Op weg naar een beter begrip over bewustzijn.

Aan het begrip bewustzijn worden veel betekenissen gegeven. Er bestaat politiek, sociaal en ecologisch bewustzijn, er is lichaamsbewustzijn, waakbewustzijn t.o.v. slaap, enz. Voor therapeutisch werk gebruiken we bewustzijn in de betekenis van vermogen tot (innerlijke) ervaring. Meestal zijn we ons alleen bewust van de inhoud, Zeer zelden zijn we ons bewust van het bewustzijn zelf.

Men kan gedachten, emoties, opwellingen, beelden, sensaties, lichaam, zelfbeeld en dergelijke waarnemen. Zij zijn de inhoud van het bewustzijn; iets is zich daarvan bewust.

De westerse psychologie houdt zich vrijwel uitsluitend bezig met die inhoud en ‘vergeet’ iets dat heel erg voor de hand ligt: de getuige die zich daarvan bewust is. Het is die getuige die het kernbesef van ons persoonlijk bestaan vormt. Die waarnemer kunnen we alleen ervaren; zij heeft geen grenzen of dimensies. Zij is van een transcendente aard. Dat ervaren kan hier alleen in het hier-nu en in het lichaam.

Wat is bewustzijn?

Er zijn nog steeds zeer veel ‘wetenschappers’, helaas vooraal ook in de menswetenschappen, die bewustzijn zien as een onverklaarbaar bijverschijnsel van de stoffen in het brein.

Er is echter een stortvloed aan gegevens en bewijzen en ervaringen, die laten zien dat bewustzijn iets totaal anders is.

  • Al ongeveer een eeuw bewijzen Nobelprijswinnaars in de natuurkunde dat bewustzijn de meest wezenlijke eigenschap is van het hele universum. Zij tonen overtuigend aan dat er in het universum één bewustzijn is dat alomtegenwoordig is (het nulpuntveld). De kwantumfysica laat zien dat dat ene bewustzijn aanwezig is in elke cel, in elk atoom, in elk atomair deeltje, in elk niets-iets {de allerkleinste subatomaire deeltjes worden niets-ietsen genoemd, omdat die met een snelheid van 1022 verdwijnenen verschijnen. Uw lichaam verdwijnt en verschijnt elke seconde 10.000.000.000.000.000.000.000 maal (Heisenberg, Boeddha, Heraclitus)}
  • Diverse onderzoekers van Bijna Dood Ervaringen (in Nederland Pim van Lommel) tonen aan dat er sprake is van bewustzijn in een entiteit die zich buiten het stoffelijk lichaam bevindt.
  • De Amerikaanse psychiater I. Stevenson liet in zijn boek

(Bewijzen van reïncarnatie) zien dat er een bewustzijn is dat reïncarneert en dus buiten het stoffelijk lichaam voort bestaat.

  • Een groeiende groep mensen heeft ervaringen met, of durft nu (eindelijk) openlijk te spreken over ervaringen met buitenlichamelijk bewustzijn.

Dit sluit volledig aan bij wat esoterische

ervaringswetenschappers al eeuwen zeggen over de aard van bewustzijn en de droomwereld (Maya) van het materiële. Bewustzijn blijkt de meest essentiële eigenschap van het universum (kwantumfysica). Bewustzijn is het vermogen tot (innerlijk) ervaren dat alleen in het hier-nu kan plaatsvinden.

Wat wij doorgaans bewustzijn noemen, is de algemeen aanwezige basistrance vanuit de denkgeest, die ons meestal úít het ervaren van het hier-nu, dus úít het bewustzijn trekt, richting een verleden en/of toekomst, die hier-nu helemaal niet zijn. Onderzoek heeft overtuigend laten zien dar wat we in het westen het ‘bewustzijn’ zijn gaan noemen in staat is slechts 40 prikkels per seconde te verwerken. Het zogenaamde ‘onderbewuste’ kan er ruim 20.000.000 per seconde aan. Het zijn dan ook onze onbewuste overtuigingen (lichamelijke, emotionele en/of mentale overtuigingen) die ons leven vooral sturen.

Het onbewuste

Dat wat wij in het westen het onbewuste noemen, neemt in feite altijd alles waar. Herinner je een lastige mug in de nacht. Terwijl je bewustzijn doorslaapt, registreert de zogenaamd onbewuste waarnemer afkeer en handelt het lichaam; slaan, wrijven. Het is wat wij het bewuste noemen dat niet alles registreert. {Dat wij in feite vast zitten in die begripsverwarring heeft te maken met de eenzijdige identificatie met de materiële buitenkant van de werkelijkheid die sinds Newton en Descartes zo is toegenomen én met de eeuwenlange veroordeling van het lichamelijke en van naar binnen gerichte aandacht (‘ledigheid is des duivels oorkussen’).}

Het doorgaans grotendeels onzichtbare onbewuste (de automatische piloot) speelt onderstaande programmeringen af als een machine en bestuurt ons vrijwel continue. Tegen een ‘machine’ praten (mantra’s, vermaningen, enz.) heeft weinig zin. Naarmate onbewuste programma’s bewust gemaakt zijn én verwerkt (opgelost) overheersen deze steeds minder het leven en groeit naast vrijheid, bewustzijn van het ene bewustzijn.

Bronnen van het onbewuste

De bronnen van het onbewuste zijn:

  1. geërfde, als soort ontwikkelde, instincten;
  2. wat we naar het huidige leven meenemen van vóór de conceptie (vorige levens,

tussenbestaan);

  • aangeleefde percepties: de conceptie tot/met de baarmoeder. De emotionele ingeprente patronen van de verwekkers, via hun genen doorgeven (de epigenetica heeft het dan over gnomic inprinting)  en daarna van de moeder, die met chemische signaalstoffen (emoties, hormonen, stress, geluk) de foetus voedt.
  • aangeleefde en aangeleerde percepties uit opvoeding, omgeving, cultuur in de periode
    tot 6 jaar; want de hersenfrequenties tot 6j. functioneren uitsluitend in:

† delta (0,5-4 Hertz) (slaap en ‘onbewust’) van

    0 tot 2 jaar;

      † theta (4-8 Hz) (fantaseren, mijmeren)

          (+ delta) van 2 tot 6 jaar.

De periode tot 6 jaar is er daarom de

programmeerbare periode, de periode zónder enige filter.

Conclusies (mentaal, emotioneel & lichamelijk worden niet getrokken. Er is namelijk geen evaluerend mentaal functioneren, m aar alleen een gebeuren.

Onze onbewuste (lichamelijke, emotionele en mentale) overtuigingen zijn zo een mix van enerzijds verwerkte en onverwerkte ervaringen van vóór de conceptie en anderzijds ’n vooral ook door ánderen geprogrammeerd onderbewustzijn (van generatie op generatie overgegoten) [Het is goed om onszelf daar dus niet schuldig over te voelen, maar om de verantwoordelijkheid te nemen om die ingeprente vooroordelen en gedragspatronen (t.a.v. mijzelf en t.a.v. de samenleving én GEEST) te onderzoeken en waar nodig bewust bij te stellen. Begin dus met jezelf en anderen (eveneens voorgeprogrammeerd) te vergeven, want dat helpt om oude verhalen los te laten en om úít slachtofferschap te stappen.

Bewuster willen gaan leven

Wie echt meer bewust wil gaan leven, zal dus in zichzelf gebieden moeten onderzoeken, die zowel dieper in zichzelf leven (het onderbewuste), als die hoger dan de ‘bewuste’ persoonlijkheid reiken (het bovenbewuste). Omdat het leven van iedereen m.i.

een groei richting de bewuste ervaring van het ene bewustzijn is, voorkomt zo’n proactieve opstelling dat het leven in de vorm van ernstige belemmeringen (ziekte) aandacht gaat vragen richting genegeerde lee(r/f)stof.

Djelal -Ud-din Rumi:

“De wond is de plek waar het licht binnenkomt.”

Leonard Cohen:

“There is a crack in everything, that’s how the light gets is.”

Xavier van den Camp

Wie zijn verleden verwerkt

bevrijdt z’n toekomst

wie dat niet doet

blijft verslaafd

aan z’n maskers

Vooruitgaan door eerst terug te keren

verlost je heden van je verleden

en ontsluit een vrije toekomst

met ruimte voor ZIJN

bezieling in actie

‘ik’ schreeuwde zacht

om al haar aandacht

               zij hoorde mij niet

‘ik’ galoppeerde wild 

door al haar dromen

               zij wuifde ze ’s morgens weg

‘ik’ zocht de laatste redding

door haar leven te verzieken

               de dokter gaf pleisters . . . als pillen en zalfjes

gedwongen tot dit eindsignaal

moet ‘ik’ haar nu verkankeren

               zij klagen ach en wee

toch blijf ‘ik’ hopen

dat zij eindelijk ontwaakt

voor haar eigen verantwoorde antwoorden

Bewustzijnsgroei

Waar goede therapie dus volgens mij mee wil werken, is met bewustzijn! De twee meest geëigende gereedschappen in zo’n proactieve opstelling zijn volgens mij:

  • transpersoonlijke coaching, training en/of therapie (bijvoorbeeld reïncarnatietherapie)
  • echte me>ditatie (Vipassana, Za-zen, of
    puur in waarnemen verblijven zonder iets te doen.

Paradigmaverandering en de weerstand daartegen

Bovenstaande wijkt op een flink aantal punten nogal af van wat algemeen nog als werkelijkheid wordt gezien. We leven momenteel in een overgangstijd van het louter materiële werkelijkheidsgeloof van het ik-tijdperk naar een ‘nieuw’ algemeen ervaren bewustzijn van een diepere werkelijkheid; het wij-tijdperk.  
Thomas Kuhn laat in zijn  ~”Structuur van wetenschappelijke revolutie” duidelijk zien dat elke overgang naar een ander, nieuw wereldbeeld altijd problematisch én volgens eenzelfde patroon is verlopen:

  • Allereerst worden afwijkingen van het bestaande wereldbeeld óf niet opgemerkt, óf als vergissingen gezien.
  • Blijven die ‘afwijkingen’ zich opdringen, dan worden vervolgens pogingen ondernomen om ze in (het te kleine harnas van) het bestaande wereldbeeld te persen.
  • Omdat ze hardnekkig niet passen en het bestaande wereldbeeld onderuit dreigen te halen, worden ze daarna afgewezen, verketterd en/of belachelijk gemaakt door de gevestigde orde, die omwille van zijn machtsposities, de status quo wil handhaven.
  • Tenslotte kan men niet meer om de stroom van aanwijzingen in een andere richting heen en vindt de omwenteling naar het nieuwe wereldbeeld eindelijk plaats.

Kuhn geeft daar vele voorbeelden van. In dit licht moeten we stuiptrekkingen plaatsen van de Stichting Skepsis en van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (en ook die van de gevestigde godsdiensten t.a.v. de ‘nieuwe’ spiritualiteit). Ze markeren een achterhoedegevecht.

Wie zijn wij dan? Wie ben ik in essentie?

Het grootste deel van on ze kennis is tweedehands. Alleen onze ervaring is meer van onszelf, maar zelfs die is dus vooraf ruimschoots ingekleurd door anderen. De meeste mensen ontlenen een zelfidee aan hun interactie met de wereld. Ze identificeren zich met: persoonlijkheid, karakter, lichaam, geslacht, naam, sociale status, baan nationaliteit, ras, familie, geloof, uiterlijk, opleiding, interesse, kleding en/of hun bankrekening. Elke combinatie uit voorgaande identificaties levert een zeer wankele ‘identiteit’, omdat ze grotendeels afhankelijk is van de wereld buiten ons.

  • Hoewel Descartes, Swaab en andere beweren dat wij ons denken, of ons brein zijn, ben ‘ik’ dat dus zeker niet, want ‘iets’ dat ik als i’ik’ ervaar kan dat besturen. Tijdens meditatietrainingen kan men zelf ervaren dat ‘ik’ zelfs meer aanwezig is in de heerlijke moment zonder denken.
  • Computerdeskundige Simon Berkovitch berekende dat onze 100.000.000.000.000 synapsen bij lange na niet voldoende zijn om alle herinneringen, inclusief emoties en associaties, op te slaan.
  • Neurochirurg Karl Pribram; “Herinneringen kunnen absoluut niet worden opgeslagen in kleine groepen neuronen, maar alleen in coherente patronen van elektromagnetische velden van neurale netwerken”. (Lees: in het nulpuntveld.) “Elke ervaring wordt in de hersenen opgeslagen als een hologram; een individuele verzameling van multizintuigelijke informatie, net zoals het hele holografische universum.” In een hologram is het totale beeld terug te vinden in elk miniem onderdeel. Het hele universum is dus subtiel ingevouwen in iedereen aanwezig.
  • De gerenommeerde geheugenonderzoeker Daniel Schacter toonde aan dat er bij de foetus al sprake is van geheugen vóórdat de ontwikkeling van de hersenen op gang komt. Het eerste orgaan dat na de conceptie gevormd wordt, is het hart. De ontwikkeling van de hersenen begint pas bij drie maanden.

In mijn optiek zijn de hersenen een buitengewoon ontvangst- en vertaal- en uitvoeringsapparaat. De essentiële informatie bevindt zich in het nulpuntveld; in GEEST. Recent onderzoek laat zien dat het hart de hersenen aanstuurt en niet andersom. Overeenkomstig de uitkomsten van de kwantumfysica en de esoterie (=ervaringswetenschap) ben ik net als alles en iedereen deel van de ene alomtegenwoordige bewuste GEEST en dus niet mijn ego of mijn ego-verlangens. Drie uitspraken van esoterische wijzen  die hierop duiden zijn:

  • “Je beseft dan zonder enige twijfel dat de
       wereld in jou is en jij niet in de wereld bent.
  • “Jij bent het hele universum. Jij bent dat. Jij
       bent in alles en alles is in jou. De zon, de
       maan en de sterren cirkelen in je rond.”
  • “Materie komt uit GEEST voort en niet GEEST
       uit materie.”

Wij zijn dus geen afgescheiden mensen, waarvan sommigen een spirituele ervaring hebben, maar spirituele wezens als deel van de bewuste eenheid, die bezig zijn met menservaren. Hoe minder we in contact zijn met die spirituele essentie, hoe dieper we al in de basistrance zijn. Ruim 90% van de mensen is vrijwel altijd meer of iets minder diep in deze basistrance.

De beperktheid van zintuigelijke waarneming

Het is waarschijnlijk goed om nog heel even langer stil te staan bij de vraag waarom wij in het gewone dagelijkse bestaan de totale eenheid en diepte van bewustzijn niet zomaar vanzelf waarnemen. Dat komt onder andere door onze aangeleerde gerichtheid op de wereld buiten ons door middel van de beperkte zintuigen. Hier zijn allerlei voorbeelden van te geven. Toen ik halverwege de jaren zestig van de Pedagogische Academie kwam, wist ik meer over Australië dan over mijzelf.

Iedereen weet ondertussen wel dat we een film als realistisch kunnen ervaren door de traagheid waarmee we de losse beeldjes bewust opnemen. Bijna iedereen heeft wel eens ervaren dat als je in een trein zit die stil staat, terwijl een trein op het andere perron begint te rijden, je zelfs ‘voelt’ dat je in beweging komt. Zelf vind ik dit een van de sterkste voorbeelden van de bedrieglijke invloed van onze zintuigen. Deze ons bedriegende zintuigen vormen de basis van ons denken, dat daardoor volledig overheerst wordt door de afhankelijkheid van polariteit, van vergelijken. Het denken berust op en is afhankelijk van de aangeleerde vergelijkingen van relatieve zintuigelijke waarnemingen en beoordelingen. Daarmee zijn taal en denken absoluut niet waardevrij.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *