|






































| |
(Contact:
dehartspiegel@tele2.nl - 077-4771898 )
Ñ
Inleiding.
Investering.
Echt willen weten en
kennen vraagt
op alle levensterreinen om een actieve opstelling.
Voor het op niveau leren beheersen van een taal,
een instrument,
wiskunde, o.i.d. wordt inspanning
door de meeste mensen wel
als een normale
voorwaarde gezien. Voor het leren ervaren
van mystieke eenheid, of prestaties op diep
intuïtief/mystiek niveau
schijnt dat ineens niet te gelden.
Algemeen worden personen
die de inspanning
voor die verdieping wel leverden of leveren
afgeschreven als zwevers, charlatans
en achtergebleven minkukels.
Het toont een veel voorkomende vorm van arrogantie
dat personen
die zich (nog) geen enkele
of zeer weinig moeite hebben getroost
om door middel van onderzoek in zichzelf de diepte
van echte spirituele ervaringen te beleven, anderen
die dat wel doen of deden weg te zetten als niet realistisch.
Persoonlijke crisis.
Op het moment dat
halverwege ons leven
het overlijden
merkbaar dichterbij komt, ontstaat bij velen
de bekende ‘mid-life-crisis’. Omdat een ruimere visie
op menszijn
dan die, die ons door
de materialistisch/'wetenschappelijke'
bewustzijnsvernauwing
wordt voorgehouden, ontbreekt,
zijn de meeste mensen
tot dat moment blijven steken
in een streven naar
geld, roem, seks en/of macht.
In die crisis
(die bij velen feitelijk al in de pubertijd begint)
wordt steeds duidelijker dat een dergelijke behoeftebevrediging
te beperkt of zelfs volkomen onbetekenend is.
Wat dan meestal overblijft zijn diepe wanhoop
en doffe berusting.
De onderdrukking van die vertwijfeling
door middel van afleiding
(waarvan?)
(‘de tijd doden’; alsof er niets zinvols te doen is in de wereld),
alcohol, andere drugs of kalmerende middelen ten spijt,
wordt de ‘zin van leven’ die velen dan rest, de dood
als verlossing
voor gedesillusioneerde en/of vermoeide mensen.
Zelfs als het slecht met mensen gaat, durven de meesten
niet echt
in te zetten op veranderen.
Dan geven ze op en verliest iedereen een beetje.
Als leven
geen zin,
betekenis meer heeft,
waarom zou je dan nog zin hebben om te leven ?
Afgesloten diepte.
Het hoort bij een
natuurlijke ontwikkeling
van mensen
dat zij zich op een gegeven moment in hun leven
gaan afvragen: “Wie ben ik eigenlijk in essentie ?”
“Wat is de zin van dit alles ?” “Waartoe leidt dit ?”
Dat zijn bij uitstek vragen naar diepte; spirituele vragen.
Omdat de traditionele instituties
die zeggen daar een antwoord
op te hebben
intussen vrijwel elke geloofwaardigheid hebben verloren
en mensen terecht vreselijk achterdochtig hebben gemaakt,
kunnen velen zich veelal niet openen voor de zich aandienende
‘nieuwe’ mogelijkheden voor het vinden van antwoorden.
Ñ
De waarnemer als
middelpunt.
Men kan gedachten, emoties,
opwellingen, beelden,
sensaties,
lichaam, zelfbeeld, enz. waarnemen.
Zij zijn dan de inhoud van het bewustzijn;
men is zich daar van bewust.
De westerse psychologie houdt zich vrijwel uitsluitend
(met als
uitzondering de kleine stroming
van transpersoonlijke psychologie)
bezig met die inhoud en 'vergeet' iets
dat heel erg voor de hand ligt;
het ‘ik’ dat waarneemt,
dat zich daar van bewust is.
Het is dat ‘ik’, die getuige,
die het kernbesef
van ons persoonlijke bestaan vormt.
Het gegeven dat men in staat is
zijn gedachten te onderbreken,
dat elke inhoud kan verdwijnen,
terwijl bewustzijn blijft,
laat zien dat dát het middelpunt
van de ervaring vormt
en dat de essentie van onderzoek
daar op gericht
zou moeten zijn. Dat doet de westerse psychologie
dus niet en dat komt omdat het observerende zelf
geen object is.
Theorieën zijn gebaseerd op objecten
en psychologie/psychotherapie
houdt zich helaas
vrijwel alleen bezig met het manipuleren dáárvan.
Daarmee beperkt zij zichzelf tot het bestrijden van symptomen.
De psychologische theorieën zijn gebrekkig
en zitten
vol innerlijke tegenstrijdigheden,
omdat zij de observerende kern,
de basis van de ervaring
niet onderzoeken en derhalve niet begrijpen.
Die waarnemer kunnen wij alleen ervaren;
zij heeft geen grenzen of dimensies.
Zij is van een transcendente aard.
Dat ervaren kan alleen in het hier-nu.
Hindernis
1.
De belangrijkste hindernis
op weg naar
de mystieke waarnemerervaring is het denken.
Denken en taal (woordtaal, beeldtaal, enz.)
zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden
en gebaseerd op onze subjectieve ervaringen
met objecten en met tijd. Eén van de reeds genoemde
overeenkomstige uitspraken van alle mystici is,
dat de mystieke ervaring
niet in woorden is uit te drukken;
dat zij alleen mogelijk is in volledige
(denk-)stilte
en dat zij feitelijk uitsluitend anders dan via taal
gecommuniceerd kan worden.
[Zolang ik denk, besta ik niet
in de kern-ervaring van éénheid.]
[vergelijk dit met Descartes adagium: "Ik denk, dus ik besta."]
Die denkmachine rammelt de hele dag door.
Iedereen die zijn denken waarneemt en onderzoekt,
weet dat het ons
van het ene object naar het andere sleurt
en daarbij maakt het
zoveel
lawaai,
dat subtielere energieën vrijwel niet kunnen worden opgemerkt.
De denkdrukte van die veelheid blokkeert de ervaring
van de stilteruimte van de eenheid. Mystiek is een ervaring
in het hier-nu moment en met het lijf.
Zelfs als je vanuit herinnering
de echo van een gebeurtenis
uit het verleden voelt,
speelt dat
voelen zich af in het hier-nu.
Denken houdt zich bij voortduring bezig
met het verleden
of met de toekomst;
met een verleden en toekomst die nu niet bestaan
en trekt ons zo weg
uit de enige wel bestaande realiteit van hier en nu;
de realiteit van: hoe voelt mijn lijf nu,
hoe gaan mijn ademhaling en hartslag
nu,
wat beweegt mij nu emotioneel ten diepste,
hoe ben ik nu verbonden
met al het andere.
Denken trekt ons dus
uit de realiteit.
Object-waarneming.
Het is
waarschijnlijk goed
om er nog even
langer bij stil te staan,
waarom wij in het gewone dagelijkse bestaan
die eenheid en diepte niet zo maar, vanzelf waarnemen.
Dat komt door onze gerichtheid op de wereld buiten ons
door middel van beperkte zintuigen.
Daar zijn allerlei voorbeelden
van te geven.
Iedereen weet
ondertussen wel dat we een film
als realistisch kunnen ervaren door de traagheid
waarmee we
de losse beeldjes opnemen.
Ons gevoel voor warmte
is steeds gebaseerd op vergelijking;
dezelfde temperatuur
(bijv. 70C) die we begin december als ‘al koud’
ervaren, vinden we begin februari verrassend aangenaam ‘warm’.
Bijna iedereen heeft wel eens ervaren
dat als je in een trein zit die
stil staat,
terwijl een trein op het andere perron begint te rijden,
je zelfs
'voelt' dat je in beweging komt.
Zelf vind ik dit laatste één van de
sterkste voorbeelden
van de bedrieglijke invloed van onze zintuigen.
(Enz.)
Zintuiglijke beperkingen.
Deze ons
bedriegende zintuigen
vormen
de basis van ons denken
dat daardoor volledig overheerst wordt
door de afhankelijkheid van polariteit.
Het denken berust op
en is afhankelijk van
de aangeleerde vergelijkingen
van relatieve zintuiglijke waarnemingen en beoordelingen.
Daarmee zijn taal en denken absoluut niet waardevrij.
Zij benadrukken
slechts het statische en scheidende
en kiezen in hun streven
naar eenduidigheid
voor de mannelijke pool van de werkelijkheid.
[De vrouwelijke logica verlegt het zwaartepunt
naar tweeledige en
meerduidige betekenissen
en sluit zo meer aan bij de paradoxale aard
van de werkelijkheid zoals die
o.a. door de kwantumfysica wordt beschreven.]
In de tweede helft van
de twintigste eeuw
heeft men
het volgende interessante experiment gedaan.
Een aantal proefpersonen
kreeg een speciale bril opgezet.
De randen ervan waar afgedicht
en de lenzen
zodanig geprepareerd dat de realiteit van de buitenwereld
volkomen door elkaar gegooid, als ongelegde puzzelstukjes,
binnen kwam.
Men mocht die bril niet afzetten.
Met alle proefpersonen gebeurde snel
het volgende:
ze konden zich niet meer zonder begeleiding voortbewegen
en ze kregen een enorme hoofdpijn.
Binnen drie dagen zagen zij allen
de wereld weer als vanouds en was de hoofdpijn verdwenen.
Vervolgens bleven die brillen nog twee dagen op.
Bij het afzetten
veranderde de waarneming
onmiddellijk terug naar een verwrongen vorm
en was er opnieuw hoofdpijn. Dat duurde overigens
door de korte proefperiode maar enkele uren.
Conclusie: Onze hersenen passen
alles dat bij ons binnen komt
zo snel mogelijk aan aan wat er al zit !
Dát maakt het extreem moeilijk
onze 'eigen'
vooroordelen te onderzoeken.
Training.
Transcendente mystieke
ervaringen
zijn geen weeïge, zweverige toestanden,
maar gebaseerd
op een lange en intensieve
en gedisciplineerde toewijding aan waarheid.
Net zoals het werkelijk kunnen werken
met het waarheidsgehalte
van de toppen der moderne fysica
alleen is weggelegd
voor de weinigen
die zich aanzienlijke intellectuele, technische
en zintuiglijke oefening hebben getroost.
[Top-fisici erkennen
dat zij wel weten
dat wat zij ontdekt hebben juist is,
maar dat zij het niet begrijpen.]
Voor beide richtingen geldt
dat die ingewijden
elkaar begrijpen en ervaringen kunnen uitwisselen
die voor buitenstaanders alleen abracadabra lijken.
Vanuit het gezichtspunt van de meerderheid der mensen gezien,
is specialistische kennis altijd ‘geheim’.
Ervaren.
Ervaren
van geest-zijn, opent totaal andere
dimensies
dan alleen maar rationeel weten of geloven
dat in feite alles geest is.
Dat ervaren vindt in je midden,
in de kern van je wezen plaats,
daarvoor moet je inkeren
(tot inkeer komen betekent dus echt
iets heel anders
dan je schuldig gaan voelen)
en daarvoor is discipline
en begeleiding nodig.
Evenwichtsherstel.
Het is heel erg
hard nodig, individueel
en als samenleving,
om deze aangeleerde eenzijdigheid
te doorbreken
en in te zetten op evenwichtsherstel.
Als volwassenen zullen we daartoe zelf aan het werk moeten
en dat gaat als gevolg van een lange scheefgroei
alleen met veel moed (i.v.m. de gangbare tegendruk),
inspanning en volharding en soms pijn,
maar levert ook
een voor velen ongekende vreugde op.
Onze kinderen kunnen we
een heleboel ellende besparen
door ons in opvoeding en onderwijs
zo vroeg en compleet mogelijk te richten
op ontwikkeling van beide polen;
rationaliteit én mystiek.
Sinds ‘de verlichting’ worden kinderen
zo snel mogelijk
úít balans richting ratio ('ervarings-duisternis') geperst.
Het gevolg is
het rationele isolement waarin velen terecht komen
met als extreem
de intellectuele ‘robot’.
Anderen komen als reactie op die onderdrukking
van wezenlijke menselijke elementen
in het magisch isolement
van de waan terecht.
In een gezonde ontwikkeling wordt aan beide zeiden
de aandacht gegeven die evenwichtige groei verdient.
Voor beide kanten geldt dat die ontwikkeling zal leiden
tot een heel scala aan niveauverschillen.
Hoogbegaafdheid en mystiek
zijn pieken
die zeker tot nu door een minderheid
geleefd kunnen worden.
Een groot tussengebied van redelijk
tot goed functionerende personen
is de tijdruimte waarin
de grote meerderheid zich zal ophouden.
Een deel daarvan
zal van tijd tot tijd ondersteuning daartoe nodig hebben.
Verder is er een onderlaag die vooral op begeleiding aangewezen zal zijn
[en dat soms (in dit leven) zal blijven].
Hersteld evenwicht :
j-------------------------------------------
[
---------------------------------------------k
Rationeel denken
Ù
Magisch/mystiek
'denken'/ervaren
(hoog begaafd
Ù
(mystiek ervaren
Ù
Perfecte Ù
Ú
balans
Ú
zwak begaafd)
magische waan)
Ñ
Wegen naar herstel.
Aanvullende concepten.
De diverse benaderingen die te lang
ten onrechte als tegenstrijdig werden gezien,
vullen elkaar aan
en zijn onderling afhankelijk.
Vele jaren bezig zijn met holistische
therapie,
en dus met spiritualiteit, hebben duidelijk gemaakt
dat voor genezing en heelheid alle aspecten noodzakelijk zijn.
Zo leren we van de spirituele dimensies
genieten,
zonder
onnodige bindingen aan allerlei instituties
en mee te gaan
met de stroom van de universele ecologie,
waar we een
onlosmakelijk
deel van uitmaken.
Alleen wie zo vrede schept
in zichzelf,
kan werkelijk bijdragen aan vrede en harmonie in de wereld;
De wereld
en ik zijn één.
Groeibegeleiding.
Op de een of andere
manier blijkt het
voor erg veel mensen
moeilijk om te aanvaarden dat we
op pak weg twintig jarige leeftijd
nog niet af zijn,
nog niet klaar zijn met groeien.
Als we dat wel zouden doen,
zouden we het als heel normaal ervaren om in dat voortgaande proces
steeds meer onze eigen begeleiding te organiseren.
De kleine groep
die dat met enige regelmaat wel doet
en daarbij alert blijft
op het behouden van de eigen verantwoordelijkheden,
zal ook kritisch willen kijken naar de keuze van coaching
en die steeds aanpassen aan de eigen groei.
Helaas is een woord als ‘therapie’ voor de meeste mensen
op een negatieve manier verbonden met ziek zijn, of zwakte.
Nog erger is dat als het gaat om vermeende psychische ‘zwakte’;
“Ik ben toch niet gek !”
De eigen
hindernissen in het proces
opzoeken,
onder ogen zien en bewust aanpakken,
heeft echter helemaal
niets met zwakte te maken,
maar getuigt van moed en kracht
en van een pro-actieve houding.
Voorkomen is ook hier beter.
Het zorgt bovendien voor resultaten
die meer diepgang geven
aan leven
en helpt bij het realiseren van liefde en geluk,
de meest elementaire levensdoelen voor vrijwel iedereen.
Verwarring.
Er zijn allerlei scholen en technieken die zich bezig houden
met diverse aspecten van therapie en bewustzijn.
[Jungiaanse analyse, Mystiek, Psychosynthese, Regressie,
Transaktionele Analyse, Rolfing, Emotioneel Lichaamswerk,
Zen, Yoga, Gestalt, Reïncarnatietherapie, Psycho-analyse, Vipassana, enz.]
Ze brengen allemaal veranderingen aan in het bewustzijn van iemand.
De verschillen zijn echter heel groot en zij spreken elkaar tegen
en bevechten elkaars legitimiteit zelfs. Daardoor veroorzaken zij
vooral veel verwarring. Deze diverse benaderingswijzen
hoeven echter niet per definitie strijdig met elkaar te zijn.
Vanuit een bepaald overzicht gezien, weerspiegelen zij alleen
de verschillende niveaus in de bewustzijnspiramide (1 t/m 5)
in het schema hieronder. Ze zijn dus allemaal min of meer correct
op hun eigen niveau. Dán zijn het dus aanvullende benaderingen.
Helaas claimen de stromingen van de reductionistische waan
die zichzelf objectieve wetenschap noemt (zelfniveau 1, 2, 3),
dat alleen zij geldige en waardevolle concepten en behandelwijzen bieden.
Onverdeeld bewustzijn.
De Amerikaanse psycholoog William James zegt:
"Ons normale dagelijkse bewustzijn is slechts
een bijzondere vorm van bewustzijn, waaromheen
-slechts door de allerdunste afschermingen ‘gescheiden’-
allerlei volstrekt andere vormen van bewustzijn liggen."
Er zijn vele ervaringsverslagen die er van
getuigen
dat andere vormen van bewustzijn heel spontaan kunnen doorbreken
en ons dan vullen met een intens
en zeer wezenlijk nieuw wereldbewustzijn;
een éénheidsbewustzijn, (Tao).
Wanneer dit doorbreekt
(spontaan of door training),
ervaart ieder individu dit
als een fundamenteel één-zijn
van het hele universum.
Er is veel bewijsmateriaal dat dergelijke ervaringen
de oorspronkelijke kern vormen van alle grote religies
en van veel ‘nieuwe’ stromen. Grote groepen mensen
wenden zich in toenemende mate van dit soort bewustzijn af
en omarmen allerlei begrenzingen. Je zou ook kunnen zeggen
dat veel mensen steeds meer gehecht raken aan steeds kleinere
gevangenissen.
Dat zegt erg veel over de angsten,
die m.i. het gevolg zijn
van de reeds eerder beschreven
ontheiliging,
verzinlozing van het gewone bestaan.
Ons van oorsprong onverdeeld bewustzijn functioneert dan
op verschillende niveaus met elk een eigen antwoord op de vraag:
"Wie ben ik?"
Wie ben ik ?
Wie antwoordt op die vraag,
geeft een aantal meer of minder correcte,
wetenschappelijke,
poëtische, filosofische
en religieuze feiten en interpretaties,
waarvan hij denkt dat ze essentieel zijn.
Het fundamentelere proces
ónder die beantwoording is,
dat je een streep trekt tussen
alles
wat aan deze kant van de grens ligt (ik)
en alles erbuiten (niet-ik).
Je zelf-identiteit hangt dus af van waar je die grens trekt.
Omdat er verschillende niveau’s van
‘zelf’ worden ervaren,
zijn er ook verschillende niveau’s van zelfconflicten.
Omdat aan de grens meestal de strijd plaats vindt,
verschansen mensen zich doorgaans aan de randen
van het door hun bewust of onbewust gekozen zelfbeeld.
Opmerkelijk is dat die grens kan verschuiven.
In Tao breidt de mens haar 'grens' zo uit
dat ze de hele kosmos omvat
en er dus geen grens meer is en geen ‘ik’
en dus ook
geen strijd meer plaats vindt.
Vanuit dit eenheidsperspectief
wordt de uitspraak
“Wat gij aan de minsten der mijnen gedaan hebt,
hebt ge mij gedaan.” wel heel erg letterlijk en concreet.
De meeste mensen ontlenen een zelf-idee
aan hun
interactie
met de wereld. Ze identificeren zich
met: persoonlijkheid, karakter,
lichaam, geslacht, naam,
sociale status, baan, nationaliteit, ras,
familie, geloof,
uiterlijk, opleiding, interesses, kleding of zelfs de auto.
Dat is een zeer wankele ‘identiteit’,
omdat ze afhankelijk is
van de wereld buiten ons.
Toch besteden velen van ons erg veel energie
aan het verdedigen van die schijnidentiteit.
Dat zou allemaal
op zich misschien nog niet zo erg zijn
als dat niet tegelijkertijd,
uitvergroot door onze technologische mogelijkheden,
zoveel invloed
had en schade aanrichtte.
De techniek heeft niet alleen
onze mogelijkheden voor behoeftebevrediging vergroot,
maar ook
de fout in ons denken over wat we nodig hebben
en ons vermogen
om te vernietigen en/of uit te putten.
Voor bijna alle problemen geldt;
de echte crisis zit in onze manier van denken.
Veel (cliënten / mensen, ik ook) vechten
met die delen van zichzelf,
die zij als negatief hebben leren benoemen.
Terwijl we langzaamaan
wel gaan inzien
dat we met gewone delen van onszelf vechten,
kunnen we toch moeilijk stoppen.
Ik leg hun vaak de volgende vraag voor:
“Wat gebeurt er als wij elke dag een uur met elkaar gaan vechten ?”
We komen dan tot diverse gevolgen,
waaronder in ieder geval
de volgende twee;
we lopen allebei schrammen op
en we worden allebei sterker, omdat we dagelijks een uur trainen.
De stap naar -‘vechten met jezelf levert in ieder geval schrammen op
en dat waar je tegen vecht wordt sterker’- is dan niet zo groot
en lijdt snel tot het begrip dat je een gevecht tegen aspecten van jezelf
niet kunt winnen.
Als er twee vechten
en één wint,
hebben beiden verloren.
Meestal ervaren wij de natuur als paren van tegenstellingen.
Dat is een bijproduct van onderscheid maken, grenzen trekken.
De overheersende manier om de strijd die daaruit voortkomt
te beslissen, is het uitwissen van het andere deel.
De westerse ‘beschaving’ laat heel erg goed zien
hoe het zich vastklampen aan het zogenaamde positieve deel
leidt
tot angst, frustratie en vervreemding.
Het duister, de schaduw,
het negatieve, is in feite een afwezigheid.
Vechten tegen iets
dat er niet is, lijkt ‘sowieso’ niet zo effectief.
Het is efficiënter
om het licht in jezelf wakker te maken.
Je zou kunnen zeggen
dat er op diverse zelfniveaus,
licht tot verschillende kracht wordt aangewakkerd.
De oplossing die gemist wordt,
is het in twijfel trekken van de grens
en het zien/ervaren van de éénheid
[zie de (her)-ontdekking
in de moderne fysica
van de oude mystieke wetenschap
met betrekking tot het niet bestaan van grenzen].
Omdat de ‘grens’ “zelf – niet zelf” dus een illusie is,
is zij ook niet op te sporen of te vernietigen.
Door alleen
en proefondervindelijk af te dalen
in de volle diepte van jezelf,
zul je ervaren dat zij niet bestaat
en vindt er een ommekeer
in bewustzijn plaats.
Is die primaire ‘grens’ eenmaal opgelost,
dan vervallen alle grenzen.
Daarin bestaat ook tijd niet meer
als een begrenzing,
maar wordt het eeuwige nu ervaren
als een
alomvatting van ‘tijd’.
Niet het Tao is de afwijking
(opvatting v.d. orthodoxe psychologie),
maar het ‘ego’ is onnatuurlijk.
Dan is het o.k. om onderscheid te maken tussen genot en pijn,
als we die eenheid maar niet vergeten.
Dan beslissen wij geen strijd, maar lost deze op.
In onderstaande schema’s hebben wij het o.a. over
therapie.
Ook in opvoeding en onderwijs ontbreekt gerichtheid
op de grotere visie vrijwel geheel.
Daar worden opgroeiende mensen
vooral geperst in een heel erg klein harnas.
Zo worden er
vele kansen gemist
om in een vroeg stadium zodanig met bewustzijn
bezig te zijn,
dat er later veel minder of geen therapeutisch ingrijpen
meer nodig is.
Integendeel; er zijn dan (met de beste bedoelingen
vanuit de eigen te gebrekkige visie)
al zo veel misvormingen
opgedrongen,
dat individuen en de samenleving
daar de vele wrange vruchten van plukken.
Complexere werkelijkheid.
Onderstaand schema is daarbij natuurlijk
een erg vereenvoudigde
voorstelling van zaken, die vooral
de grote lijnen laat zien.
De niveau’s lopen in werkelijkheid
geleidelijker in elkaar over
en in overgangstijden ook door elkaar heen.
Meestal erkennen therapeuten wel de therapieën van een lager niveau
(richting 1) dan die waarmee zelf gewerkt wordt,
maar niet die van een hoger zelfconcept (richting 5).
Wie het hele spectrum goed overziet en beheerst,
kan gemakkelijker
het nodige proces voor dat niveau bepalen
en toepassen
en daarbij de grotere visie niet uit het oog verliezen.
Grenslijnen die mensen trekken en hun relatie tot
‘zelfniveau’, 'zelfconflicten' en
therapievorm.
|
Ï Grenslijn |
Ï 'Zelfniveau' &
'zelfconflicten' |
Ï Therapievorm |
|
1.
grens binnen de
psyche.
Bepaalde delen van de psyche worden niet als
zelf aanvaard en vervreemd, afgesplitst, onderdrukt, (de schaduw).
Men vereenzelvigt zich met de persona (leterlijk:
het masker) |
Op het persona-niveau zal men
schaduwdelen van de eigen psyche en waarschijnlijk delen van het eigen
lichaam en de omgeving als vijandig ervaren.
|
Doel
van de psycho-analyse en de meeste conventionele psycho-therapie.
Heel de scheiding tussen onbewuste en bewuste
aspecten van de psyche en er ontstaat een sterk en ‘gezond’ ego.
|
|
2. grens binnen
de huid.
Ben je een lichaam, of heb je een lichaam ?
De meeste mensen ervaren het lichaam als mijn
en niet als mij (hebben dus). Men vereenzelvigt zich dus met zoiets
als: psyche, geest, persoonlijkheid, ego. (Fundamenteel Westers dualisme) |
Op dit ego-niveau zal men vaak zijn
eigen lichaam of delen ervan én de omgeving als vijandig ervaren. |
Doel van de meeste humanistische therapieën.
Heel de scheiding tussen ego en lichaam. Het
resultaat is meer functioneren als één geheel.
|
|
3. de huid-grens
Meest fundamentele en geaccepteerde grens.
Er buiten is mijn en niet mij.
|
Op het organisme-niveau kan men de
omgeving nog als vijandig ervaren. |
Doel
van
transpersoonlijke, holisitsche therapieën.
Heel de splitsing individu –
boven-individuele aspecten.
|
|
4.
Transpersoonlijke
‘grens’ervaringen
Extra sensory perception, uittredingen,
piekervaringen. De ‘grens’ breidt zich uit buiten de huid-grens, maar wordt
(nog) niet als één-met-al ervaren.
|
Op het niveau van het transcendente zelf is
er geen vijands-ervaring meer.
|
Doel van Vedanta, Zen, Vipassana.
Heel de ‘splitsing’ organisme-universum.
De éénheid met het universum wordt weer
bewust. |
|
5. Zonder grens
|
Tao |
Overbodig |
Uitlegje bij dit schema !
1. Persona-Schaduw-grens
(de gevangenis voor de meeste mensen).
Neigingen die we in onszelf ontkennen,
verdwijnen daarmee niet.
Deze ongewenste drangen
worden als eigen ontkend, buitengesloten
en geprojecteerd op anderen en vervolgens ervaren als druk.
Omgekeerd vertelt elke druk die je ervaart dus
van welke innerlijke drang je je niet of niet voldoende bewust bent.
Voor velen is het heel moeilijk om toe te geven dat het hún projecties zijn.
Hoe meer weerstand, hoe sterker de drang, ‘die toch echt
van anderen moet
zijn’.
Bij voorbeeld: Ik heb/ben vijandige gevoelens.
In de projectie
zijn anderen dus vijandig.
Het symptoom
dat dit voortbrengt is angst.
Die zal ik waarschijnlijk ook projecteren.
Het bestrijden van symptomen (de officiële
doelstelling
van de universitaire school) is dan het weghalen van de sleutel
die door het symptoom wordt aangeboden.
Zo moet het probleem
wel worden vergroot;
de eigen neiging tot onderdrukking
wordt zo ondersteund en versterkt.
De moedige stap die nodig is,
is het met veel
aandacht ruimte geven
aan de symptomen.
Daarmee begint meestal de oplossing ‘vanzelf’.
Goede therapie op dit niveau confronteert met de eigen tegenstellingen.
Ze is hier aan te bevelen als begeleiding
voor het ervarend vertalen
van die symptomen.
Je hoeft niets nieuws uit te vinden,
de oplossing
is in het probleem ‘verborgen’.
De mens zelf is (op een onbewust niveau)
de deskundige;
de hulpverlener helpt hem om die eigen deskundigheid
bewust te maken
en verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel
van mogelijkheden.
Je zult ze misschien niet allemaal prefereren,
maar wel als ‘mijn’ aanvaarden.
Goede mogelijke therapievorm: Transactionele
Analyse
2. De Ego-grens (Centaur) lijkt de meest onaantastbare.
Het ‘ik’ zit als een ruiter op zijn paard en bewustzijn
is ‘uitsluitend’ een hoofdzaak.
We zien wel een verband hoofd--lichaam,
maar ervaren de eenheid ervan niet.
Zo raken symptomen los van de wortels in het organisme.
Die komen voort
uit onbewustzijn
over de integratie van lichaam en ego.
Omdat er
met het lichaam van alles aan de hand is,
waarop taboe rust --diepe emoties,
‘het zondige of zwakke vlees’,
pijn, dood-- is er angst om dat lichaam
als ‘mij’ te zien.
Op basis daarvan groeit strijd tussen
het als vrijwillig ervaren Ego
en het ‘onvrijwillige’ lichaam; je zegt wel
‘Ik strek mijn been’, maar niet ‘Ik klop mijn hart’.
Met het terugtrekken
van ons bewustzijn uit ons lichaam,
verliezen we ook het plezier,
omdat we steeds meer, niet meer voelen.
Bij het onderdrukken van emoties
en dat lichamelijke voelen ontstaat spanning.
Die wordt opgeslagen
in bij die ladingen passende willekeurige spieren.
We doen dat dus echt
(onbewust) zelf.
Dat verbruikt een grote hoeveelheid energie
met als enige uitkomst een grotere verkramping, starheid.
Veel volwassenen verwonderen zich over de schier eindeloze energie
waarover kinderen blijken te beschikken.
‘Volwassenen’ hebben die ook,
maar verkwisten daar dus een groot deel van.
Het opheffen
van deze splitsing kan alleen
door bewust weer te gaan ervaren, voelen.
Dat blijkt meestal al heel moeilijk. Iedereen die hiermee begint
en probeert drie minuten lang zijn lichaam of delen ervan puur te voelen,
zonder af te dwalen in gedachten en/of fantasieën,
zal merken
hoe overheersend en routineus de kracht van de denkmachine is.
Goede therapievormen op dit niveau zijn:
☺ Ademoefeningen (rebirthing, holotropic
breathing, adempauze)
geschikt om bewustzijn te creëren van waar die blokkades zitten
en waar ze mee te maken (hadden) hebben.
☺ Oefenvormen als Emotioneel Lichaamswerk en
Gestalt
(allen uit de humanistische psychologie) en hatha yoga
kunnen ons heel direct leren voelen hoe we dat doen; dat spannen.
(Dat vraagt om een tijd en inspanning en enige discipline vergende aanpak.)
Dan zullen de voorheen begraven emoties bevrijd boven komen
en leer je deze als normaal en van jezelf te aanvaarden.
Je hoeft dan niet meer alles te controleren en je kunt je met meer welzijn
en vreugde overgeven aan een grotere natuurlijke vrijheid en spontaniteit.
3. De organisme-grens.
Door bezig te zijn met het oplossen van de Ego-grens
(2),
zal men zijn omgeving gaandeweg al
als minder bedreigend ervaren,
omdat men daar minder
op projecteert.
Wie het projectiemechanisme echt heeft ervaren
en begrepen,
zal steeds meer van wat hij tegenkomt in de ‘buitenwereld’
gaan zien als hints over zijn eigen staat van zijn.
Men zal gemakkelijker
in anderen herkennen en erkennen,
wat men in zichzelf
herkend en erkend heeft.
Vaak komen bovenpersoonlijke piekervaringen
dan sporadisch spontaan aan de bewustzijnsoppervlakte
en laten ons ruiken aan het uni van universum.
Wie
transpersoonlijke of holistische therapie bezigt,
kan dus,
afhankelijk van de situatie,
goed gebruik maken van middelen
en technieken
uit de traditionele psychoanalyse, psychotherapie,
transactionele analyse, gedragstherapie, hatha yoga,
emotioneel lichaamswerk, gestalt, diverse vormen van ademtherapie, enz.
Hij zal daarbij elke zich aandienende gelegenheid benutten
om de glimpsen van het grotere te laten groeien.
In transpersoonlijke therapie wordt interesse in inzicht een
vereiste.
Daarmee werken we aan het letterlijk oplossen van ‘problemen’,
die wij dan liever benoemen als groeiuitdagingen.
4. Het Tenscendente zelf.
Ondanks de pogingen in de laatste eeuwen
om dit bewustzijnsniveau te
onderdrukken,
groeit momenteel
de belangstelling hiervoor in vooral het rijkere westen.
Dat komt geheel overeen met de behoeftenpyramide
zoals die geschetst is
door A. Maslow.
Hogere behoeften komen pas aan bod
als aan de lagere is voldaan.
Als je bijna dood gaat van de honger,
kan Bach je gestolen worden.
Jung was de eerste Europese psycholoog die zich
daarmee
ging bezig houden, omdat hij in dromen stuitte op collectieve,
niet aangeleerde inhouden, die hij archetypen noemde.
Therapieën op dit niveau willen je openen
voor
het ervaren
van een onbegrensde wereld
en je leren dat onbegrensde bewustzijn
ín de wereld te leven.
Alle vorderingen op dit niveau
vereisen een ontspannen inspanning en volharding.
We proberen problemen niet langer op te lossen.
Het enige
wat je hier nog doet, is gade slaan, getuige zijn,
zonder keuzes,
zonder je ergens mee te vereenzelvigen.
Als dit na veel oefenen lukt,
wordt je relatie tot je centaur
hetzelfde als je relatie
tot andere objecten,
omdat je de illusie van grenzen hebt losgelaten.
Alle objecten zijn nu dienstbaar i.p.v. bepalend
vanuit een besef
van de wereld als eenheid.
Je gaat de wereld behandelen als jezelf,
omdat je weet dat je de wereld bent.
Terwijl gedachten,
gevoelens, herinneringen, lichamen veranderen,
is er iets in je
dat hetzelfde blijft.
Dat iets is de getuige, het transcendente zelf, de
eenheid.
5. Tao.
Éénheidsbewustzijn is er al, altijd, overal.
Je kunt het daarom niet
bereiken.
Ook je huidige staat van zijn
is er deel van.
Je zou de diverse bewustzijnsniveau’s
die bij de verschillende zelfconcepten horen
de individuele golven kunnen noemen van de éne oceaan die Tao is.
Je kunt met oefening die verschillende golven besurfen,
ze zijn overal even nat. Zoeken is een voorwaarde voor groei,
maar tegelijk is waar dat je door te zoeken Tao niet zult vinden.
Dat past bij het paradoxale karakter van Tao.
Al dat zoeken is wel nodig
als voorbereiding.
Zolang je niet kunt zwemmen,
zul je je niet rustig
en ontspannen laten meedrijven op de stroom,
dan spartel en worstel je.
En het is nu net die inspanning, waardoor je verdrinkt.
Pas als je dat wel kunt, is overgave in vertrouwen mogelijk.
In feite kun je niets doen om in Tao te zijn,
maar als je niets doet, blijf je onwetend.
De sleutel is ‘stil staan’ in/bij je huidige
ervaring,
zonder verwachting,
zonder wachten op een nog nattere golf.
Wilt u nog zo’n paradox.
Zelfs mensen die bewust op zoek zijn naar eenheidsbewustzijn,
bieden weerstand tegen Tao.
Weerstanden.
Elk niveau heeft zijn eigen onbewuste weerstand(en);
weerstand tegen de schaduw die bevochten werd (1),
weerstand tegen directe hier-nu-gevoelsaandacht (2)
door te vluchten in de gedachten-automaat, enz..
Het onderzoeken
en zichtbaar maken van de kernen
van de verschillende vormen
van weerstand is de essentie van groei.
Daarna volgen
het verminderen van weerstand
en het herstellen van contact
met de schaduw… ,
met gevoelens in het voorbijgaande nu… , enz.
Na het opruimen van de weerstanden uit niveau 1.
wordt niveau 2.
‘vanzelf’ meer toegankelijk,
na het opruimen van niveau-2-weerstanden
glijden we laag 3 in, enz.
Wat we doen in de wereld
en/of hoe we dat doen,
groeit meestal met onze diepte mee.
Vertrouwen & verlangens.
Onder dat spanninkje zitten doorgaans
gebrek aan vertrouwen en verlangens.
Gebrek aan vertrouwen
dat we altijd krijgen
wat we nodig hebben -vanuit het perspectief van de ziel.
Daarmee weigeren we -één zijn met de universele overvloed.
Verlangens die ons per definitie het hier-nu uit knijpen.
In feite zijn al onze verlangens
vervangingsbevredigingen
voor de ervaring van Tao.
Omdat ze echter maar half bevredigen,
frustreren ze ook half.
Waar we die bevrediging buiten ons zoeken,
lopen we dus in feite weg voor dat waar we naar zoeken
maken we onszelf erg afhankelijk
en zullen we
het ‘nooit’ vinden.
Ervaren van Tao is niet het doen van iets;
wat dan ook.
Beginnen te begrijpen hoe de laatste weerstand er uitziet,
verkleint haar al.
Al maakt het tevens wanhopig.
Hoe kan ik ophouden
met weglopen ?
Weglopen van het weglopen blijft weglopen.
Alles wat ik doe is weerstand, omdat het zelf de laatste weerstand
is.
Op het moment van echt inzien, komt de overgave spontaan,
wordt de weerstand geheel opgeheven
en blijft alleen
het eeuwige heden over.
En dat was er altijd al, want ook het weglopen
was een beweging van het gehele nu.
Groeien en Helen betekenen zo dus een uitbreiding
van de grenzen;
naar buiten toe in omvang en naar binnen toe in diepte.
Ze brengen het zelf steeds ruimer en dieper opnieuw in kaart.
Wakker lijden. Wie begint te lijden aan
het leven,
zonder lijden te verheerlijken of zich er aan vast te klampen,
is meestal bezig wakker te worden. Zij gaat valse grenzen herkennen.
Indien dat niet, zoals gebruikelijk, wordt afgedaan als geestesziekte,
of persoonlijkheidsstoring, of gebrekkige sociale aanpassing,
kan worden begonnen met het weer
binnen de eigen verantwoordelijkheid
halen
van wat voorheen op ‘niet-zelf’ werd geprojecteerd.
Zo lossen grenzen op en wordt je bewustzijn groter, opener, vrijer.
Op de onderliggende pagina vindt u
informatie over één
van de meest fundamentele praktische benaderingen om
te komen tot éénheidsbewustzijn. Klik daartoe op de knop
hieronder of boven aan de pagina.
|