Orgaandonatie ? – waarom niet !

Er is slechts bij een kleine groep mensen bekendheid met betrekking tot de goed onderbouwde bezwaren uit professionele hoek tegen het criterium ‘hersendood’.

Amerikaanse artsen bedachten in 1968 het begrip ‘hersendood’ en legden dat vast in het “Harvard Medical Report”. Sinds 1968 zijn er meer dan 40 verschillende hersendoodcriteria gehanteerd en onder druk van transplantatieartsen & patiëntenverenigingen van orgaanwachters worden die alleen maar steeds ruimer.
De farmacie financiert zelfs reclamecampagnes onder pubers en adolescenten. Dat zou mensen toch ‘een beetje’ wantrouwig moeten maken. Na transplantatie blijven orgaanontvangers doorgaans hun leven lang afhankelijk van zware medicatie tegen afstoting; tot wel 30 pillen per dag toe. Dat kost €2000 tot €3000 per maand. Hun immuunsysteem wordt daarmee volledig plat gelegd. Eén van de gevolgen is dat zelfs een geringe infectie de dood tot gevolg kan hebben. Bij ontvangers komt een aangetast centraal zenuwstelsel, een verminderde nierfunctie, een verhoogde bloeddruk en diabetes veel vaker voor en komen tumoren ruim honderd keer vaker voor dan bij anderen.

Wanneer iemand hersendood verklaard is en de artsen aanstalten maken om te gaan snijden, gebeurde er steeds iets waar ze hevig van schrokken. Zelfs als zij het lichaam nog niet eens hadden aangeraakt, begon dat afwerende gebaren te maken. Bovendien trad er een enorme stijging van hartslag en bloeddruk op. Dat zogenaamde ‘stoffelijke overschot’ is zich dus bewust van de situatie en gaat ter plekke gedood worden. De spijsvertering, de lever, de nieren, de bloedsomloop en het immuunsysteem werken nog, en een man kan nog een erectie krijgen. Na een maand kan een hersendood verklaarde vrouw nog een levende baby ter wereld brengen en moedermelk produceren. Dat zijn allemaal processen die vanuit de hersenen worden aangestuurd en die zijn dus helemaal niet dood.

Kritiek uit medisch wetenschappelijke hoek
Dr. Coïmbra, klinisch neuroloog aan de universiteit van Sao Paulo, hekelt vooral de gruwelijkheid van de apneutest als diagnosemiddel voor hersendood (het langdurig tot wel tien minuten toe onderbreken van elke ademhaling). Die test tast onherroepelijk de al beschadigde hersenen verder aan en brengt de nog levende patiënt ernstig in gevaar. Hij stelt verder dat geen enkel protocol nauwkeurig genoeg is om te meten hoe het met de bloedcirculatie in de hersenen gesteld is. Er is nog zo veel mogelijk. In de eerste plaats het toedienen van hormonen: intraveneuze injecties met het schildklierhormoon, en met het desmopressinehormoon (om natrium vast te houden) en een groeihormoon. Verder een hoge dosis vitamine D3 (om het zenuwstelsel te herstellen) en behandelingen die de bloedtoevoer naar de hersenen, die vaak slechts gedeeltelijk gestoord is, weer kunnen stimuleren. Het aanbrengen van een drain kan levensreddend zijn en ook dat wordt vaak nagelaten. Hij schrijft over diverse ervaringen met patiënten die, nadat ze al hersendood verklaard waren, geheel herstelden en nog vele jaren in volle gezondheid leefden.
De Japanse cardioloog Yoshio Watanabe getuigt dat patiënten in coma zonder die veel toegepaste apneutest 60% kans zouden hebben om te overleven.
Duitse artsen verklaarden dat 30% van de diagnose hersendood zeker onjuist is.
Docent en leidinggevend anesthesist in Cambridge: dr. D Hill. “Toepassing van de hersendoodtesten en -criteria dienen op geen enkele manier de belangen van de patiënt. De samenleving kan dit alleen maar accepteren, omdat ze niet weet wat de ware toedracht is en steeds agressievere reclamemakers dit ook zorgvuldig verborgen weten te houden.” Hij noemt orgaandonatie kannibalisme en zegt dat mensen veel te snel dood verklaard worden.
In 1989 verlaten dr. Evans en twee andere cardiologen het harttransplantatie-centrum, omdat zij weigeren nog langer organen uit nog levende mensen te verwijderen. Hun gewetensbezwaren worden door collegae afgedaan als onevenwichtige emotionele zwaktes.

Het aantal personen dat een donorcodicil draagt is nu al tamelijk laag, gezien het feit dat zeer velen toch voorstander zeggen te zijn van orgaandonatie. Dat komt natuurlijk omdat men wel graag in aanmerking wil komen voor het verkrijgen van een orgaan, maar aarzelt bij het vrijwillig afstaan er van. Op de een of andere manier lijken veel mensen aan te voelen dat er rond die hersendoodcriteria iets helemaal niet klopt.

Uit diverse enquêtes blijkt dat vrijwel alle mensen aangeven dat zij wensen dat hun stervensproces de volgende kenmerken omvat: ongestoord, rustig, in het eigen tempo, pijnloos én vooral . . . omringd door geliefden. Een groot aantal geeft bovendien aan daar spirituele begeleiding bij te wensen.
Vrijwel iedereen die daar m.i. iets zinnigs over te melden heeft, ziet het sterven als een heel belangrijk proces, waarvan een mens de verschillende stadia het liefst zo bewust mogelijk moet kunnen doorleven. Zij zien het als een overgang naar een andere manier van zijn.

Literatuurstart:
Renate Greinert: “Ongestoord sterven”
Tijdschrift ‘Spiegelbeeld’ mei 2013
www.today.com/id23775873/site/todayshow/ns/today-today_news/t/prnounced-dead-man-takes-miraculous-turn/#.URzzCmdT9lg

www.wijwordenwakker.org/content.asp?m=m4&s+m78&ss=P2173&l=NL

www.stichtingisis.org/pdf/De andere kant van orgaandonaties. Wat de overheid niet vertelt.pdf

www.evangelischefrauen-deutschland.de

www.orgaandonatiejaofnee.nl/over-het-meisje-dat-niet-wilde-sterven/

Xavier van den Camp: “‘moord’reclame”


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *