|






































| |
(Contact:
dehartspiegel@tele2.nl - 077-4771898 )
Wij zouden graag zien dat het kwalitatieve uit reguliere en
alternatieve gezondheidszorg op basis van wederzijds respect
ten behoeve van de belangen van individuen en de samenleving
optimaal en gelijkwaardig met elkaar samenwerken. Beide
richtingen hebben eigen kwaliteiten en in beide komen zaken
voor die aan de kaak gesteld moeten worden. Bij het bespreken
hiervan kunnen wij niet om onze eigen positie heen; wij kiezen
voor een alomvattender benadering dan aan de orde is in de
reguliere zorg en hebben daar onze redenen voor (zie de pagina's
'geesteswetenschap' & 'quantumfysica en wijsheid'). Als gevolg
daarvan zal de kritiek op de reguliere zorg uitgebreider aan bod
komen. Wij beseffen dat dat te maken heeft met onze
eigen
vooraf ingenomen positie.

§ 1. (on)Machtsposities in de gezondheidszorg;
‘zorgen voor
zieken’ .
Voor ik uitgebreider inga op
de mankementen in de huidige
overheersende gezondheidszorg, wil ik allereerst mijn respect
uitspreken voor de vele betrokken, hard werkende, het beste
willende artsen en andere werkers in de reguliere gezondheidszorg.
Het is jammer dat ze zeer eenzijdig materialistisch geïndoctrineerd
zijn, maar hun intenties verdienen respect. De kritiek is vooral
een aanklacht richting het machtsmisbruik van de farmaceutische
industrie die via haar invloed bij medische tijdschriften
en
de reguliere instituties, als daar zijn, medische
adviescolleges
van ziekenfondsen
en patiëntenverenigingen en het
zeer
conservatieve KNMG alternatieve
benaderingen via de overheid
dwarsboomt of laat verbieden.
Het is niet voor niets dat er een vereniging van dissidente artsen
bestaat, en dat in navolging van Engeland er een tijdschrift
verschijnt met als titel "Medisch dossier; Wat artsen je niet vertellen"
(Bentota, Rotterdam). Het zijn niet de slechtste artsen, die zich na
een aantal jaren praktijkvoering gaan bekwamen in één of meer
alternatieve benaderingen. Zij komen doorgaans tot die stap,
omdat
zij merken dat de reguliere werkwijze vaak niet diep genoeg
gaat,
niet veel verder komt dan zalf kwakken en pleisters plakken.
Om bij het opkomen van de
natuurwetenschappen serieus
genomen te worden, moesten de menswetenschappen zich
aanpassen aan het materialistische wereldbeeld. Menszijn werd
gereduceerd tot een samenspel van chemische processen. De
officiële geneeskunde heeft daarbij de mens als samenspel van
veel meer aspecten (lichamelijke én emotionele én mentale én
sociale én zingevingaspecten) uit het oog verloren. De medici
gingen steeds meer het alleenrecht op genezen claimen.
De mensen werden ontdaan van hun natuurlijke mogelijkheden
om zichzelf te genezen. Bovendien heeft
ze de overal aanwezige
kennis van kruiden en andere belangrijke benaderingen links laten
liggen of erger nog verketterd en belachelijk gemaakt. Zo zijn veel
mensen afhankelijk gemaakt van artsen en medicijnen en niet meer
zelf actief betrokken bij hun gezondheid. Veel patiënten zijn daar zo
aan gewend geraakt, dat ze nu graag de verantwoordelijkheid voor
hun gezondheid bij de arts leggen.
Het moge duidelijk zijn dat de
farmaceutische industrie dat ook
graag
zo wil houden. Het is dergelijke bedrijven louter en alleen om
winst te
doen. In 2003 bijvoorbeeld gaf de farmaceutische industrie
meer uit aan marketing en reclame dan aan research naar nieuwe
geneesmiddelen. (Lees eventueel ook het artikel n.a.v. het boek van
J. Bouma over de praktijken van geneesmiddelenfabrikanten
op de pagina 'verzamelde artikelen' onder de pagina 'artikelen')
Onlangs verscheen een rapport waaruit blijkt dat
allerlei voor de
derde wereld belangrijke medicijnen uit het
fabricageproces zijn
genomen, omdat ze niet genoeg winst
opleveren. Van de twaalfhonderd
nieuwe geneesmiddelen die de
laatste jaren zijn ontwikkeld, zijn er
dertien voor ziekten die
vooral in ontwikkelingslanden voorkomen. Het meest gezag-
hebbende medische tijdschrift ‘The Lancet’ kan niet
eens bestaan
zonder sponsoring [advertenties en (veel erger)
advertorials] van
deze winstwolven in schaapskleren. Wiens brood
men eet, diens
woord men spreekt, is een oude wijsheid. Kruiden die
mensen
zelf kunnen kweken en bereiden moeten dus met alle geweld
in een verdachtenbankje terecht komen. Ook aan de universiteiten
is de
invloed van deze markt groot en individuele artsen hebben het
te druk
om in de berg van informatie die op hun bureau terecht komt,
feiten
van reclame te scheiden, temeer daar veel ‘onderzoekers’
betaald
worden door diezelfde farmaceutische industrie. Bovendien
komen er
steeds weer gegevens boven water over bedenkelijke
marketingpraktijken in de richting van de voorschrijvende club.
Deze handelwijze wordt helaas
gesanctioneerd door regering,
verzekeraars en ziekenfondsen (geadviseerd door overwegend zeer
conservatieve medische adviescolleges), zodat essentiële veranderingen
moeilijk zijn. Zelfs als mensen uit hun eigen disciplines (Smalhout,
Houtsmuller, Stevenson, Moolenburgh e.v.a.) met fundamentele kritiek
komen, of
aantonen dat andere benaderingen dan die chemische
oorlogsvoering
meer resultaat opleveren, zónder allerlei bijwerkingen,
dan reageert de
beroepsgroep in feite als een sekte; ‘alles en iedereen
die niet kritiekloos
onze geloofs-overtuiging accepteert, moet een
(figuurlijk) kopje kleiner
worden gemaakt.’ Mensen die niet uit de
eigen beroepsgroep komen,
worden meteen als charlatan weggezet.
De huidige geneeskunde isoleert het
lichaam van de rest. Binnen dat
lichaam wordt dan veelal ook nog eens elk onderdeel afzonderlijk
bekeken en ‘behandeld’. Onderzoek dat emotionele en andere
variabelen [zoals bijv. zingeving of voeding (in de breedste betekenis
van dit woord, dus ook
alles dat we innemen op mentaal en
emotioneel,
psychisch vlak)] in het totaal wil betrekken, wordt door
het merendeel
nog steeds als waardeloos beschouwd. Bijna iedereen
kent wel het
langdurige verzet van de meeste traditionele artsen
tegen het idee dat
ziekte psycho-somatisch zou kunnen zijn.
Die kentering heeft overigens
eindelijk
wel doorgezet. Maar
dat ziek zijn zou kunnen voortkomen uit
gebrek aan
zicht op
de spirituele betekenis van leven wordt daar nog
steeds
volledig
belachelijk gevonden (enkele uitzonderingen daargelaten).
[ Onderzoek
volgens normale wetenschappelijke standaarden heeft
inmiddels echter overtuigend aangetoond dat
meditatie,
handoplegging,
bidden (ook als de cliënt daar geen weet van heeft), enz.
genezingsprocessen aanmerkelijk verbetert. (Lees: Lynn
Mc Taggart)]
Men heeft vooral drie deelgebieden
geëxploreerd en technologisch
verfijnd; diagnose, medicijnen en chirurgie. Daarbij kijkt men
vrijwel
uitsluitend naar symptomen, die men bestrijden moet.
Dé oorzaak van
ziekte legt men bij de micro-organismen,
die ons -zo maar- aanvallen en
ziek maken. Kan men deze
niet als veroorzakers aanwijzen, zoals bij
kanker, multiple sclerose e.d.
dan wordt het etiket ‘oorzaak onbekend’
opgeplakt, omdat men
vanuit de zelf gekozen geïsoleerde positie niet of
nauwelijks
verder kan kijken dan die symptomen. Daarbij speelt een rol
dat allerlei maatschappelijke belangengroepen
[farmaceutische
industrie,
medische apparatuur verkopende bedrijven, bedrijven
die met goedvinden van de overheid ons voedsel mogen bederven
{verven
(kleurstoffen), van
parfum voorzien (geurstoffen),
aantoonbaar
schadelijke stoffen ( E-nummers) toevoegen
(zeker
voor wat betreft hun
cumulatieve effecten en hun invloeden
in de
groeifase)}, bedrijven die
met genetisch manipuleren zeggen
bevolkingsbelangen te dienen, maar
in feite alleen in meer winst
en afhankelijkheid
van boeren geïnteresseerd
zijn, en de enorme
industriële belangen rond
de massadistributie van
geraffineerde
suikers (alleen al het reclamebudget van de firma coca-cola
is per jaar even groot als de totale Nederlandse begroting)] dat
graag
allemaal zo
willen houden. Men heeft echter weinig gedaan
om de
algemene
gezondheid van de
bevolking te verbeteren en
om de
fundamentelere
oorzaken te vinden.
(Toen Prof. Smalhout
na gedegen
onderzoek
constateerde dat de
reguliere gezondheidszorg
0% bijdrage
heeft
geleverd aan de algemene
verbetering van
de gezondheid, viel de
hele
medische wereld over hem
heen.
Niet omdat ze de resultaten van
zijn
onderzoek bestreden, die
kenden
zij eigenlijk ook al wel, maar omdat
‘hij het eigen nest bevuilde’.)
Vaak wordt ten onrechte geschermd met
het feit dat
de gemiddelde
leeftijd toch maar enorm is toegenomen
[van ± 35 jaar in voorgaande eeuwen
tot ± 75 jaar
nu
(in het
rijke deel
van de wereld) ]. Men ‘vergeet’
dan handig
dat dat vooral aan andere
factoren ligt:
-
Enorme verbetering van de algemene
hygiëne, met als gevolg;
-
Terugdringing van de gigantische
babysterfte,
die het gemiddelde
enorm drukte;
-
En verbetering van erbarmelijke
werkomstandigheden (hier)
voor
met name de arbeiders.
Prof. Barnard (eerste harttransplantatie):
"De belangrijkste uitvinding
met betrekking tot de toename van de algemene levensverwachting in
het westen is de uitvinden van de water gespoelde toiletpot met
aansluiting op riolering." De wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) berekende dat bepaalde ziektes
tegenwoordig veel vaker voorkomen dan vroeger (rond 1920 bijv.):
-
hart- en vaatziekten....14 maal;
-
reumatische ziekten....17 maal;
-
kanker...................... 20
maal;
-
vetzucht................... 35 maal;
-
allergieën.................. 70
maal.
Terwijl er 0% teruggang van ziekte is waar
te nemen, heeft er wel
een verschuiving plaats gevonden van epidemische ziekten naar
kanker,
hart- en vaatziekten en psychische ziekten.
[Hoewel het
resistent
worden van allerlei bacteriën en virussen en de aidsexplosie
weer een
andere kant op wijzen. De rol van de farmaceutische
industrie met haar
antibiotica (betekent terecht ‘tegen het leven’)
wordt hier wel heel erg
duidelijk.]
De symptomen zijn dus veranderd.
Helaas maken veel medicijnen (met name
antibiotica) de eigen afweer
‘overbodig’ én kapot. Daardoor verliest het lichaam het vermogen om
voor zichzelf te zorgen. Bovendien hebben veel medicijnen
bijwerkingen, die in een aantal gevallen zelfs ernstiger zijn dan de
kwaal waartegen ze werden voorgeschreven. De meeste medicijnen
genezen helemaal niets. [Zelfs
ex-minister Borst gaf onlangs in een
interview
toe, dat in
80% van de gevallen, waarin medicijnen worden
voorgeschreven, deze middelen
helemaal geen invloed hebben op
het verdere
verloop, maar dat het het lichaam
zelf is,
dat ook zonder deze
toevoegingen, met enig geduld
voor herstel zou
hebben gezorgd. Slechts één op de tien mensen
geneest
dankzij medisch ingrijpen. En terwijl zij dat dus weet,
zeurt ze vooral
over de prijzen van die
lapmiddelen en probeerde zij
alles
wat in haar vermogen ligt om middelen
zonder bijwerkingen
te laten verbieden.]
In plaats daarvan camoufleren
veel medicijnen de
ziekteverschijnselen,
waardoor de ziekte wat
dragelijker wordt, en/of , wat veel
erger is,
elimineren zij alleen de uiting van de ziekte, zodat de oorzaken
ondergronds doorwoekeren. Na een
tijd treedt dan of dezelfde ziekte
weer op,
of
hebben de oorzaken een
andere signaal-mogelijkheid
gevonden,
wat dan een andere
ziekte
genoemd wordt, omdat
de samenhangen
uit het oog verloren zijn. Dr. H. Moolenburgh
noemt dat 'de medische verschuifkunde'.
Op het moment dat er ergens in de
alternatieve gezondheidszorg ook
maar
iets fout gaat, valt onmiddellijk de hele medische beroepsgroep
(en een groot
deel van de media) over de gehele
alternatieve zorg heen.
Blijkbaar is men
daar nog niet in staat onderscheid te maken.
Bovendien
zou het goed zijn als
men eens kritischer
naar het eigen
mishandelen
keek. Een universitaire
opleiding
blijkt in ieder geval geen enkele
garantie te bieden voor
kwalitatief handelen. Er vallen vele tientallen
pagina’s
te vullen
met wat
er allemaal fout zit
in de reguliere verslaving
aan
symptoombestrijding. Dat ga ik u
niet aandoen.
Als u echt
geïnteresseerd bent,
kunt u
(o.a. via internet)
massa’s van dergelijke
gegevens vinden. Ik noem
slechts
enkele gegevens
uit een lijst die dus
erg lang te maken is:
-
Het allereerste moderne
kwaliteitskenmerk van zorg is
dat zij is afgestemd op de belevingswereld van de cliënt.
(Waar vraagsturing steeds meer wordt gezien als wenselijk al helemaal.)
Uit divers onderzoek blijkt dat bij therapie vooral de volgende
non-specifieke factoren (in die volgorde) het meest werkzaam zijn:
· De
therapeutische relatie (affectie, empathie en betrokkenheid,
overeenstemming over taken en doelen).
· Ervaringsgericht
leren (eigen inzichten en acties van de cliënt
en confrontatie).
· Het
verleden bezien vanuit het heden met het oog op de toekomst.
De therapeut moet dus de
belevingswereld van de cliënt kunnen
aanvoelen . . .
en . . . serieus nemen.
Afstemming is eis nummer één.
In de huidige reguliere
gezondheidszorg worden metafysische,
onstoffelijke aspecten en buitenzintuiglijke waarneming vrijwel
uitsluitend afgedaan als fantasie en confabulatie. In psychologie
en psychiatrie, in wat algemeen ten onrechte wordt aangeduid als
geestelijke gezondheidszorg (omdat men daar in feite het bestaan
van ‘geest’ ontkent), wordt psyche niet in verband gebracht
met ‘ziel’. ‘Moderne’ psychologie kent geen ziel. Psychisch leven
wordt
(helaas steeds meer) gezien als de resultante van
elektrisch/biochemische processen in de hersenen en houdt dus op
met de dood. In die opvatting hoort psychologie zich eigenlijk
alleen bezig te houden met die aspecten van menszijn
die meetbaar zijn
in een laboratorium.
De dominante definitie in universitaire kringen
voor het begrip psyche is:
‘het totaal van veronderstelde innerlijke processen
en verrichtingen
als verklaring voor gedrag als meetbare respons’.
De commissie Verhagen constateert: “De gangbare doelstelling
van psychotherapie is symptoomreductie en symptoombestrijding”.
( Niet
genoemd worden dus: het opsporen van oorzaken
en het voorkomen
van herhaling
en het verbeteren van levenskwaliteiten,
of het bevorderen van keuzevrijheid
of het helpen vinden van betekenis.)
Volgens de raad voor de
volksgezondheid schiet
de geestelijke
gezondheidszorg ernstig tekort in de afstemming t.o.v.
allochtone cliënten.
Bij de meesten van hen is
van een geheel andere beleving van de werkelijkheid
sprake.
Daar moet aan worden toegevoegd dat dat ook geldt
voor veel autochtonen.
Volgens ± 70 % van de bevolking
is een mens niet alleen maar een product
van
elektrisch/biochemische processen,
maar is er iets
dat veel essentiëler is
en dat algemeen wordt aangeduid
met ‘ziel’.
Van de Nederlandse bevolking
zegt op dit moment
11% er zeker van te zijn
dat reïncarnatie bestaat
en houdt
nog eens 13 % dat voor een serieuze mogelijkheid.
Ook voor hen houdt het leven dus niet op met de dood.
Bezielde cliënten
vragen om een bezielde afstemming.
De louter rationele definiëring
van ‘psyche’ in de reguliere zorg
is daartoe absoluut te eenzijdig.
Mensen ervaren de werkelijkheid
op een eigen subjectieve manier.
Dat is geen terugval
naar een primitievere manier van mentaal functioneren,
maar een volledigere manier van zijn. Dat vereist
van een therapeut
dat hij zich verdiept in de eigen subjectiviteit
en vooroordelen en
stereotypen.
De meeste
psychologen / psychiaters zijn nauwelijks
of geheel niet bereid
die belevingswereld van de cliënten
serieus te nemen. Men hoort vaak
wel
minzaam
(lees: met arrogante minachting), maar luistert niet echt
en wil al helemaal niet meegaan in ideeën en verklaringen
die afwijken van de universitaire materialistische indoctrinatie
die men zelf achter de rug heeft.
V.d. Hart: “De geestelijke
volksgezondheid is onvoldoende
vertrouwd
met stoornissen waarin psychisch trauma
een centrale rol speelt.
Er wordt te weinig bezien of
er sprake is van een traumatische
voorgeschiedenis
bij mensen die hulp zoeken voor psychische
of psychosomatische klachten.
Te weinig therapeuten
zijn geschoold (geïnteresseerd) in gerichte behandeling
van cliënten
met aan traumatische ervaringen gerelateerde klachten."
- Volgens de gezondheidsraad gebeuren er in de
reguliere zorg
jaarlijks
ongeveer 800 ernstige en verwijtbare
fouten,
die getraceerd
kunnen
worden. Volgens de gezondheidsjurist
en medisch advocaat
Mr. Verkruisen sterven jaarlijks
in Nederland naar schatting
drieduizend mensen
door dergelijke medische fouten; dat zijn
acht mensen
per dag.
Dat zijn er ongeveer drie maal zo veel
dan in het verkeer.
Volgens Prof. Smalhout heeft dit cijfer
vooral te maken
met het
ontstane lopende-band-werk,
waarin missers
worden veroorzaakt
door onoplettendheid,
achteloosheid, gemakzucht en blinde routine.
- Van de patiënten in de Nederlandse ziekenhuizen ligt
ongeveer 15 %
daar
als gevolg van de bijwerkingen van 'medicijnen';
ongeveer 15 %.
- Zeer veel patiënten in de reguliere zorg
klagen over
een onpersoonlijke
benadering, te snel voorschrijven
van medicamenten zonder dat men
goed gehoord is
en het chanteren van patiënten, zelfs na een lange
vruchteloze behandeling, indien zij hun heil willen gaan zoeken
bij
een alternatief ('Indien u die weg gaat, mag u bij mij
niet meer
aankloppen'.)
- In Nederland sterven ongeveer 200 personen per
jaar
aan het gebruik
(jawel) van pijnstillers van de drogist;
daar hoor je niemand over.
- Nog steeds worden allerlei fouten in de reguliere zorg
snel toegedekt
en/of ontkend door elkaar de hand
boven het hoofd houdende
collega's. De burgerij moet
vooral
ook niet ongerust gemaakt worden.
Vaak gebeurt
dat
omdat verzekeringsmaatschappijen hun verbieden
hun
fouten gewoon ruiterlijk te erkennen.
- Nog steeds wordt jaarlijks gewerkt met bewezen
ineffectieve,
peperdure
en veel letsel en risico met zich meebrengende
'therapieën', zoals
harttransplantatie,
chemotherapie en
een deel van de bestralingen,
waarvan in ieder
geval
niet is aangetoond dat zij de levenskwaliteit
verhogen;
integendeel.
Deze behandelingen zijn enorm duur
(een chemokuur kost
± € 35.000,--
alleen voor het stofje
dat misschien
de
tumor een beetje remt). Daar
wordt
door industriëlen
enorm veel aan
verdiend.
Voor dezelfde kosten
zijn
in de derde wereld
meer dan het
honderdvoudige aan levens
op een
lange,
zinvolle en kwalitatieve
manier te verlengen.
Men doet dan
vaak alsof er een leven
'gered' is.
Er wordt geen enkel leven gered,
omdat het sterven van het
stoffelijke lichaam (gelukkig) onvermijdelijk is.
[ Met dit voorbeeld over extreem dure behandelwijzen
wil ik niet zeggen
dat we hier mensen zo maar moeten
laten sterven.
Maar uitgaande van
de gelijkwaardigheid
van alle mensen
is een serieuze discussie over de
grenzen
van wat wij hier
zouden moeten willen echter wel
op zijn plaats,
ook al zal dat
wel op veel onbegrip
en/of onwil (lees: 'angst') stuiten.]
-
Enige tijd terug heeft men reclame gemaakt
voor
orgaandonatie
(men
noemde dat zeer onterecht
voorlichting en discussie),
zonder naar voren
te brengen
welke inmiddels bewezen bezwaren
daar tegenin
te brengen
zijn. Er zijn allerlei medicamenten
(met vaak ernstige bijwerkingen)
'nodig' om afstoting
te voorkomen.
Bovendien komen er steeds meer
gegevens
boven tafel
die aantonen dat men niet alleen een orgaan
overneemt,
maar ook de psychische 'neerslag'
die tot allerlei karakterstoornissen leidt.
[Dat
sluit uitstekend aan bij gegevens
uit andere
pagina's van dit web.]
In wat men, meestal ten onrecht, de
geestelijke gezondheidszorg
noemt,
is de situatie mogelijk nog erger, omdat men
het bestaan van geest
ontkent en er eigenlijk vooral op uit is
mensen aan te
passen aan een
samenleving en een arbeidsklimaat
die ziekmakend zijn. De
grootste
stroming in de psychologie
gaat er nog steeds van uit dat je mensen
vooral/alleen
anders moet conditioneren (africhten dus). Een bevriend
psychiater zegt dan tegen mij
dat ik makkelijk praten heb.
Hij werkt
bij een Riagg en moet patiënten na 50
minuten laten gaan.
"Zo kán ik
ook niet echt de diepte in en verder gaan
dan een
mentale benadering",
zegt hij. Natuurlijk heb ik helemaal niet
zo makkelijk
praten. In de
eerste plaats is het zijn eigen keuze
om bij een instelling te
werken die
hem in zo’n dwangbuis stopt
en dat ook nog te accepteren. In de
tweede plaats krijgt hij
voor die oppervlakkige omgang met patiënten
een goed salaris,
terwijl ik, tegen de druk van het reguliere machtsmisbruik in,
moet
sappellen om rond te komen. Wat echter veel erger
is,
is dat je kunt afstuderen
als regulier psycholoog of psychiater
of
psychotherapeut zonder langdurig en systematisch en diepgaand
onderzoek gedaan te hebben naar de eigen angst, agressie, verdriet,
blijheid, driften en extase. Omdat de wet van de resonantie laat zien
dat zaken
van gelijke frequentie meetrillen, durft men dan
met een
patiënt niet die
dieptes in te gaan, omdat men (onbewust)
doodsbang
is voor de
eigen onverwerktheden. (Dat
zal men
in die kringen
overigens niet
erg gemakkelijk herkennen en erkennen.)
Een typisch
voorbeeld
(uit vele) daarvan betrof één van mijn cliënten
die voor
dat
ze bij
mij kwam lange tijd was opgenomen
op de psychiatrisch afdeling
van
een ziekenhuis. Ze zat vol
met heftig verdriet en boosheid i.v.m.
incestueuze
jeugdervaringen.
Als ze op de afdeling in hevig huilen
uitbarstte, kreeg ze
van
de psychiater te horen: "Stop daar mee, we
doen hier
niet aan emoties, ga maar
kleien." Werken aan verwerking
gebeurde helemaal niet. Voor mij heeft dat meer
weg van
amputatie
van hele normale menselijke aspecten
en van pappen en
nathouden
dan van therapie.
In Nederland
is de Complementaire Alternatieve Gezondheidszorg
(CAG) pas sinds 1997 legaal (wet op
de beroepen in de
gezondheidszorg). Onder andere
dat heeft er toe geleid
dat het gebruik van CAG hier ver
achterloopt bij verschillende
andere landen. In 1999
publiceerde het "British Medical Yournal"
een onderzoek over het gebruik van
CAG in een aantal landen.
| Duitsland |
65% |
| Canada |
63% |
| Frankrijk |
50% |
| Australië |
50% |
| Ver. Staten |
40% |
| Zwitserland |
38% |
| België |
30% |
| Finland |
30% |
| Zweden |
20% |
| Gr. Brittannië |
18% |
| Nederland |
15% |
Gevolg is dat tussen 1980
en 1994 het aantal mensen
dat alternatieve genezers
bezocht verdubbelde. In 1994
was 15% van de bevolking gebruiker
en vond 77% het goed
dat alternatieve genezers er zijn.
Erg vervelend daarbij is
dat door de vrijwel afzijdige, of a-priori afwijzende houding
van de overheid voor leken nauwelijks of niet is uit te maken
wat daar kwaliteit is en wat niet. Bovendien moeten mensen
die daar de hulp zoeken en vinden die zij in het reguliere circuit
niet
krijgen
deze hulp meestal helemaal zelf betalen.
Dat maakt deze weg voor velen onbegaanbaar
en betekent
dat anderen zich (en dat doen toch steeds meer mensen
ondanks/dankzij die kosten) hele gewone dingen moeten ontzeggen.

Tot slot van deze paragraaf wil ik enige
voorbeelden (ook weer
uit
een lange reeks) neerzetten over hoe doorgaans
in de
reguliere zorg
gereageerd wordt op afwijkende activiteiten
van leden van de
eigen
beroepsgroep. Deze afvalligen worden
doorgaans zonder dialoog of
onderzoek
verketterd en in de ban gedaan,
hetgeen het sektekarakter
van de reguliere clan
onderstreept.
In Zuid-Limburg had ik contact met een arts
die mij, als reactie
op
mijn verhaal over de weigering van reguliere behandelaars
om serieus
met mij in gesprek te treden, het volgende vertelde.
"Ik ben twaalf
jaar actief geweest als huisarts in een groepspraktijk
met twee andere
huisartsen. Gedurende de laatste jaren daarvan
raakte ik steeds meer
gefrustreerd, doordat ik patiënten
niet echt diepgaand en blijvend
bleek te kunnen helpen.
Ik bekwaamde mij daarom in de acupunctuur
en orthomoleculaire
behandelwijzen. Na die twaalf jaar stapte ik uit
die groepspraktijk
en begon mijn eigen 'alternatieve' praktijk.
De collega's
waarmee ik al die tijd had samengewerkt, en die dus
moesten weten
hoe zorgvuldig ik met cliënten omga, hebben mij
nooit gevraagd
wat ik nu deed en waarom ik een andere richting
was ingeslagen
en hebben nog nooit één enkele patiënt naar mij
doorverwezen,
terwijl ik weet dat ook zij regelmatig vastlopen in
hun frustratie
over hun tekort schietend instrumentarium. Ik heb
daar
maar één verklaring voor: angst. Denk je nu echt dat
dergelijke personen met jou, al heb je nog ze veel
alternatieve
studie achter de rug, in gesprek willen treden ?"
Een arts die zijn twaalfjarige praktijk op
het spel zet
voor een zeer
onzekere toekomst, moet daar m.i.
een gegronde reden voor hebben.
Exemplarisch voor een veel voorkomende reactie is
het volgende
voorbeeld. Bij prof. Houtsmüller, tot dan toe een gewaardeerd
specialist, wordt kanker geconstateerd
in een ver gevorderd stadium.
Volgens de oncologen
is hij niet meer te redden en heeft hij
nog maar
enkele maanden
te leven. Deze patiënt legt zich daar
niet bij neer
en gaat naarstig
op zoek naar alternatieven.
Die vindt hij ook, hij
geneest en nu,
vele jaren later, blaakt hij
van gezondheid. De enige
reactie
van de oncologen is:
"Dit betreft een zeldzaam voorkomende
vorm
van spontane genezing
en kan niets te maken hebben
met de
alternatieve behandelingen
die u hebt ondergaan."
(De standaardreactie
op genezingen
vanuit de alternatieve zorg .) Men is binnen
het reguliere
veld
blijkbaar zo doodsbang dat men
zelfs elke discussie uit de
weg gaat.
Stel je voor dat men
zou moeten toegeven dat men al die
jaren
op het
verkeerde paard
gewed heeft, of dat men de status
van
'half-god',
met
de daarbij behorende privileges,
die men eindelijk
heeft weten
te
kweken, zou moeten opgeven.
|
[ Verder is het schrikbarend hoe weinig
belangstelling de gevestigde
geneeskunde heeft voor werkelijk
gezonde voeding, die nog
voldoende levenskrachten bevat. De
zogenaamde voedingsdeskun-
digen uit het reguliere circuit hebben
dezelfde indoctrinaire beïnvloe-
ding achter de rug. Onder invloed van
overmatig gebruik van
pesticiden en kunstmest is de overgrote
meerderheid van ons
dagelijks voedsel niet meer voldoende vitaal en bevat het te
weinig mineralen en vitamines.
Terugkeer naar biologische teelt
blijkt niet alleen goed voor het milieu
buiten ons. Het door
industriële belangengroepen verspreide en
in stand gehouden idee
dat daarmee de wereldbevolking niet te
voeden is, is inmiddels
door studies voldoende achterhaald.
[ Er zou bovendien al lang
een opstand hebben moeten plaats vinden
tegen de 'suikerschuivers', omdat in
onderzoek is aangetoond dat
geraffineerde (en dus enkelvoudige)
suikers zeer schadelijk zijn
voor de gezondheid en met name voor
allerlei welvaartsziekten
zorgen.
[Wist
u dat wij tegenwoordig 50 maal zo veel suiker gebruiken dan
120 jaar geleden; te weten gemiddeld een kilo per week.]
[ Ook de tolerante houding van officiële
instanties t.a.v. genetisch
gemanipuleerd voedsel is volkomen
onterecht. De eerste
tekenen dat ze bij kinderen
allergieën veroorzaken zijn er al.
Bovendien bouwt men elementen in die
bij planten kanker
veroorzaken of die lijken op het bij
mensen voorkomende
hepatitus-B virus. Ook is
volkomen onduidelijk wat de
milieugevolgen van deze
'Frankensteintechnologie' zullen zijn.
[ Ook het veel te veel en te
vroeg en vaak volkomen overbodig
inenten van kinderen (omdat het zo
lucratief is voor de farmacie)
met allerlei ernstige bijwerkingen
moet nodig tegen een kritisch
licht gehouden worden.
[ Verder moet er absoluut,
volkomen los van de industrie, opnieuw
gekeken worden naar de
schadelijke effecten van de electro-
magnetische belasting waaraan veel
mensen overmatig bloot staan
(magnetron, GSM, enz.). Deze
tast de celmembranen aan,
waardoor ziekteverwekkers veel
makkelijker binnendringen.
|

§ 2. Integrale gezondheidszorg;
zorgen voor gezonden
Uitmaken wat kwaliteit heeft in de
alternatieve gezondheidssector
is uitermate moeilijk. Zelf zijn wij nu ruim vijfentwintig jaar actief
in die hoek en hebben wij, als organisator van een privaat centrum
voor persoonlijke bewustzijnsontwikkeling en gezondheidszorg
op holistische basis, kennis gemaakt met veel personen
die op dat terrein actief zijn. Opleiding is een criterium
voor kwaliteit, maar zegt ook hier absoluut niet alles. Wij kennen
alternatieve behandelaars die een brede opleidingsachtergrond hebben
en niet verder komen dan het zielloos toepassen van techniekjes,
omdat werkelijk inzicht ontbreekt. Anderen leveren,
zonder veel opleidingsachtergrond, prima werk. Lidmaatschap
van een goed georganiseerde beroepsvereniging geeft enige beveiliging,
maar is (net als in de reguliere zorg) ook geen garantie.
De meestal kleine beroepsverenigingen zijn
doorgaans zelf niet in staat
om goed (meestal duur) onderzoek te laten doen naar de effectiviteit
van de eigen werkwijze. Daar waar verenigingen dat wel doen,
worden zij zoveel mogelijk tegengewerkt door reguliere instanties.
Dat maakt het voor hen wel erg gemakkelijk klagen
over gebrek aan onderzoek
in die sector. Van onderzoek
dat desondanks wel plaats vond
en de manier waarop dat
wordt gedwarsboomd,
wil ik twee voorbeelden geven
vanuit de beroepsvereniging
waar ik zelf lid van ben; de NVRT.
Dr. R. v.d. Maessen geeft leiding aan het
onderzoeksbureau
van deze vereniging. [Zijn eerste onderzoek betreft satisfactie
bij cliënten van NVRT-therapeuten en het rapport daarvan
kan ik u ter lezing aanbevelen.
[zie het artikel Reïnc.T-onderzoek of
www.reincarnatietherapie.nl
of het boek van v.d. Maesen en Bontenbal, vermeld
in de literatuurlijst)]
Voor zijn tweede onderzoek werd een problematiek gekozen
waar het reguliere veld geen raad mee weet
(dat laat het eenvoudigst een eventuele meerwaarde zien);
het syndroom van Gilles de la Tourette. Als onderzoeker
klopt hij aan bij de patiëntenvereniging om medewerking
met als doel een grote populatie voor het onderzoek te bereiken.
Het medisch adviescollege van de vereniging verbiedt echter
medewerking daaraan. Via een damesweekblad vist hij vervolgens
iets meer dan twintig ‘Touretters’ op. Daar wordt in twee groepen
therapie (met een beperkte omvang) en meting op toegepast.
De uitkomsten blijken gunstig; vrijwel alle deelnemers zijn
bijzonder tevreden over de geboden therapie en bij een flink aantal
deelnemers is er sprake van een duidelijke verbetering van hun situatie.
Omdat de onderzoeksgroep erg klein bleef, is de onderzoeker
erg voorzichtig met het trekken van conclusies, maar de resultaten
zouden, schrijft hij, minstens aanleiding moeten zijn
voor verder onderzoek. Dat wordt opnieuw geblokkeerd door
de medische adviesgroep met de opmerking dat je dit onderzoek
vanwege de geringe populatie niet serieus kunt nemen.
De pertinente onwil is zo wel duidelijk, dunkt me.
In zijn derde onderzoek richt hij zich in
het kader van universitaire
promotie eveneens op een thema waar men regulier
niet mee uit de voeten kan; stemmenhoorders. Ook hier volgt
een onderzoek volgens normale universitaire maatstaven
met hoopgevende resultaten. Omdat de therapievorm
Reïncarnatietherapie heet, durfde echter niemand van de professoren
aan de UVA daar zijn/haar naam aan te verbinden,
zodat die promotie nu pas (2006), na vele jaren van tegenwerking,
heeft kunnen plaats vinden.
Daarom zou de overheid middelen ter
beschikking moeten stellen
voor goed effectonderzoek dat recht doet aan de andere visie
op levensprocessen. Dat vereist onder andere dat andere manieren
van waardebepaling dan het louter materialistische
telbaarheidsaxioma van de materiewetenschappers worden geaccepteerd.
Vaststellen bijv. dat een homeopathische verdunning
geen moleculen van de oorspronkelijke middelen meer kan bevatten,
lijkt wel leuk voor scepsisfundamentalisten, maar zegt niets
over de al lang aangetoonde effectiviteit bij mensen én dieren.
Dat laatste sluit placebo-effecten uit, iets wat de alternatieven
vaak verweten wordt, maar door de regulieren in hun eigen praktijk
veelvuldig wordt toegepast en toegejuicht (volgens onderzoek debet aan
± 30% van hun genezingsresultaat).
[ Zie voor de uitleg over
de werking
van energetische geneeswijzen het artikel: 'Energetisch' .]
Van de alternatieve behandelaars eisen dat
ze over medische
basiskennis
beschikken, zonder daar overigens ook maar iets
van erkenning of
vergoeding via ziektekostenverzekeraars tegenover
te stellen,
gaat ten onrechte uit
van de arrogante superioriteitswaan
van de reguliere benadering.
Voorgaande alinea's maken mijns inziens
duidelijk genoeg
dat er zelfs alle reden is om de reguliere aanpak
fragmentarisch
te noemen. Daarom is het m.i. ook niet terecht
om alternatieve
benaderingen additief te noemen.
In de volgende alinea’s hoop ik duidelijk te maken
dat de betere alternatieven van een veel ruimer concept
van de werkelijkheid uitgaan en dat de reguliere materialistisch
bewustzijnsvernauwing daarbínnen hooguit een onderdeel bestrijkt.
Zolang regulier en alternatief niet minstens als gelijkwaardige
mogelijkheden naast elkaar gezet worden, weiger ik
mij een dergelijke ‘bijscholing’ te laten opdringen,
die bovendien voor mijn werk als transpersoonlijk therapeut
met als specialisatie reïncarnatietherapie nauwelijks
enige betekenis heeft. Pas als werkers in de reguliere zorg
verplicht worden zich gedegen te verdiepen in de achtergronden
van alternatief werken, of als mij het werken op de huidige basis
helemaal onmogelijk wordt gemaakt,
zal ik zelf voor die ballaststudie zorgen.
De meeste ‘alternatieve’ geneeswijzen zijn gebaseerd
op de idee,
dat de totaliteit meer is dan de som van de delen. Voor het begrijpen
van het grote verband van die totaliteit is het natuurlijk noodzakelijk
de vele aspecten van de samenstellende delen goed te kennen.
Belangrijker echter is het die onderdelen niet te isoleren
en te beschouwen als onafhankelijke delen. Zij moeten voortdurend
gezien worden vanuit hun samenhang met het geheel,
waarin de spirituele betekenis het belangrijkst is.
In deze benadering wordt gezondheid niet
gezien als slechts
de afwezigheid van ziekteverschijnselen. Gezondheid is dan
een graduele aanduiding. Er bestaan graden van gezondheid,
die wordt gezien als een balans van fysieke, emotionele,
psychische, filosofische, sociale en spirituele aspecten van het leven.
Wanneer dat evenwicht verstoord is, is ziekte daarvan een gevolg.
Geen van de genoemde deelgebieden kan daarbij
worden geïsoleerd van de andere.
Zij gaan er van uit dat de oorzaak van
ziekte vooral
in de mens zelf gezocht moet worden en in zijn relatie
met zijn omgeving. De ziekte kan wel actueel worden
door uitwendige oorzaken (een bacil, een virus, enz.)
maar deze krijgen alleen kansen
door de al verstoorde evenwichtssituatie in het individu.
De belangrijkste factoren voor een goede gezondheid
liggen in de eerste plaats bij iemands manier van denken
en vervolgens bij zijn persoonlijke gewoontes ten aanzien van:
tevredenheid, bezorgdheid, kwaadheid, angst, verdriet,
vreugde, liefde, vriendschap, lichamelijk contact, beweging,
eten, drinken, opname van gehoors- en visuele indrukken,
druggebruik (incl. alcohol, medicijnen, koffie, suiker) en dergelijke.
Als dit juist is, moeten we dus de
veronderstelling
dat we niets kunnen doen tegen organismen die ons zo maar
aanvallen,
laten varen. Dan moeten wij weer de verantwoordelijkheid
voor onze eigen gezondheid erkennen en wordt de rol van het individu
een actieve. Daarom gaat hier logischerwijs veel aandacht
naar het voorkomen van ziekteverschijnselen. De gezondheidszorg
is dan een zorgen voor gezonden i.p.v. ‘zorgen voor zieken’.
Opvoeden en onderrichten spelen daarom een belangrijke rol
in de behandeling. Het is de taak van de geneeskundige
om de patiënt kennis bij te brengen en gereedschap aan te dragen,
waarmee deze zelf een positieve verandering tot stand kan brengen.
Dat kost wel tijd. Bovendien zijn de natuurlijke geneesmiddelen
die zij voorschrijven trager dan de medicijnen van de allopaath.
Dit komt o.a. omdat die middelen meer inwerken op het geheel
en veelal bedoeld zijn om het eigen genezingsvermogen
van het organisme te stimuleren en ook dat vraagt wat meer tijd.
De resultaten zijn echter doorgaans beter en langduriger,
omdat ze fundamenteler zijn.
Alternatieve geneeswijzen zijn vaak zeker
een verbetering
t.o.v. de gangbare medische methodes. Zij vestigen opnieuw
de aandacht op de gehele mens in zijn omgeving,
doen een beroep op de verantwoordelijkheid van de mens zelf,
stimuleren diens eigen afweersysteem en helen met minder
of zonder allerlei bijwerkingen. In het omgaan met de oorzaken
gaan zij vele stappen verder dan de allopathie. Een extra probleem
dat veel alternatieve behandelaars ontmoeten, is
dat zij doorgaans werken met cliënten, die eerst al een heel circuit
van allopathische onderdrukking van symptomen hebben doorlopen,
waardoor enerzijds de oorspronkelijke signalen van disfunctioneren
versluierd zijn geraakt onder allerlei vervormende
afdekkingmechanismen en anderzijds er veel te veel tijd is verstreken
sinds die eerste signalen. Daarmee zijn veel van deze ex-patiënten,
die met hun ziel onder hun arm als cliënt binnenstappen
al in een fase beland, waarin je de problematiek chronisch kunt noemen.
Ook daardoor zal er meer tijd nodig zijn voor helen.
Veel alternatieve benaderingen zijn er, in
tegenstelling tot
de holistische aanpak, echter net als de allopathie op uit
om ‘ziekte’ te bestrijden. Bovendien wordt ook
door erg veel alternatieve genezers de samenhang
met de spirituele achtergrond en daarmee met de zingeving
niet werkelijk in hun werk betrokken.
[Daarnaast
zijn er ook nog de volgens mij pseudo-spirituele stromingen,
die het ander extreem hebben verkozen en al het stoffelijke, aardse en
dierlijke (en bij de mens dus vooral die gebieden
die bij de onderste drie chacra’s horen) afwijzen,
of in het gunstigste geval hun aanwezigheid wel willen erkennen,
maar alleen voor zover zij zich laten persen in een keurslijf
van hun aangeleerde opvattingen over goed en kwaad. ]
In
de holistische benadering
gaat men er van uit
dat het menselijk bestaan zinvol is, een doel heeft, nl.
groei in bewustwording door middel van ervaring.
In dat toenemende zelfbewustzijn, maakt het zelf
een aantal fasen door, waarin het zich identificeert
met verschillende zelfconcepten, die naarmate de reis vordert
steeds meer in omvang toenemen en meer inhoud, diepte, krijgen.
[ Zie ook de pagina 'Wie is "Ik" ?' ]
Een entiteit krijgt d.m.v. een aantal levenslessen
de gelegenheid zich te ontplooien. Wil/kan iemand
een bepaalde les niet leren, dan krijgt hij een aantal signalen
die zijn aandacht willen vestigen op de genegeerde lee(f/r)stof.
Door middel van ziekte (disharmonie) wordt dus aandacht gevraagd
voor de erachter liggende ‘onzichtbare’ processen.
Ook veel alternatieve geneeswijzen verzuimen ziekte
dankbaar te verwelkomen als hulpmiddelen in het groeiproces.
Pas daar waar de zingevende achtergrond
in het genezingsproces wordt betrokken,
mag van holistische gezondheidszorg worden gesproken.
Dat betekent ook dat men elke cliënt
als een uniek geheel
moet benaderen, net zo uniek als een vingerafdruk.
Dan kun je cliënten dus niet meer snel in een hokje stoppen
of van een etiketje voorzien. Dan begeleid je mensen
in plaats van ziekten te behandelen. Bij die benadering
zal men niet, zoals nu gebruikelijk is, aan een zieke vragen:
"Wat hebt U ?", maar "Wat mankeert U ?"
Dat is dus precies het tegenovergestelde. En inderdaad
mist een zieke iets; nl. in zijn bewustzijn. Was dat niet het geval,
dan was hij al heel en hoefde niet geheeld te worden.
Deze opvatting sluit ook aan bij het
holografische karakter
van de werkelijkheid (zie elders). In het oor
vinden acupuncturisten de toestand van het hele organisme terug.
Aan de hand van het oog stellen iriscopisten hun diagnose.
Voetreflextherapeuten vinden het hele lichaam terug in de voeten.
Therapeuten voor Esogetische Kleurenpunctuur kunnen
aan de hand van drukmetingen aan de vingertoppen
hun diagnose stellen. Maar ook het gegeven dat elke cel
alle informatie van het gehele organisme bevat, sluit daarbij aan.
Één van de oudste esoterische geschriften is van de hand van
Hermes Tresmegistos. Hij stelt al dat elk deel het totale universum
weerspiegelt, hetgeen hij samenvatte in het begrip ‘pars-pro-toto’.
Zo’n benadering zal dus niet proberen om
ziekte (of ‘dood’)
uit ons leven te verdrijven, omdat ze bij het leven horen.
[De hele krampachtigheid, waarmee mensen zich vastklampen
aan hun huidige lichamelijkheid, getuigt van een gebrek aan zicht
op deze zingevende realiteit.] Holistische gezondheidszorg
zal de geboden gelegenheid dus aangrijpen
om het bewustzijn te vergroten, te ontdekken wat ontbreekt,
om zo het
ziek zijn te
ontgroeien.
Gezondheidszorg hoort dus alle aspecten te
integreren.
Het universitaire ‘geloof’ dat men wetenschap noemt,
verwordt steeds meer van onderscheiden tot scheiden.
Eindelijk beginnen sommige artsen in te zien
dat ook emotionele en mentale aspecten een rol spelen.
Eindelijk beginnen sommige psychologen in te zien
dat voor genezing spirituele aspecten geen escapisme
of misleiding, of een overmaat aan chemische stoffen
in de hersenen zijn, maar in het heelwordingsproces thuis horen.
Eindelijk beginnen sommige spirituele stromingen in te zien
dat een gezonde spirituele ontplooiing niet goed mogelijk is zonder
een gezonde lichamelijke-emotionele-mentale-existentiële integratie.
De diverse benaderingen die te lang ten
onrechte als tegenstrijdig
werden gezien, vullen elkaar aan en zijn onderling afhankelijk.
Vele jaren bezig zijn met holistische therapie, en dus met spiritualiteit,
hebben duidelijk gemaakt dat voor genezing en heelheid
alle aspecten noodzakelijk zijn. Die heelheid is geen statische toestand,
die men voor eens en altijd bereiken kan, maar een dynamisch,
voortdurend proces van evenwicht zoeken; een soort koorddansen.
Wie zo de eigen verantwoordelijkheid voor genezing
en heelheid van zichzelf aanvaardt en zo zijn slachtoffersyndroom loslaat,
kan ervaren dat zich volledig nieuwe ervaringsgebieden openen,
die een grote vreugde, vrijheid en creativiteit vrij maken.
Dat (moet / mag) iedereen zelf doen.
Zo leren we van de spirituele dimensies genieten,
zonder onnodige bindingen aan allerlei instituties
en mee te gaan met de stroom van de universele ecologie,
waar we een onlosmakelijk deel van uitmaken.
Alleen wie zo vrede schept in zichzelf,
kan bijdragen aan vrede en harmonie in de wereld
De wereld en ik zijn één.
Kijk
voor informatie over de relatie tussen therapie en meditatie
eventueel op de pagina "Therapie en Meditatie"
In het maandblad "Ode" vond ik de volgende onderzoeksresultaten.
Gedwongen door het handelsembargo is Cuba aangewezen
op
natuurlijke
kruiden en geneeswijzen. Daarmee heeft Cuba
een medisch wonder verricht.
Want de resultaten
blijken goed en de kosten zijn laag. Een vergelijking
met de
Verenigde Staten, dat het duurste gezondheidsapparaat ter wereld heeft,
levert de gegevens op overeenkomstig het volgende schema.
| |
Bruto
nationaal
product per inwoner |
Medische kosten per inwoner |
Kinder-sterfte
per 1000 |
Levens-
verwach-ting |
Gemiddeld
aantal
patiënten
per dokter |
Aids-
patiënten
per 1.000.000 |
Immuniteit
1-jarigen |
|
V.S. |
$ 35.800 |
$ 4.180 |
6,5 |
77,4 |
352 |
241,2 |
95% |
| Cuba |
$ 2.900 |
$ 185 |
6,3 |
77,0 |
170 |
7,3 |
100% |
|