderd miljoen mensen, die kennelijk de kunst verstonden
om met respect en in harmonie met de natuur te leven.

De onderneming is het enige organisme op de planeet
dat meer winstgevend kan zijn, als het minder ecologisch is. 
Dat werkt alleen op de korte termijn; de kosten worden
doorgeschoven naar volgende generaties.  Het Westen
heeft het paradijs uitgeput.  Zo is bijvoorbeeld een kwart
van de staphylococcus-bacteriën resistent tegen elke vorm
van antibiotica.

Mensen kunnen zichzelf genezen via het energieveld
dat hun lichaam omhult; het organiseert het fysieke lichaam
en het emotionele en spirituele welzijn, het bepaalt
welke mensen je ontmoet, met wie te trouwt en het werk
dat je doet.  De sjamaan werkt daarom aan die blauwdruk.

Wanneer er een patroon van herhaling is in je leven,
is er sprake van een "afdruk" in je energieveld. 
Door de omstandigheden van de oorspronkelijke verwonding
terug te brengen, wil de ziel zich helen; nu. 
Helen lijdt meestal ook tot genezen, genezen lijdt slecht zelden
tot helen.  Velen die 'genezen' zijn, verkeren nog steeds
in dezelfde giftige relaties, dezelfde ongezonde werkomgeving, enz.

De sjamanen onderscheiden vier manieren van helen:

  •  1. Illuminatie-rituelen om verstoppende afdrukken
            in het energieveld schoon te maken.
  •  2. Het wegnemen van energieën die niet bij de persoon horen
            (bijvoorbeeld aanhechting van overleden zielen).
  •  3. Het terughalen van stukjes zielsenergie die 'verloren' zijn
            gegaan in verwondingen in vorige levens.  Dergelijk
            zieleherstel kan in enkele sessies resultaten opleveren,
            waar anders jaren (goede) psychotherapie voor nodig zijn.
  •  4. Leren sterven; op honderden manieren (in elke verandering
            in je leven), waardoor de dood niet meer bestaat. 
            Veel mensen willen wel nieuwe ervaringen,
            maar zijn niet bereid het bijbehorende sterven te beleven.
            Zo verzamelen we meer en meer `ongestorven` bagage
            om ons heen, die ons verhindert om te LEVEN.

Ze gaan er van uit dat we ons zelf kunnen helen, dat we ons lichaam
kunnen vernieuwen, dat we onze DNA-code kunnen hervormen.

........ Je kunt jezelf niet helen door te vluchten in een spirituele richting.
Ik mediteer dagelijks en bidden is ook heel krachtig, maar daarmee
kun je moeilijke diepgaande helingsprocessen niet uit de weg gaan,
je moet jezelf helen.  

........ In alle grote kankercentra van de Verenigde staten
werken inmiddels artsen en verpleegkundigen die een sjamanistische
training hebben gevolgd. 
(Vergelijk dat eens met de
achterhoedegevechten die men in de reguliere gezondheidszorg hier,
ondersteund door de minister, hardnekkig blijft voeren. X
a4)

........ De westerse mythologie is de enige waarin de mens uit
het paradijs wordt verstoten.  En dat was ook nog de schuld
van de vrouw.  Die vrouw is dus gedoemd.  Zo is het westen
veroordeeld tot een strijd met de aarde en met het vrouwelijke. 
Verbanning en strijd vind je daarom terug in alles wat we doen
(geneeskunde, economie, enz).  Daarbij past een psychologie
die ons leert dat we slachtoffers zijn (opvoeding, ouders, verlating,
verlies).  Dat zijn hele andere verhalen dan de verhalen
van verbinding van generaties en met de natuur, waarmee
zogenoemde primitieve volken opgroeien.

........ Hopi´s, Maya´s & Inka´s (en anderen Xa4) voospellen
al eeuwen dat dit tijdperk in 2012 ten einde loopt. 
Voorspellingen over hongersnood en plagen.  Toch blijf ik
optimistisch. Iedereen wordt hier geboren om een verschil
te maken en ik weet dat de Grote Ziel over ons waakt. 
Daarom ben ik hier; om goden te kweken.
 

 S S.N. Goenka: "De kunst om te leven."
[De volgende tekst is gebaseerd op een lezing
van S.N. Goenka op 16 juli 1980 in Bern, Zwitserland. 

Deze Vipassana-leraar verspreid sinds enige tientallen jaren
de oorspronkelijke meditatie-techniek van Boeddha
over de hele wereld.  Boeddha heeft nooit een sektarische religie
onderwezen; hij leerde Dhamma -de weg naar bevrijding-
die universeel is.  In deze zelfde traditie is de benadering
van Goenka non-sektarisch.  Daarom heeft zijn leer
een grote aantrekkingskracht op mensen van allerlei achtergronden. 
Zijn werkwijze is gebaseerd op de in een lange traditie
van mondelinge overlevering zuiver bewaard gebleven
praktijk in Birma, waar Goenka 14 jaar onderricht werd
door wijlen Sayagyi U Ba Khin. 

Wereldwijd zijn er intussen meer dan 75 centra waar permanent
de zelfde cursussen worden aangeboden en begeleid door
door hem benoemde assistent-leraren.
]

De kunst om te leven
Iedereen is op zoek naar vrede en harmonie,
omdat deze in ons leven ontbreken.
We voelen ons allemaal wel eens rusteloos,
geïrriteerd, uit ons evenwicht, ellendig. 
En als we ons rusteloos voelen, houden we dit niet beperkt
tot onszelf, maar blijven we dit vervelende gevoel
overbrengen op anderen.  De onrust doordringt
de atmosfeer rond degene die zich ellendig voelt. 
En ieder ander waarmee zo iemand in contact komt,
wordt ook geïrriteerd, rusteloos. 
Dit is beslist niet de juiste manier van leven.

Men zou in vrede met zichzelf moeten leven
en in vrede met alle anderen.  Per slot van rekening
is de mens een sociaal wezen.  Hij leeft nu eenmaal
in een maatschappij waar hij met anderen te maken heeft.
Maar hoe kan men in vrede leven ? 
Hoe kunnen we in harmonie met onszelf blijven
en de vrede en harmonie om ons heem bewaren,
zodat ook anderen in vrede en harmonie kunnen leven ?

Om verlost te worden van onze onrust moeten we
de eigenlijke oorzaak van de onrust kennen;
de oorzaak van die ellende. 
Als we het probleem onderzoeken, wordt al snel duidelijk
dat, telkens wanneer we iets negatiefs, een onzuiverheid
in de geest ontwikkelen, we wel onrustig moeten worden. 
Een geestelijke onzuiverheid, een mentale verontreiniging
kan niet samengaan met vrede en harmonie.

Hoe ontwikkelen we nu zo'n negativiteit ?
Het wordt duidelijk door het te onderzoeken. 
We worden erg ongelukkig als we merken,
dat iemand zich gedraagt op een manier,
die ons niet bevalt, als we merken dat er iets gebeurt
wat we onaangenaam vinden.  Ongewenste dingen
gebeuren en we creëren spanning in onszelf. 
Gewenste dingen gebeuren niet, een paar hindernissen
doen zich voor en weer winden we ons daarover op. 
We beginnen innerlijk in de knoop te raken. 
En het hele leven lang blijven er ongewenste dingen gebeuren;
gewenste dingen gebeuren misschien, misschien ook niet,
en dit proces van reageren, van knopen leggen
(Gordiaanse knopen) maakt de hele geestelijke
en lichamelijke structuur zó gespannen, vol negativiteit. 
Het leven wordt één grote ellende.

Een manier om het probleem op te lossen,
is om het leven zo te organiseren
dat er zich nooit iets ongewensts voordoet
en dat alles precies zo blijft gebeuren,
zoals we dat graag willen. 
Dan zouden we zo'n macht moeten ontwikkelen,
of iemand anders die machtig is, zou ons moeten helpen,
dat er zich geen ongewenste dingen voordoen en
dat alles wat we wensen gebeurt.  Maar dat is onmogelijk. 
Er is geen mens ter wereld wiens wensen
altijd vervuld worden, in wiens leven alles
volgens wens verloopt, zonder dat er ook maar iets
ongewensts gebeurt.  Er doen zich voortdurend
dingen voor die tegengesteld zijn
aan onze wensen en verlangens.  De vraag is dus:
'Hoe kunnen we ophouden blindelings te reageren
op dingen die we niet leuk vinden
en voorkomen dat we impulsief reageren ?
Hoe kunnen we voorkomen dat we gespannen worden ? 
Hoe kunnen we onze rust en vrede bewaren ?'

In het verleden bestudeerden wijze en heilige mensen
uit India en andere landen dit probleem:
het probleem van het menselijk lijden
-- en zij vonden een oplossing:
als er zich iets onaangenaams voordoet
en men begint hierop te reageren door woedend,
angstig of negatief te worden,
dan moet men zo snel mogelijk zijn aandacht afleiden. 
Sta bijvoorbeeld op, neem een glas water, drink
-- de woede zal niet toenemen, maar zakt. 
Of begin te tellen: een, twee, drie, vier, of herhaal een woord
of een zin, welke dan ook, misschien de naam van een god
of een heilige in wie men vertrouwen heeft. 
de geest wordt afgeleid, en, tot op zekere hoogte,
raakt men de negativiteit, de woede kwijt.

Deze oplossing was handig; het werkte. 
En het werkt nog steeds.  Als men dit toepast,
voelt de geest zich vrij van onrust.
Maar in feite werkt deze oplossing alleen op bewust niveau.
In werkelijkheid duwt men de negativiteit,
als men de aandacht er van afleidt, diep in het onderbewuste
en op dat niveau blijft men dezelfde negativiteit produceren
en vermenigvuldigen.  Aan de oppervlakte
is er een dun laagje van vrede en harmonie,
maar in de diepte van de geest ligt een sluimerende vulkaan
van onderdrukte negativiteit die vroeg of laat
tot een geweldige uitbarsting zal komen.

Andere zoekers naar de innerlijke waarheid
zochten nog verder.  En toen ze in zichzelf
de realiteit van geest en materie ervoeren,
kwamen ze tot de ontdekking, dat de aandacht afleiden
slechts weglopen voor het probleem is. 
Vluchten helpt niet; men moet het probleem onder ogen zien. 
Telkens wanneer er iets negatiefs in de geest opkomt,
observeer het dan, zie het onder ogen. 
Zodra men een mentale onzuiverheid gaat observeren,
verliest deze al haar kracht. 
Langzaam ebt ze weg en lost zich op.

Een goede oplossing,
waarbij het negatieve niet wordt verdrongen,
maar ook niet de vrije teugel wordt gelaten. 
Door iets negatiefs in het onderbewuste te begraven,
kan dit zich niet oplossen
en door het naar buiten te laten komen, in woord en daad,
ontstaan alleen maar meer problemen.  Maar als men
enkel maar observeert, dan verdwijnt de onzuiverheid
en heeft men deze negativiteit opgelost,
is men vrij van deze onzuiverheid.

Dat klinkt allemaal heel mooi,
maar werkt het ook zo in de praktijk ? 
Is het voor gewone mensen wel mogelijk
onzuiverheden onder ogen te zien ? 
Als woede in ons opkomt, worden we daardoor
zo snel overmeesterd dat we het niet eens in de gaten hebben. 
Dan, overmand door woede, doen of zeggen we dingen
die kwetsend zijn voor onszelf en voor anderen. 
Later, als de woede gezakt is, zit het ons dwars
en hebben we  er spijt van.  We vragen dan deze of gene
of God om vergeving: "Oh, ik heb iets verkeerds gedaan,
vergeef me alstublieft !"  Maar de volgende keer,
in een soortgelijke situatie, reageren we
op precies dezelfde manier.  Al dat berouw helpt niets.

De moeilijkheid is, dat we er ons niet van bewust zijn
wanneer een onzuiverheid begint. 
Zij begint diep in het onderbewuste van de geest
en tegen de tijd dat zij het bewust niveau bereikt heeft,
is zij zo sterk geworden dat zij ons overmeestert
en we haar niet kunnen observeren.

Stel dat ik iemand in dienst zou nemen om me iedere keer
dat er woede in me opkomt te waarschuwen. 
Maar omdat ik er geen idee van heb,
wanneer de woede op zal komen, heb ik drie mensen nodig;
voor een drie ploegendienst, 24 uur per dag. 
Stel dat ik me dat kan veroorloven
en dat er woede in me opkomt. 
Mijn assistent meldt meteen: "Pas op, woede ! ! !" 
Dan is het eerste wat ik doe hem een uitbrander geven:
"Idioot, denk je dat je betaald wordt om mij de les te lezen ?" 
De woede overmant me zo dat geen goede raad zal helpen.

Stel dat ik verstandig ben en hem niet uitscheldt. 
In plaats daarvan zeg ik: "Bedankt, nu moet ik gaan zitten
en mijn woede observeren."  Maar is dat wel mogelijk ? 
Zodra ik mijn ogen sluit en de woede probeer te observeren,
komt meteen het onderwerp van de woede in mijn gedachten;
de persoon of het incident dat de woede teweeg bracht. 
Dan ben ik niet bezig de woede te observeren;
ik observeer dan alleen de prikkel van buitenaf
die aanleiding gaf tot de emotie. 
Dit zal de woede alleen maar erger maken
en is dus geen oplossing.  Het is erg moeilijk
om een abstracte negativiteit, een abstracte emotie te observeren,
los van het onderwerp van buitenaf dat deze heeft veroorzaakt.

Maar iemand die de uiteindelijke waarheid bereikte,
vond een echte oplossing.  Hij ontdekte dat,
telkens wanneer er een onzuiverheid in de geest opkomt,
er tegelijkertijd twee dingen op lichamelijk vlak gebeuren. 
Één ervan is dat de adem zijn normale ritme verliest. 
Men gaat zwaarder ademen telkens als er iets negatiefs
in de geest ontstaat.  Dit is gemakkelijk te observeren. 
Én, op een fijner niveau, begint er
één of andere biochemische reactie in het lichaam,
die leidt tot de één of andere gewaarwording. 
Élke onzuiverheid doet de één of andere gewaarwording
in het lichaam ontstaan.

Dit is een praktische oplossing. 
Een gewoon iemand kan geen abstracte onzuiverheden
in de geest observeren: abstracte angst, woede of hartstocht. 
Maar met de juiste training en oefening is het erg gemakkelijk
de ademhaling en de gewaarwordingen te observeren,
die beide in direct verband staan met mentale onzuiverheden.

Ademhaling en gewaarwordingen helpen op twee manieren. 
Op de eerste plaats gaan ze fungeren als assistenten. 
Zodra er een onzuiverheid in de geest opkomt,
verliest de adem zijn normale ritme. 
Hij maakt ons erop attent dat er iets fout gegaan is. 
En, we kunnen de adem niet uitschelden;
we moeten de waarschuwing wel accepteren. 
Op dezelfde manier vertellen de gewaarwordingen ons
dat er iets verkeerd gegaan is.  Dan, gewaarschuwd,
kunnen we de ademhaling gaan observeren,
de gewaarwordingen gaan observeren. 
We zullen dan wel al heel snel merken dat de onzuiverheid verdwijnt.

Dit geestelijk-lichamelijk verschijnsel is als de twee kanten
van een medaille.  Op de en kant staat een gedachte of emotie
die in de geest opkomt.  Op de andere kant staan
de ademhaling en de gewaarwordingen in het lichaam. 
Elke gedachte of emotie, elke mentale onzuiverheid die opkomt
uit zich in de adem en in de gewaarwordingen van dat moment. 
Door de ademhaling of de gewaarwordingen te observeren,
observeren we dus in feite de mentale onzuiverheden. 
In plaats van weg te lopen voor het probleem,
zien we de realiteit onder ogen zoals ze is. 
Dan zullen we merken dat de onzuiverheden
hun kracht verliezen; ze kunnen ons niet langer overmeesteren,
zoals in het verleden gebeurde.  Als we volhouden,
verdwijnen de onzuiverheden uiteindelijk helemaal
en bewaren we onze rust en geluk.

Op deze wijze laat deze techniek van zelfobservatie
ons de twee aspecten van de werkelijkheid kennen; innerlijk en uiterlijk. 
Voorheen keken we altijd alleen maar naar buiten
zonder de innerlijke waarheid te zien.  We zochten de oorzaak
van het feit dat we ons ongelukkig voelden altijd buiten onszelf;
we gaven altijd de werkelijkheid buiten onszelf de schuld
en probeerden die te veranderen. 
Onszelf niet bewust van de innerlijke realiteit, begrepen we nooit,
dat de oorzaak van ellende binnen in ligt,
in onze eigen blindelingse reacties
op aangename en onaangename gewaarwordingen.

Door oefening kunnen we nu de andere kant van de medaille zien. 
We kunnen ons bewust zijn van de ademhaling
en ook van wat zich binnen in ons afspeelt. 
Of het nu adem of gewaarwording is, we leren
deze gewoon te observeren
zonder ons geestelijk evenwicht te verliezen. 
We stoppen met reageren, stoppen
met het vermenigvuldigen van onze ellende. 
In plaats daarvan geven we de onzuiverheid de kans
naar buiten te komen en zich op te lossen.

Hoe meer men deze techniek beoefent, des te meer merkt men
hoe snel men uit het negatieve kan komen. 
Geleidelijk aan wordt de geest vrij van onzuiverheden;
hij wordt puur.  En een pure geest is altijd
vol liefde, onvoorwaardelijke liefde;
vol mededogen voor de tekortkomingen en de ellende van anderen;
vol vreugde over hun succes en geluk;
vol gelijkmoedigheid onder alle omstandigheden.

Als men dit stadium bereikt, verandert het hele patroon
van iemands leven.  Het is niet langer mogelijk
iets te zeggen of te doen wat de vrede en het geluk van anderen verstoort. 
In plaats daarvan komt de evenwichtige geest
niet alleen zelf tot rust, maar wordt de atmosfeer rondom zo iemand
doordrongen van vrede en harmonie. 
Dit begint op zijn beurt invloed te hebben
op anderen, begint anderen ook te helpen.

Door te leren in evenwicht te blijven
ten opzichte van alles wat men innerlijk ervaart,
ontwikkelt men ook onthechting ten opzichte van alles
wat men in de buitenwereld tegenkomt. 
Deze ongehechtheid is echter geen manier om te ontsnappen,
of onverschillig te worden t.o.v. de problemen op de wereld. 
Degenen die regelmatig Vipassana beoefenen,
worden gevoeliger voor de ellende van andere,
en doen hun uiterste best om die ellende
zo goed als ze kunnen te verlichten -zonder enige opwinding,
maar met een geest vol liefde, mededogen en gelijkmoedigheid. 
Zij beoefenen een serene onverschilligheid
-door zich volledig in te zetten,
volledig betrokken te zijn bij het helpen van anderen,
terwijl men tegelijkertijd geestelijk in evenwicht blijft. 
Op deze wijze bewaren zij hun eigen geluk en tevredenheid,
terwijl zij meewerken aan de vrede en harmonie van anderen.

Dit is wat de Boeddha leerde, een kunst om te leven. 
Hij heeft nooit een religie, enig -isme onderwezen. 
Hij heeft nooit tegen zijn volgelingen gezegd
dat ze rites of rituelen moesten uitvoeren,
blindelingse of inhoudsloze formaliteiten. 
In plaats daarvan leerde hij hun
de natuur gewoon te observeren zoals deze is,
door het observeren van de werkelijkheid binnenin. 
Uit onwetendheid blijven we reageren op een manier
die schadelijk is voor onszelf en voor anderen. 
Wordt met wijs -wijs in die zin dat men de werkelijkheid observeert
zoals zij is, dan komt men van de gewoonte af om te reageren. 
Als we stoppen met impulsief reageren,
dan zijn we tot werkelijke actie in staat
-actie die voortkomt uit een evenwichtige geest. 
Een geest die de werkelijkheid ziet en begrijpt. 
Zo'n manier van handelen kan alleen maar positief zijn,
creatief en nuttig voor onszelf en anderen.

Wat dan nodig is, is het "ken uzelf"
-het advies dat iedere wijze gegeven heeft. 
We moeten onszelf niet alleen kennen op intellectueel niveau,
op het niveau van denkbeelden en theorieën. 
Noch louter op spiritueel of emotioneel niveau,
waarbij we zonder meer aanvaarden
wat we gehoord of gelezen hebben. 
Zulke kennis is niet genoeg. 
We moeten de realiteit op het feitelijke niveau leren kennen. 
We moeten de realiteit van deze lichamelijke/geestelijke verschijnselen
daadwerkelijk ondervinden.  Alleen dit zal ons helpen
om ons vrij te maken van onzuiverheden, vrij van ellende.

Dit direct ervaren van de waarheid over onszelf,
deze techniek van zelfobservatie,
wordt Vipassana meditatie genoemd. 
In de taal dier in India gesproken werd
in de tijd dat de Boeddha leefde, betekende "passana"
kijken, zien met open ogen, in de gewone zin van het woord. 
Maar "Vipassana" betekent het observeren van dingen
zoals ze werkelijk zijn, niet slechts zoals ze schijnen te zijn. 
De ogenschijnlijke waarheid moet doorgrond worden,
totdat we bij de uiteindelijke waarheid
ten aanzien van de gehele geestelijke en lichamelijke structuur komen. 
Als we deze waarheid ervaren,
leren we op te houden met impulsief te reageren,
op te houden met het creëren van onzuiverheden
en als vanzelf worden dan de oude onzuiverheden
geleidelijk aan uitgewist.  We worden vrij van ellende
en ervaren wat het is om werkelijk gelukkig te zijn.

Het leerproces in een meditatie cursus bestaat uit drie delen. 
Op de eerste plaats moet men alle woorden of daden nalaten
die vrede en harmonie van anderen verstoren. 
Men kan niet werken aan de eigen bevrijding
van geestelijke onzuiverheden als men tegelijkertijd
doorgaat met het zeggen of doen van dingen
die deze onzuiverheden alleen maar doen toenemen. 
Moreel verantwoord gedrag vormt daarom
de essentiële eerste stap van het leerproces. 
Men verbindt zich ertoe om niet te doden, niet te stelen,
zich seksueel niet te misdragen, niet te liegen
en geen drugs of alcohol te gebruiken. 
Als men deze dingen nalaat, geeft men de geest gelegenheid
voldoende tot rust te komen
om verder te gaan met de taak die hem te doen staat.

De volgende stap is om een zekere beheersing te krijgen
over deze wispelturige geest, door hem te trainen
gericht te blijven op één ding; de adem. 
Men probeert de aandacht zo lang mogelijk
op de ademhaling gevestigd te houden. 
Dit is geen ademhalingsoefening; men reguleert de adem niet. 
In plaats daarvan observeert men de natuurlijke ademhaling
zoals deze is, zoals hij naar binnen komt, naar buiten gaat. 
Op die manier brengt men de geest verder tot rust,
zodat hij niet langer overmeesterd wordt door heftige negativiteiten. 
Tegelijkertijd concentreert men de geest en maakt men hem scherp
en doordringend: in staat om inzicht te verwerven.

Deze eerste twee stappen, een moreel verantwoord leven leiden
en het beheersen van de geest, zijn op zichzelf zeer nuttig en waardevol. 
Ze leiden echter tot zelfonderdrukking,
tenzij men de derde stap neemt,
het reinigen van de geest van onzuiverheden
door het ontwikkelen van inzicht in de eigen aard. 
Dit is Vipassana: het ervaren van de eigen werkelijkheid
door systematisch en onbewogen in zichzelf
het steeds veranderende geest-materie verschijnsel,
dat zich manifesteert als gewaarwordingen, te observeren. 
Dit is de essentie van de leer van de Boeddha: zelfloutering door zelfobservatie.

Dit kan door iedereen beoefend worden. 
Iedereen heeft met ellende te maken. 
Het is een universele kwaal, waarvoor een universele remedie nodig is. 
Als men woedend is, is dit geen Boeddhistische,
Hindoeïstische of Christelijke woede.  Woede is woede. 
En als men ten gevolde van deze woede rusteloos wordt,
is dit geen Christelijke, Joodse of Islamitische rusteloosheid. 
De kwaal is universeel.  De remedie moet dus ook universeel zijn.

Vipassana is zo'n remedie.
Niemand zal bezwaar hebben tegen een levenswijze
die de vrede en harmonie van anderen respecteert. 
Niemand zal er bezwaar tegen hebben
controle over de geest te ontwikkelen. 
Niemand zal er bezwaar tegen hebben inzicht te ontwikkelen
in zijn ware aard, waardoor het mogelijk wordt
de geest te bevrijden van negativiteiten. 
Vipassana is een universele weg.

Het observeren van de werkelijkheid zoals zij is
door het observeren van de waarheid binnen in,
betekent zichzelf direct leren kennen op ervaringsniveau. 
Door voortdurend te oefenen, bevrijdt men zich
van de ellende van onzuiverheden. 
Van de grove, oppervlakkige, ogenschijnlijke waarheid
dringt men door tot de uiteindelijke waarheid van geest en materie. 
Overstijgt men deze waarheid, dan ervaart men een waarheid
die aan geest en materie, aan tijd en ruimte,
aan het geconditioneerde gebied van betrekkelijkheid
voorbij gaat: de waarheid van totale bevrijding
van alle onzuiverheden, alle geestelijke verontreiniging, alle ellende. 
Hoe men deze uiteindelijke waarheid noemt, is niet van belang:
het is het uiteindelijke doel van iedereen. 

Moge u allen deze uiteindelijke waarheid ervaren. 
Mogen alle mensen uit hun onzuiverheden en ellende komen. 
Moge zij werkelijk gelukkig zijn, werkelijke vrede en harmonie ervaren.

    MOGE ALLE WEZENS GELUKKIG ZIJN !

     S Ulrich Libbrecht:  "Ieder mens is een mysticus"

De volgende tekst bevat een aantal citaten uit een artikel
in het tweemaandelijkse tijdschrift "Happinez", naar aanleiding
van zijn boeken: "Is God dood ?" en "Drakendoders van mijn landschap".
Daar staat een interview met deze Vlaamse professor die zich als leraar
wiskunde verdiepte in Sanskriet en Chinees, uitgroeide tot
hoogleraar Chinese filosofie en Boeddhologie en een brug slaat
tussen Christendom, Boeddhisme en Taoisme.
 

Ik ben er altijd intuïtief van uit gegaan dat alle religies
in essentie het zelfde uitgangspunt hebben.  Als we het
over religie hebben, hebben we het al gauw over kerk,
rituelen, gezangen en gebeden.  Maar dat zijn alleen maar
uiterlijkheden.  Hetzelfde geldt voor de mythen
waarop de meeste religies berusten. 
Toen ik me met Boeddhisme ging bezig houden,
merkte ik dat zulke mythen daar slechts
een ondergeschikte rol spelen.  Boeddha leerde zijn volgelingen
vanaf het begin dat je niets moet geloven dat je zelf niet inziet. 
ook de geschriften en heilige boeken niet.  Religie is
in zijn diepste zin niets anders dan mystiek.  Dat klinkt
heel verheven, maar is het niet: iedereen wordt
zo nu en dan geconfronteerd met emoties
die zijn of haar eigen kleine ego overstijgen. 
Momenten van ontroering, die zomaar ineens ontstaan. 
Dat zijn momenten waarop we bewust of onbewust
geconfronteerd worden met het mysterie van het bestaan. 
Religie zonder mystieke ervaring is een leugen;
alleen maar een soort verkeersreglement voor het leven.

Voor een mystieke ervaring hoef je je niet in een tempel
of kerk terug te trekken en het heeft ook helemaal niets
te maken met allerlei rituelen.  Het is iets alledaags
dat je kunt ervaren in je contacten met anderen. 
Elk mens is onderdeel van het bestaansmysterie
en kun je nooit in zijn diepste wezen doorgronden. 
Als ik me realiseer dat ik deel uitmaak van een oneindig universum,
val ik ondanks alle moderne kosmologie gewoon om van verbazing.
Alleen verdient de moderne kosmologie een betere god
dan die van de bijbel.  Dat is een ambachtsman, die schept,
en zaait en zich kwaad maakt. Die god is zo totaal niet
meegegroeid met de tijd, dat ik meestal denk: 'Wat een flauwekul.'
God is slechts een naam voor het bestaansmysterie.

Toen we in de oorlog in een keldertje schuilden,
terwijl de bommen vielen, zei mijn moeder: 'Bid nog maar
een rozenkrans.' Dan deed ik daar vlijtig aan mee en dacht:
'Laat die bommen maar een stukje verderop inslaan,
dat is toch wel het minste wat ik van de hemel kan vragen.'
Wat mij betreft is dat geen geloof, maar een handeltje drijven met God.
Hoe vroom je je gebeden ook inkleedt, ze zijn  altijd ego-betrokken.
Religie moet uitstijgen boven je persoonlijke behoeftes.
Boeddhisten gaan er van uit dat een innerlijk mystieke ervaring
onmiddellijk moet leiden tot liefde, empathie en mededogen.

Ik heb de westerse filosofie altijd erg ontoereikend gevonden. 
Onze manier van denken weet geen raad met gevoelens
als ontroering.  Voor het ontzag dat de natuur kan opwekken,
is evenmin plaats.  Dat vond ik een enorm gemis.  Daar komt
nog bij dat ik al van jongs af aan twijfelde aan de uitgangspunten
van het christelijk geloof.  Zoals het idee dat het leven op aarde
een introductie is tot het eeuwige leven.  Geloof moet toch een
veel diepere betekenis kunnen vervullen.  Toen ik mijn blik
op het oosten richtte kwam ik in aanraking met uitgangspunten
die ik altijd onbewust had onderschreven, zoals karma.

Behalve in het Boeddhisme heb ik mij verdiept in het Taoisme.
Ik was zo onder de indruk van de Tao-te-Ching dat ik iedereen
vertelde dat ik met dat boek in de hand wilde sterven.  Vooral
de totale harmonie met de natuur trof mij, als een mysterie
in zichzelf.  De natuur is een fundamenteel wonder
dat op geen enkele manier te verklaren is.  Doordat je met je
verstand in zo weinig dingen kunt binnendringen,
kun je het mysterie van het bestaan ervaren.

In een lezing sprak ik laats over Bhutan.  Bhutan is
een boeddhistisch land dat het welzijn van zijn burgers
belangrijker vindt dan materiële vooruitgang.    Daarom
heeft de koning van Bhutan het begrip 'bruto nationaal geluk'
ingevoerd, de tegenhanger van 'bruto nationaal product',
de internationale graadmeter voor de rijkdom van een land. 
Bhutan hoopt op die manier de traditionele manier van leven
te behouden en de uitwassen van het kapitalisme
buiten de deur te houden.  De regering gaat daar vrij ver in:
westerse toeristen worden afgeschrikt door torenhoge prijzen,
Amerikaanse investeerders krijgen geen poot aan de grond.
Ook hier zou 'Bruto Nationaal Geluk' als leidraad een goede
tegenhanger vormen voor onze vereconomiseerde samenleving,
die zich blind staart op economisch gewin.  Dat leidt
onherroepelijk tot verschraling; een extreme vorm
van eigenbelang die alle macht aan het kapitaal toekent
en armen beschouwt als 'losers' die pech hebben gehad.
In zo'n samenleving is geen plaats voor empathie en ontroerbaarheid
en zijn begrippen als vrede of broederlijkheid ver te zoeken.

Mensen zoeken nu troost in de consumptiemaatschappij.  Maar
als je ouder wordt en oppervlakkige genoegens hun glans verliezen,
ligt de leegte op de loer.  Het is mooier als ouderdom een proces
van geestelijke rijping is en niet alleen maar het een voor een
wegvallen van alle genoegens.  Bij ouder worden hoort bijna
vanzelfsprekend een proces van inkeer. 
 

    S Ode: "Voeding, gezondheid, gedrag."

De volgende tekst is een samenvatting van een artikel
uit het maandblad "Ode" (september 2005).

Het is niet zo'n gekke gedachte dat voeding invloed heeft
op de werking van onze hersenen en dus op ons gedrag.
Onze hersenen zijn een zware machine: ze nemen slechts
2% van ons lichaamsgewicht in beslag, maar verbruiken
20 % van onze energie.   Voor die energie zijn we aangewezen
op onze voedingsstoffen.

Het is ontegenzeggelijk waar dat ons voedingspatroon dramatisch
is veranderd in de afgelopen, pak weg, 30 jaar.  Gemaksvoedsel
is de nieuwe verzamelnaam, met diepvries en magnetron
als gereedschappen.  Een gemiddelde  maaltijd heeft
duizenden kilometers afgelegd voor die op ons bord belandt. 
Het is dus niet erg moeilijk om je voor te stellen dat onderweg
het een en ander verloren gaat. 

We weten dat zwaarlijvigheid een gevolg is
van de overmatig consumptie van 'junk food',
met alle medische kosten die daaraan vastkleven. 
Zou het kunnen zijn dat de toename van agressie, criminaliteit en
maatschappelijk onfatsoen in de westerse samenleving
niet
toevallig samenvallen met een spectaculaire  wijziging in ons dieet.

Stephen Schoenthaler, onderzoeker aan een universiteit in
Californië heeft al aangetoond dat een vermindering
van suikers en vetten in het dagelijkse dieet leidt tot een
hoger IQ en betere leerprestaties.  Scholen waarop voor
de maaltijdveranderingen 11 % minder leerlingen slaagden voor
het examen, scoorden erna 5 % boven het landelijk gemiddelde.
In jeugdgevangenissen nam het aantal overtredingen van de huisregels
met 37 % af, toen de frisdranken en snoepautomaten
en het voedsel uit blik waren vervangen door vers voedsel.
Zijn onderzoeksresultaten waren veelzeggend, maar zijn
onderzoeksmethoden niet wetenschappelijk genoeg.

Bernard Gesh, fysioloog aan de universiteit van Oxford
besloot een nieuw onderzoek te starten dat wel volledig aan
de wetenschappelijke criteria
voldoet
(gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd);
tot dusver het meest grondige onderzoek op dit terrein.
In een gevangenis werden 231 vrijwilligers willekeurig in gedeeld
in twee groepen: de ene groep kreeg bij de maaltijd capsules
met ongeveer de dagelijkse behoefte aan vitaminen mineralen en vetzuren;
de andere groep kreeg placebo's.  Noch de gevangenen, noch
de bewakers, noch de onderzoekers ín de gevangenis wisten wie
de echte en wie de neppreparaten kregen toegediend.
Vervolgens werden de gedragingen onderzocht en vergeleken
met de onderzochte gedragingen in de voorafgaande maanden.
Na ruim vier maanden begingen de gevangenen met de gezonde toevoeging
26 % minder overtredingen dan in de periode daarvoor.
Bij de placebogroep was geen aanmerkelijke verandering te zien.
Voor ernstige misdragingen, zoals het gebruik van geweld,
lag het percentage zelfs 37% lager.
Door de strikte opzet van het experiment was het uitgesloten
dat etnische, sociale of psychische factoren en andere variabelen
de enorme verschillen zouden kunnen verklaren.
Gesch; "Ik geloof dat voeding één van de simpelste,
                effectiefste en menselijkste methoden is
                om antisociaal gedrag te veranderen."

Krantenkoppen na publicatie van dat onderzoek:
'Gezond eten kan criminaliteit verminderen.'
'Eet goed of wordt crimineel.'
'Jeugdcriminaliteit gerelateerd aan junk-food.'
'Hapsgewijs de veiligheid vergroten.'
Daarna werd het erg stil.  Artsen krijgen in hun studie
nauwelijks inzicht in voedingsleer.  Criminologen hebben
weinig kennis van biochemie, psychologen zien hun
territorium bestormd en voedseldeskundigen missen ervaring
met geesteszieke mensen.  Doordat onderzoeksgebieden
zo van elkaar gescheiden zijn (en blijven) wordt het overzicht
gemist en eindigt het onderwerp in niemandsland, niet in de
laatste plaats omdat je geen patent kunt krijgen
op natuurlijke voedingsstoffen.

Bovendien klinkt het voor veel politici veel stoerder
om voor extra politie, strenger straffen en meer toezicht
te pleiten.  Gezondere voedingspatronen leveren behalve
minder criminaliteit ook nog een hogere arbeidsproductiviteit
en grote besparingen op de kosten voor gezondheidszorg en justitie.
De weg naar veiligheid en vrede gaat door de maag.


De schommelingen in gedrag die het gevolg zijn van suikergebruik
werken doorgaans op een korte termijn uit.  Veel ouders
hebben al ervaren dat snoep en frisdrank op een kinderfeestje

eerst leiden tot drukte en herrie en daarna tot tranen en driftbuien. 
Dat heeft alles te maken met de bloedsuikerspiegel.

Schoenthaler en Gesch wijzen vooral op de veranderingen
over een lange
periode.  Daartoe is het veel belangrijker
de juiste hoeveelheden vitaminen, mineralen en vetzuren
binnen te krijgen, omdat deze stoffen
rechtstreeks de hersenen beïnvloeden.
Dat zou een heleboel alarmbellen moeten laten rinkelen.
Uit allerlei onderzoek blijkt namelijk dat de kwaliteit
van de  landbouwgrond de afgelopen tientallen jaren
sterk is afgenomen.  Het jarenlange gebruik van kunstmest
is ten koste gegaan van belangrijke mineralen,
zoals magnesium, chroom en selenium.  Het is eenvoudig
om vast te stellen dat de voedingswaarde van groente en fruit
ernstig is afgenomen (ook al zeggen allerlei overheidsinstanties
dat dat niet waar is).  De landbouw- en voedselorganisatie (FAO)
van de Verenigde Naties concludeert dat kunstmest bijdraagt
aan een ernstig tekort aan mineralen.  Het gehalte aan vitaminen en
mineralen in bonen is sinds 1985 met 60 % gedaald, in aardappelen
met 70 %, in appels met 80 %.  In 1900 bestond tarwe voor 90 %
uit eiwit, nu is dat nog maar 9 %. 

Volgens onderzoek van McCance en Widowson in 1991 blijkt
het verlies in voedingswaarde ten opzichte van hun onderzoek in 1940
:

Voedingsmiddel Verlies aan voedingswaarde
Aardappelen 35 % minder calcium
45 % minder ijzer
47 % minder koper
30 % minder magnesium
Bosui 74 minder calcium
Broccoli (gekookt) 46 % minder ijzer
75 % minder koper
Koolraap 71 % minder ijzer
Spinazie (gekookt) 60 % minder ijzer
96 % minder koper
Waterkers 93 % minder koper
Wortelen 48 % minder calcium
75 % minder magnesium

Het voedingspatroon van jongeren geeft vooral aanleiding
tot zorgen: steeds meer tussendoortjes met suikers, vetten en
koolhydraten, steeds minder groente en fruit. 
Op een aantal scholen is men al begonnen met het vervangen
van snoep en frisdranken door fruit, vruchtensap, mueslirepen, groente
en water.  Daar zijn de grote positieve gevolgen al snel zichtbaar.

Onderzoek van Walker en Ward toonde verbanden aan tussen
E-nummers (de synthetische kleur- en smaakstoffen en
conserveermiddelen die in een reeks van voedingsmiddelen
worden toegevoegd) en hyperactiviteit (ADHD) en slapeloosheid.
ADHD-kinderen blijken feitelijk een allergische reactie te vertonen
op één of verschillende voedselproducten of chemicaliën.  Soms is
dat suiker, zout, chocolade of een paar E-nummers, maar
het kan ook gaan om minder verdachte producten
als tarwe, aardbeien, tomaten of pindakaas. 
Van de 357 hyperactieve kinderen in Ward's onderzoek reageerde
87 % op synthetische kleurstoffen en 72 % op synthetische conserveermiddelen.
De reacties varieerden van rusteloosheid, tot agressiviteit of astma en eczeem.
Het verwijderen van deze toevoegingen betekende het verdwijnen
van deze negatieve reacties en een toename van concentratievermogen.

Walker stelde een zwarte lijst op voor E-nummers.
    E 102  Tartrazine                 E-104  Chinolinegeel     
    E-107  Geel G2                    E 110  Oranjegeel5             
    E-120  Cochenille                 E-123  Amarant
    E-124  Cochenille-roodA       E-127  Erythrosine
    E 128  Rood 2G                   E 132  Indigotine         
    E 133  Briljantblauw FCF      E 150  Karamel           
    E151  Zwart                         E 154  Bruin FK
    E 155  Chocoladebruin HT    E 210  Benzoëzuur         
    E 220  Zwaveldioxide            E 250  Natriumnitriet           
    E 251  Natriumnitraat            E 320  Butylhydroxyanisol
    E 321  Butylhydroxytolueen

  S P. Russell: 
             "De brug tussen wetenschap en god"

Het volgende artikel is een ruime samenvatting
van het boek van 
Peter Russell:
“De brug tussen wetenschap en God”. 

Paradigmaverschuivingen.
Een paradigma is een denkwijze,
een stelsel van uitgangspunten,
binnen een bepaalde tak van wetenschap.

Door alle tijden heen zijn paradigma’s veranderd. 
Twee duizend jaar lang bepaalden de ideeën van Plato
het denken van mensen over de beweging van hemellichamen. 
In de zestiende eeuw werden de ideeën van Newton
het nieuwe paradigma en nu
worden de beschrijvingen van Einstein als nauwkeuriger gezien. 
Dergelijke veranderingen vinden we in alle takken van wetenschap.

De overgang naar een nieuw paradigma
verloopt nooit probleemloos, ook nu niet.
In zijn boek “The structure of scientific revolution”
laat Thomas Kuhn dat duidelijk zien. 

Eerst
worden afwijkingen van het bestaande beeld
niet opgemerkt, of ontkend, of als vergissingen gezien. 

Vervolgens
probeert men de afwijking
te persen in het bestaande paradigma. 

Tenslotte
verandert een paradigma pas
als een moedig mens de bestaande wereldbeschouwing aanvecht
en nieuwe modellen voor de werkelijkheid voorstelt.   
Doorgaans wordt dat dan eerst nog door de gevestigde orde
afgewezen, of verketterd en belachelijk gemaakt.

Zo’n dapper iemand was bijvoorbeeld Copernicus. 
In zijn tijd werd het idee van een om de zon draaiende aarde
volkomen belachelijk gevonden.  Zijn ontdekking in 1513
hield hij gedurende dertig jaar voor zich, omdat deze ideeën
volkomen indruisten tegen de opvattingen van de kerk,
die toen de bepalende machtsfactor was. 
Toen hij in 1543 zijn dood voelde naderen, publiceerde hij
zijn vindingen pas.  Het Vaticaan plaatse zijn boek
op de pauselijke index van verboden boeken. 
Pas in 1609 vond Galileo Galilei
met behulp van de door hem uitgevonden telescoop
het bewijs
voor de ideeën van Copernicus. 
Niettemin moest hij van de paus
zijn ‘ketterse ideeën’ intrekken
en werd hij uiteindelijk tot levenslang huisarrest veroordeeld. 
Pas met de ontdekking van de wetten
van beweging en zwaartekracht door Isaac Newton ± 1665
was de
revolutie compleet.  Dit veranderde
de manier waarop mensen hun wereld zagen enorm. 
Pas in 1992 bood het Vaticaan excuses aan
voor zijn behandeling van Galileo.

Het metaparadigma:
Alle
paradigma’s in de huidige ‘wetenschap’
zijn gebaseerd op ‘n aanname, dé
vóóronderstelling:

  •  dat de fysieke wereld de enige werkelijkheid is,

  •  dat materie, ruimte, tijd en energie de fundamentele
         componenten van de werkelijkheid zijn,

  •  dat wanneer we het functioneren van de fysieke wereld
         geheel begrijpen, we alles in de kosmos kunnen verklaren.

Daarom is dit een metaparadigma.

Dit metaparadigma is buitengewoon succesvol geweest
in het verklaren van de materiële verschijnselen. 
Daarom worden er vrijwel nooit vragen over gesteld. 
Het falen van dit metaparadigma wordt pas zichtbaar
op het moment dat we ons naar de immateriële wereld
van de geest richten.  Dat komt omdat bewustzijn
niet
uit materie bestaat.  Het bestaan van bewustzijn
kan niet ontkend worden, maar voor het materialistische paradigma
vormt het een anomalie, een onverklaarbare afwijking.

En het onverklaarbare wordt dus eerst genegeerd omdat:

  1. Het niet kan worden waargenomen
    op de manier van materiële objecten;
    gewogen, gemeten, vastgelegd.

  2. Ten aanzien van bewustzijn volgens ‘wetenschappers’
    geen objectieve waarheden vast te stellen zijn.

  3. Het functioneren van het universum ‘verklaard’ kon worden
    zonder dit lastige onderwerp te onderzoeken.

Diverse ontwikkelingen hebben nu echter aangetoond
dat objectieve waarneming niet bestaat. 
Volgens de kwantumfysica beïnvloedt,
tot en met het niveau van het atoom,
het waarnemen ‘an sich’ de waargenomen realiteit. 
Volgens vele onderzoekingen
heeft de geestelijke toestand van een mens
een wezenlijke uitwerking op zijn eigen genezingsprocessen,
maar ook op die van anderen,
zelfs als die anderen niet op de hoogte zijn
van deze inwerking door derden.  (Lees ook Mc Taggart: “Het veld”)

Een groeiend aantal wetenschappers probeert nu te verklaren
hoe bewustzijn ontstaat.  Er worden allerlei ideeën geopperd
(chemische, kwantumfysische, computeristische, of
chaostheoretische verklaringen), maar onbeantwoord blijft:

“Hoe kan iets dat zo onstoffelijk is als
     bewustzijn ooit ontstaan zijn uit iets
     dat zo onbewust is als materie ?”

Al deze benaderingen zitten namelijk gevangen
in het metaparadigma.  Zij zetten de
vervolg-stap
en zoeken de oplossing in het inpassen van de anomalie
in het materialistische wereldbeeld.

We zijn tenslotte hard toe aan de derde stap;
een nieuw wereldbeeld, waarin bewustzijn
de wezenlijke basis van de werkelijkheid is. 
Nu de wereld ondanks of dankzij allerlei technologische kennis
steeds meer in de (persoonlijke, sociale, economische, milieu)
problemen komt, is de noodzaak voor een innerlijk ontwaken
steeds groter, omdat een crisis van het bewustzijn
aan de basis van al deze problemen ligt. 
Waar in het verleden bewustwording van belang was
voor onze persoonlijke ontwikkeling,
is zij nu ook noodzakelijk voor ons overleven als soort. 
Door het algemene geloof
dat ons innerlijk welzijn afhankelijk is van uiterlijke omstandigheden,
hebben mensen de krachten van de nieuwe technologieën
verkeerd gebruikt en onze planeet geplunderd en vergiftigd. 
Deze aantasting van onze bestaansgrond
dwingt ons onze waarden en prioriteiten tegen het licht te houden
en te ontwaken.  Overal om ons heen
kunnen wij zien (boeken, films, cursussen)
dat steeds meer mensen die uitdaging serieus aangaan.

Alle bestanddelen voor dit nieuwe metaparadigma zijn al aanwezig.
We hoeven alleen een synthese van bestaande disciplines
en ontdekkingen tot stand te brengen.

Wat is bewustzijn ?

Aan het begrip bewustzijn worden veel betekenissen gegeven;
politiek, sociaal, ecologisch bewustzijn, lichaamsbewustzijn,
waakbewustzijn t.o.v. slaap, enz. 
Voor het vervolg gebruiken we bewustzijn
in de betekenis van vermogen tot innerlijke ervaring
Meestal zijn we ons alleen bewust van de inhoud
(gedachten, gevoelens, waarnemingen)
en zeer zelden van het bewustzijn zelf. 
Ook dieren en planten zijn niet zonder innerlijke ervaring
en dus bewust, zij het waarschijnlijk minder rijk geschakeerd
en anders dan wij én niet zelfbewust

In het huidige metaparadigma is materie onbewust. 
Het nu dagende alternatief is
dat bewustzijn een essentiële eigenschap van de natuur is;
het is er altijd en overal.  Er is aantoonbaar ervaring
in virussen, moleculen, atomen en zelfs in elementaire deeltjes. 
Omdat bewustzijn universeel is,
is het dus niet iets dat gedurende de evolutie is ontstaan.
Wel zijn de verschillende hoedanigheden en dimensies ervan,
met als top bewustzijn van het bewustzijn, ontstaan.

De kleuren en geluiden die wij ervaren
zijn niet werkelijk ‘daarginds’,
maar slechts de in onze geest geconstrueerde beelden ervan.  
Net zoals wij in dromen van alles ondergaan,
wat zich daarginds lijkt af te spelen,
wordt alles wat ik zie, hoor, proef, ruik in ‘waaktoestand’
via zintuiglijke input in onze hersenen tot leven geroepen. 
Er zijn daarom twee werkelijkheden; de fysieke realiteit
(dat wat feitelijk daarginds is) en de persoonlijke realiteit
(de reconstructie in onze geest). 
Wat wij als realiteit beschouwen is niet meer
dan de wijze waarop de menselijke geest
de fysieke wereld formeert en interpreteert.  
De Vedantische wijsgeren spreken over ‘Maya’
wanneer wij die twee verwarren;
wij lijden aan een waanidee als wij geloven
dat de boom die wij zien, de boom zelf is.

Het is een geloofwaardige veronderstelling
dat er een fysieke realiteit achter onze waarneming bestaat. 
Dat komt omdat onze ervaringen beperkt zijn
en duidelijk omlijnde consequente wetmatigheden volgen. 
Naarmate wetenschappers echter meer zijn doorgedrongen
in de ware aard van de onderliggende werkelijkheid,
hoe meer zij ontdekt hebben
dat zij niet is zoals wij ons die voorstellen. 
De materie is een spookachtige lege ruimte (99,9999999 % lege ruimte),
die voortdurend razendsnel verschijnt en verdwijnt
en niet vastgelegd of gemeten kan worden,
maar meer lijkt op vage wolken van potentieel bestaan.

Zelfs als we verstandelijk accepteren dat onze ervaringswereld
een constructie van de geest is,
zien we de wereld nog steeds ‘daarginds’ rondom ons,
net zoals wij nu nog steeds de zon zien ondergaan,
terwijl we weten dat . . . . . . . . . . . . .   . 

Spiritueel ontwaakte wijzen omschrijven dat duidelijk,
niet als een theoretisch idee, maar uit persoonlijke ervaring,
dat de hele wereld een manifestatie in de geest is:

ü       “Je beseft zonder enige twijfel dat de wereld in
        jou is, en jij niet in de wereld.”

ü       “Jij bent het hele universum.  Jij bent in alles en
        alles is in jou.  De zon de maan en de sterren
        cirkelen in je rond.”

ü       “Materie komt uit de geest voort en niet de geest
        uit de materie.”

Ruimte en tijd zijn dus fundamentele dimensies van het bewustzijn.

Het mysterie van het licht.

De brug tussen de fundamentele waarheden
van de innerlijke en de uiterlijke werkelijkheid is het licht.
 

Zowel de relativiteits-theorie als de kwan-tumfysica ontstonden door studie naar het afwijkende gedrag van licht, dat een heel speciale, meest essen-tiële, plaats inneemt in de kosmos.  Licht ge-hoorzaamt niet aan de wetten van het be-staande wetenschap-pelijke paradigma.  Licht kan niet worden ingehaald en het komt altijd voor in identieke porties (kwanta).  Het enige dat zich met de lichtsnelheid kan ver-plaatsen is het licht zelf, omdat het geen materieel object is en geen massa heeft, het is in een ‘gebied’ waar geen ‘ervoor’ of ‘erna’ bestaat en ook geen ruimte, maar alleen  nu Het is geen deel van de materiële wereld.  Tijd en ruimte blijken geen absolute waarden; alleen verschillende uitingen van een diepere realiteit, het ruimtetijdcontinuum, dat voorbij ruimte en tijd is.  Alleen het licht is absoluut.  Wat licht feitelijk is, weten we nooit direct.

Duizenden jaren hebben zoekers (mystici) de subtiele aspecten van de geest onderzocht.  (Deze kennis van de subtielere niveau’s van bewustzijn kan men niet verkrijgen door het bestuderen van ervaringen van anderen, maar alleen door eigen direct ervaren, wanneer de geest volkomen stil is, zonder gedachten, gevoelens, waarnemingen en herinneringen.  Daar is geen ‘ik ben dit’, of ‘ik ben dat’, maar alleen zijn, alleen zuiver bewustzijn.)  In hun beschrijvingen is licht het steeds terugkerende onderwerp en ontwaakten worden ‘verlicht’ genoemd. 

Upanishad:
     “De ene ‘ik ben’ die in het
       centrum van de schepping
       is, Gij zijt het licht des
       levens.”

Het Tibetaanse boek van de grote bevrijding:
      “Het uit zichzelf voort-
        gekomen heldere licht,
        eeuwig ongeboren. . .”

Ook bewustzijn is geen deel van de materiële wereld.  Deze kernidentiteit is voor ons allemaal dezelfde.  Het idee dat wij een uniek zelf zijn, is alleen een bouwsel van de geest.  Het licht van het bewustzijn dat in jou schijnt, is hetzelfde licht dat ik ‘ik’ noem.  Dit licht verandert nooit, is tijdloos en ruimteloos.  Ook het licht van het bewustzijn is absoluut.

 

Deze overeenkomsten geven aan dat de fysieke wereld
en de wereld van de geest een gemeenschappelijk basis delen,
een basis die wij als licht ervaren. 
Monotheïstische godsdiensten noemen dit God. 
Maar deze ‘Ik ben die ik ben’-identiteit
is geen afgescheiden superieur wezen,
maar het licht van het bewustzijn dat in iedereen schijnt.

Spiritualiteit is een universeel principe,
dat niet afhankelijk is van tijd, cultuur, of religie. 
Zo lang als ik kijk vanuit een materialistisch denkpatroon,
zal ik mij zorgen maken of ik iets wel of niet krijg
(van de buitenwereld) dat mij gelukkig zal maken. 
Maar ik kan er ook voor kiezen
me niet aan dat denkpatroon te binden,
door diep van binnen contact te maken
met het bewustzijnslicht dat voorbij gaat aan de materie. 
Daar zijn wij vrij van angst, waardebepaling en oordeel
en deze kwaliteit is altijd al in ons aanwezig. 
Het koninkrijk der hemelen is ín ons (allemaal). 

Meditatie

Kennis van de subtielere niveau’s van zijn
kan alleen verkregen worden door eigen oefening
en dé methode van oefenen heet meditatie. 
Onderzoek (o.a. aan de universiteit van Bristol)
heeft aangetoond dat er door meditatie
fysiologische veranderingen ontstaan
die precies tegenovergesteld zijn aan de stressreactie. 
Praktisch elke reactie op stress,
van hartritme en bloeddruk
tot de chemische reacties in het lichaam
en de hersenactiviteit veranderen gedurende meditatie ingrijpend.

Net zoals de wetenschap onderhevig is aan paradigma-verschuivingen
en nu toe is aan een nieuw paradigma
heeft ook godsdienst zich steeds ontwikkeld: 
van alles bezit een eigen ziel of geest,
via polytheïsme (verschuiving naar bovennatuurlijke godheden)
naar monotheïsme (één almachtige god als een persoonlijk wezen). 
Daarnaast was er al vroeg een atheïstische (zonder god) stroming. 
In de zesde eeuw voor chr. grondde Mahavira het Jainisme,
in de vijfde eeuw voor chr. Siddharta Gautama het Boeddhisme
en rond die zelfde tijd traden in China Lao Tzu en Confusius op. 
In feite onderwezen zij allen
dat mensen de waarheid kunnen ontdekken en vrede kunnen vinden
zónder in een godheid te geloven.  Via een eenvoudig leven,
met deugdzaamheid, eerlijkheid en boven alles vriendelijkheid
én met behulp van volhardend oefenen,
kan men zichzelf bevrijden van alle zelf opgelegde beperkingen
zoals verlangens, hechtingen, misleidingen
en een verkeerd besef van het zelf. 
Een ander steeds terugkerend spiritueel thema
is het pantheïsme (god is alles). 
[ Hegel: ‘de geschiedenis is deel van de zelfverwerkelijking van god.’ ] 
Naast Hegel waren (zijn) Whitehead, Teilhard de Chardin,
Sri Aurobindo en Einstein bekende pantheïsten. 
Het pantheïsme kent geen kerk, geen heilig boek,
geen goeroe’s, geen organisatie. 
Daarom is het niet zo zichtbaar,
maar in feite zijn veel mensen vandaag de dag pantheïsten.

De wetenschap heeft zich (gelukkig) losgemaakt
van de doctrines van de monotheïstische godsdienst
en schiep een atheïstisch wereldbeeld. 
Dat heeft ons allen veel gebracht, maar ons ook vervreemd. 
Het is nu hoog tijd dat de wetenschap bewustzijn
als een wezenlijke hoedanigheid van de werkelijkheid gaat zien
en dat de godsdienst god aannemen
als het licht van het bewustzijn dat in ons straalt. 
Dan kunnen die twee weer worden samengebracht
in een groter, meer omvattend, completer metaparadigma,
waarin wetenschap en spirituele leringen dezelfde basis hebben. 
Deze ontmoeting is van wezenlijk belang
voor een dieper inzicht in de kosmos
en voor de overleving van onze soort. 
De toekomstige ontwikkeling van de menselijke soort
gaat niet in de richting van de buitenaardse ruimte,
maar naar de voor de meesten nog verborgen diepten van het bewustzijn.

  S Joop Bouma: "Slikken. 
                   Hoe ziek is de farmaceutische industrie ?"
Joop Bouma onderzocht als journalist de marketingactiviteiten
van de farmaceutische industrie.  Zijn bevindingen schreef hij op
in een boek met bovenstaande titel.  Het volgende artikel is een
bewerking van een bespreking in het blad "Plus".


Pas op . . . met de patiëntenvereniging.
Veel brochures van patiëntenverenigingen zijn gesponsord door
bepaalde fabrikanten.  In dat geval vermelden zij bijv. niet dat
middelen van een concurrerend merk minder bijwerkingen
hebben, of goedkoper zijn.  De farmaceutische industrie is
heel zuinig op haar contacten met de diverse patiëntenverenigingen.
Zij gebruikt die verenigingen ook om druk uit te oefenen
op politieke besluitvorming én op de voorschrijvende artsen.
Zij besteden daar veel geld aan.  Uit het onderzoek bleek
dat verenigingen die zich lieten sponsoren door de industrie
gemiddeld  € 55.000,- per jaar ontvingen
en bij sommige verenigingen was het inkomen uit de industrie
meer dan de helft van hun totale inkomsten.  Sommige
verenigingen zijn daar absoluut niet open over.  Enkele
verenigingen weigeren bewust om zich te laten sponsoren
om vrij te blijven ten opzichte van de farmaceuten. 
Sinds 1 januari 2006 hebben
de Stichting Code Geneesmiddelenreclame en
de NPCF (samenwerkingsverband patiëntenverenigingen)
richtlijnen opgesteld om een te sterke verwevenheid
tegen te gaan.  Hopelijk werken die. 
Als lid van een vereniging kunt u verzoeken om inzage in eventuele
sponsorcontracten.  Geheimzinnigheid is reden voor wantrouwen.


Pas op . . . met de huisarts.
De farmaceutische industrie gebruikt grote sommen geld
om artsen zo ver te krijgen dat ze hún middelen voorschrijven.
Artsen zijn verplicht om aan nascholing te doen.  De belangrijkste
financier daarvan is die industrie.  Daarnaast worden er allerlei
cadeautjes in de strijd geworpen, zoals; mp3-spelers, vulpennen,
memorysticks, dicteerapparaten, of luxe laptoptassen.
Vijf van de tien huisartsen doen hier niet aan mee, maar de andere
helft dus wel
.  Die laatsten zeggen steeds dat zij daar niet door
worden beïnvloed.  Onderzoekers stelden in 2003 echter vast
dat niet de warde van de cadeaus doorslaggevend was,
maar het feit dát er een cadeau wordt gegeven.  Ze neigen
er naar middelen voor te schrijven waar een cadeau
voor werd gegeven.  het is ook logisch dat de industrie hier
niet zo veel geld aan zou besteden als het niet werkte.
Dat heeft er zelfs toe geleid dat artsen bepaalde middelen
gingen voorschrijven voor aandoeningen
waarvoor ze niet bedoeld zijn.  In Nederland leidde dat
bijv. waarschijnlijk tot het overlijden van tientallen
gebruikers van een bepaald 'medicijn' dat later
niet veilig bleek te zijn. 
Stel daarom kritische vragen aan uw huisarts,
vooral als hij een nieuw middel wil gaan voorschrijven.
Natuurlijk is dat lastig, maar het gaat om uw leven.
Bijv.:     ● Welk bewijs is er dat dit middel beter is ?
             ● Is dat bewijs gepubliceerd in een groot medisch vakblad
                  of vertrouwd u op de informatie van de fabrikant ?
             ● Zijn de voordelen groter dan de bijwerkingen ?
             ● Neemt u cadeautjes aan van de farmaceutische industrie ?
             ● Laat u de farmaceutische industrie betalen voor congresbezoek?

Pas op . . . tijdens het internetten.
Op diverse websites kunt u prachtige succesverhalen vinden,
waarin artsen in witte jassen enthousiast vertellen
over de geweldige effecten van een nieuw geneesmiddel.
Veel patiënten rennen vervolgens snel naar de huisarts voor
dat nieuwe wondermiddel en dat is ook precies de bedoeling.
Omdat farmaceutische bedrijven in Nederland niet rechtstreeks
op het publiek
gerichte reclame mogen maken voor medicijnen
die uitsluitend op recept te verkrijgen zijn, is internet het
medium geworden voor sluikreclame via websites die
het eigendom zijn van de fabrikant. 
Daar zijn talloze voorbeelden van te geven. 
Jaarlijks besteedt de Nederlandse farmaceutische industrie
600 miljoen Euro aan onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen
en voor de marketing ervan één miljard Euro.
Kijk dus kritisch naar sites; ook al lijken ze neutraal,
toch zijn ze vaak eigendom van een bedrijf.  U kunt nagaan
of dat het geval is door het webadres in te voeren
op
de website: http://centralops.net/co/DomainDossier.aspx.
Vink dan het hokje aan bij:  domain whois record .

Pas op . . . in het ziekenhuis.
Als u in het ziekenhuis terecht komt, kan het zijn dat u
voor een kwaal waar u al langer medicijnen voor slikt
ineens een ander middel krijgt.  Dat had niets te maken
met de reden waarvoor u in het ziekenhuis belandde.
Ziekenhuizen krijgen voor de nieuwste medicijnen extreem
hoge inkoopkortingen tot wel 99%.  Daarmee besparen
de ziekenhuizen zelf wel, maar lopen de kosten voor
de gezondheidszorg enorm op, omdat de huisarts
de neiging heeft het voorschrijfgedrag van de specialist te volgen.
Die nieuwe middelen zijn vaak veel duurder omdat er
nog patenten (looptijd 20 jaar) op rusten.  Fabrikanten en
ziekenhuizen probeerden dit kortingssysteem geheim te houden,
maar onlangs lekte deze kwalijke praktijk uit.  Daar komt
nog een probleem bij.  Nieuwe middelen zijn lang niet altijd
bewezen veilig.  De zeldzamere bijwerkingen komen
over het algemeen pas tevoorschijn na jarenlang gebruik
door grote groepen patiënten, zelfs met grote groepen
overledenen tot gevolg. 
Vraag bij de ziekenhuisopname aan de medisch specialist
waarom hij middel 'X' wil voorschrijven als u tot nu toe
altijd middel 'Y' gebruikte.  Wat is er mis met 'Y' ? 
Vraag hem of zijn keuze voor het nieuwe middel
gebaseerd is op onafhankelijk gepubliceerd onderzoek. 
Onafhankelijke geneesmiddelinformatie:
www.medicijngebruik.nl en www.gezondescepsis.nl .


Pas op . . . met de media.
Koppen in kranten tijdschriften zijn niet de meest betrouwbare
informatiebron.  Ook de media worden door de fabrikanten
bespeeld.  Eerst laten ze een artikel verschijnen, waarin
ze een probleem op
kloppen, zodat veel mensen gaan denken
dat ze (misschien) aan een kwaal lijden. 
Daarna komt men met
de mededeling dat fabrikant 'Z' met een nieuw medicijn
een doorbraak heeft bereikt in de bestrijding van het (feitelijk
niet of nauwelijks bestaande) probleem. 
Ook organiseert de industrie persreizen naar congressen
in bijv. Barcelona, Parijs, of New York.  Als redacteur
die belast is met gezondheidszaken kun je zo
de halve wereld rondreizen.  Tijdens het congres
wordt je dan steevast 'begeleid' door een aan de fabrikant
gekoppelde arts, die alle kritische geluiden over het betreffende
middel zal ontkennen.  Alle voorzieningen (hotel, diner, enz.)
zijn uiteraard van topklasse.  Natuurlijk blijven goede journalisten
kritisch, maar er zijn er genoeg die voor de druk bezwijken. 
Het kan echter nog erger.  Voor veel artikelen en zelfs
complete bijlagen in publieksbladen over ziekten
en beschrijvingen van daarbij 'behorende' medicijnen
wordt dik betaald door deze industrietak. 
Ook een televisieprogramma als bijv. "Mens & lijf" van RTL7
is voor 41.500 Euro te koop.  Een professionele redactie
maakt dan voor bedrijven over gewenste aandoeningen
themaprogramma's.  Deze sponsoring wordt wel vermeld,
maar slechts op een zeer snel aflopende titelrol,
zodat hij zogoed als niet leesbaar is.
Opgemerkt dient te worden dat niet alle medische nieuws
in de media van zo'n twijfelachtig allooi is.  Ze kúnnen ook
een waardevolle bron van informatie zijn.
Geloof niet alles in de media, en al helemaal niet
het nieuws over medicijnen.  Pas vooral goed op
met eenzijdige informatie bij commerciële programma's.

Medische experts die in de media opdraven hebben vaak
een financiële relatie met een farmaceutisch bedrijf.  Het is
dan de vraag of ze de gehele waarheid spreken.
De geneesmiddelen informatielijn van de beroepsorganisatie
van apothekers: 
'
0900-9998800 (€ 0,20 pm) tussen 10.00 en 16.00 uur.
 

 

Start ] Omhoog ]