Ontwaken

Niet iedereen is al rijp om te ontwaken, maar steeds meer mensen zijn dat wel en met iedere persoon waarbij dat wel gebeurt, neemt het gewicht van het collectieve bewustzijn toe en wordt ontwaken voor andere mensen makkelijker. Ontwaken begint met het herkennen van collectief geconditioneerde mentale processen, die de niet-ontwaakte toestand doen voortduren. Je kunt niet tegen onbewustheid vechten en/of ervan winnen. Zodra je de onbewustheid in jezelf herkent en erkent, maakt dat ontwaken mogelijk.

De zogenaamd normale geestestoestand van de meeste mensen is feitelijk een collectieve geestesziekte, die ellende voortbrengt en die ellende is in de afgelopen tweehonderd jaar door wetenshap en techniek enorm versterkt. De geschiedenis van de twintigste eeuw is daar een duidelijk voorbeeld van en die waanzin wordt steeds intenser. Intelligentie in dienst van deze waanzin, gevoed door angst, hebzucht en honger naar macht. Gedurende de twintigste eeuw zijn meer dan 100.000.000 mensen omgekomen door toedoen van hun medemens. Wie een beetje oplet, ziet dat die waanzin in de eenentwintigste eeuw niet is afgenomen; integendeel. De geschiedenis laat ook zien dat proberen het zogenaamde goede te bewerkstelligen, al snel vergezeld gaat van streven naar macht. (Zie de SDG’s)

Het is dezelfde soort waanzin die onze bestaansgrond, de aarde, verwoest; (chemie, ontbossing, enz.).

Uit: “de psychologie van TOTALITARISME” van Prof. M. Desmet

In tegenstelling tot dieren worden mensen vanaf het eerste begin gekweld door onzekerheid m.b.t. betekenis en zekerheid. De eerste ik-herkenning in de spiegel trekt voor de eerste keer een grens tussen ik en de ander. Daarvoor werd alles nog als één ervaren (animistisch). De enthousiaste reacties van de ouders op die eerste ik-herkenning vestigt het idee dat het goed is in de illusie van een afgescheiden ik te investeren. Dat is een noodzakelijke stap om tot een stabiele Ego-structuur te komen. {in een gezonde ontwikkeling als volwassenen kán men leren het ego te overstijgen. Maar dat leidt ook tot fundamentele onzekerheden; “Wie ben ik?”, “Wat wil ik?”, ‘Wat beteken ik voor de ander?” Maar die ego-gerichtheid kan ook leiden tot een feitelijk ziekelijke ik-ik-ik-zucht. Dan gaat de meeste aandacht naar het uiterlijk omhulsel [de lichamelijke verschijningsvorm (plastische chirurgie, steroïdencocktails, selfies, enz.)] en dat zuigt energie weg uit het innerlijk ervaren. Daardoor ontstaat tegelijk meer innerlijke leegte en die wordt zichtbaar in een toename van psychisch lijden. Dan drukt het rechtstreekse emotionele verbindingen weg en kan het ‘ik’ zich niet meer inleven/invoelen in ‘de ander’ en de wereld. Dan isoleert en vereenzaamt het subject en dat roept angsten op. 

Een oplossing vinden voor de radicale crisis die de overleving nu bedreigt, is dé uitdaging waar de mensheid nu voor staat; een crisis veroorzaakt door het egoïsche menselijke verstand, dat is blijven hangen in de waan van afgescheidenheid en identificatie met het lichaam en gedachten; mijn lichaam, mijn gedachten, mijn bezittingen. Daar is alleen echt iets aan te veranderen door fundamenteel iets te veranderen aan de eigen innerlijke bewustzijnstoestand; die van jezelf dus. Het loslaten van het waanidee van een afgescheiden ego. Een waanidee dat zich uit in allerlei verstarde stucuren; maatschappelijk, godsdienstig, bedrijven, instellingen, overheden. 

Maar de op het ego gebaseerde structuren zijn bezig uiteen te vallen. De structuren van dat ego zijn al bezig van binnenuit te desintegreren; de meest starre het eerst, het sovjetcommunisme, de ontkerkelijking is al langer gaande en de westerse hegemonie en het globalisme zijn nu aan de beurt. 

Veel essentiëler is het groeiende besef dat er slechts één bewustzijn bestaat en dat alles met alles verbonden is door dat ene bewustzijn. Die verbondenheid wordt alleen pas echt je werkelijkheid als je die bron ín jezelf ervaart.  Je ego is niet wie je bent. Je kunt je ego het best ontmaskeren door te ontdekken welke zaken het meest je rust verstoren; je schokken en/of verontrusten. Door je reactiviteit tonen ze je ‘kleine ik’. Door vooral het ego in anderen te zien, versterk je het ego in jezelf, omdat het eigen ego zich weerspiegelt in anderen. Zodra je je bewust wordt van je ego, betekent dat dat je begint te weten wie je níét bent. 

Dat wat je werkelijk bent, kun je niet met denkbeelden of begrippen aanduiden. Alle concepten over wie je zou zijn, vormen nieuwe hindernissen, omdat ze de illusie over wie je bent in stand houden. Niets wat je over jezelf kunt ontdekken, is wie je bent, omdat dat alleen over de inhoud gaat en niet over de essentie, de innerlijke ruimtelijkheid van het ene bewustzijn. Jezelf echt kennen, is jezelf zijn zónder identificatie met inhoud, met vorm, zoals verleden, leeftijd, gezondheid, lichaam, relaties, werk, woonsituatie, gedachten, emoties, toekomst. 

De bron van overvloed is wie je bent. Begin met het (h)erkennen van de overvloed in alles buiten je; de volheid van het leven in alle aspecten. Dát maakt de sluimerende overvloed in jezelf wakker. Laat dan die overvloed naar buiten stromen en stel je in op geven, dienen. Dan komt meer overvloed naar je toe. Je kunt namelijk niet ontvangen wat je niet geeft.

Je essentiële zijn is met denken niet te begrijpen, maar wel te ervaren, wanneer je stopt met denken. Dan kun je je bewust worden van de heiligheid van die ‘verborgen’ harmonie en tot besef komen dat je daar één mee bent, want de kosmos is één geheel, waarin alles met alles ‘verbonden’ is.

Als je je niet stoort aan wat er gebeurt, wat dan ook, je er niet tegen verzet, je er wel bewust van bent maar het er gewoon laat zijn, ben je afgestemd op die ‘verborgen’ harmonische eenheid. De kunst is om je acties te laten voortvloeien vanuit die eenheid. Dan word je geen partij in het menselijk drama en heeft wat er gebeurt geen macht meer over je. 

De belangrijkste relatie in je leven is de relatie met het huidige moment; het nu. Er is altijd alleen maar nu; één eeuwig nu, waarin dingen gebeuren, die de illusie van tijd scheppen, maar je ervaart altijd alleen maar nu. Wees er vriendelijk voor, heet het welkom, dan wordt het leven vriendelijk voor jou. Behandel het nu dus niet als een middel om een doel te bereiken, als een hindernis en/of als een vijand. Als het nu alleen een middel is, ontstaan ongeduld, frustratie en stress. Als het nu wordt beleefd als een hindernis, komen er hindernissen op je pad. Als het nu wordt beleefd als een vijand, wordt je werkelijkheid vijandig. De werkelijkheid weerspiegelt altijd je innerlijk toestand. Ben dus zo veel mogelijk alert op je relatie met het nu en maak er je vriend van. 

Je kunt het verwerven van de egoloze toestand dus niet als doel in de toekomst stellen. Voor praktische doelstellingen is tijd een goede denkstructuur, maar voor zelfkennis is psychologische tijd, de eindeloze preoccupatie van het egoïsche verstand met verleden en toekomst, de grootste hindernis. Tijd is de horizontale dimensie, de buitenste laag van de werkelijkheid. Daartegenover staat de verticale dimensie van diepte en die diepte bereik je uitsluitend door de poort van het huidige moment. Dé weg om uit het ego uit te ontwaken, is door één te zijn met het huidige moment, één te zijn met het vormeloze ene leven dat je bent. Je niet verzetten is de grootste kracht in het universum, omdat je daarmee de werkelijkheid van vorm ontkent. De wereld van vormen is een droomwereld. Je hebt de dromer en de droom. De persoon is een onderdeel van de droom. De dromer is de onderlaag, het bewustzijn, waarin de droom verschijnt. 

Aanvaard het huidige moment en vind de volmaaktheid die dieper is dan alle vormen en die onberoerd is door de tijd en vind zo de vreugde van zijn.

Zodra het ego zich ‘ondermijnd’ voelt, treden er voortdurend onbewust herstelwerkzaamheden op; verdediging, zelfrechtvaardiging, beschuldiging. Een krachtige spirituele oefening is om bij voorkomende gebeurtenissen verzwakking van het ego toe te laten zónder herstelpogingen; doe niets en neem waar hoe dat diep van binnen aanvoelt. Zo stap je uit de identificatie met vorm en komt zijn meer naar voren. 

Ruimtelijkheid is in wezen niets; niet-iets. In iedereen is ‘n niet-iets aanwezig dat verwant is aan ruimtelijkheid. Je kunt je niet echt bewust worden van niets. Als je naar je innerlijke ruimtelijkheid zoekt, zoals je naar een ervaring zoekt, kun je hem nooit vinden. Maar zodra je schoonheid, harmonie, erkenning van eenvoudige dingen, ontroering, liefdevolle gevoelens waarneemt, voel dan (zonder streven, maar met het verschuiven van je aandacht) naar de achtergrond van dat ervaren; dat is de ruimtelijkheid en stilte en zoetheid van zijn. Wat bewustzijn van je innerlijke ruimtelijkheid lijkt, is in feite bewustzijn van bewustzijn; het bewustzijn wordt, zodra het niet gehinderd wordt door vorm, bewust van zichzelf.  

“Als het oog niets vindt om te zien, wordt die nietsheid opgevat als ruimtelijkheid. Als het oor niets vindt om te horen, wordt die nietsheid opgevat als stilte. Als de zintuigen die bedoeld zijn om vorm waar te nemen, stuiten op een afwezigheid van vorm, wordt het vormloze bewustzijn dat achter de waarneming ligt en dat alle waarneming en alle ervaringen mogelijk maakt, niet meer verduisterd door vorm. Dan kun je ervaren dat het vormloze veel dieper je ware zelf is, dan alle dingen waaruit de inhoud van je menselijk leven bestaat.” 

Uit de Upanishads: “Wat het oog niet kan zien, maar waardoor het oog kan zien: weet dat alleen dat Brahman de Geest is en niet dat wat de mensen hier aanbidden. Wat het oor niet kan horen, maar waardoor het oor kan horen: weet dat alleen dat Brahman de Geest is, en niet dat wat de mensen hier aanbidden. Wat niet gedacht kan worden met het verstand, maar waardoor het verstand kan denken: weet dat alleen dat Brahman de Geest is, en niet dat wat de mensen hier aanbidden.”

Door overmatige identificatie met vorm blijf je de gevangene van het ego. De werkelijkheid bestaat uit vorm én ruimte, uit ietsheid en nietsheid; doe de evenwichtige dans met vorm en ruimte. De wereld van vormen is de voorgrond. Zijn gaat vooraf aan vorm en is als het ware de achtergrond; de eeuwige levende werkelijkheid die je bent. De wereld is vorm, de vrede van de godheid is ruimtelijkheid. Je niet verzetten tegen wat is, niet oordelen en onthechting zijn dé aspecten die de innerlijke ruimtelijkheid openen voor bewustwording en je bevrijden uit de gevangenschap in vorm. 

Word je bewust dat je bewust bent. Zeg of denk: “Ik ben . . .” zonder toevoeging en merk de stilte op die volgt. Voel je naakte aanwezigheid. Jij bent de ervaarder, het onbenoembare, onkenbare, vormloze, tijdloze bewustzijn en niet de inhoud van wat ervaren wordt; vorm. 

Ben zo vaak mogelijk met je aandacht bij je ademhaling en dan vooral bij de pauze na de uitademing. Bewuste ademhaling zet je verstand stil. Het gaat in de richting van aanwezigheid zonder gedachten. Het is nodig om met de aandacht de ruimtelijkheid van het lichaam binnen te gaan, om te ontdekken dat we dat lichaam niet zijn. Doe dat zo vaak mogelijk gedurende de dag dan blijft een deel van je bewustzijn vormloos.

Het eerste ontwaken is een daad van genade. Je kunt niets doen om dat te laten gebeuren. Indien je al het voorgaande herkent als waarheid, (en dat doe je omdat je nog steeds met deze materie bezig bent) heeft dat eerste vonkje van ontwaken al plaats gevonden. Het is dan onomkeerbaar en kan steeds meer bewust worden, maar je kunt het ook wel vertragen. Ook kun je aanwezigheid uitnodigen in je leven door stilteruimte te creëren.  

Je hebt twee doelen in je leven: het innerlijk doel en het uiterlijk doel. Het innerlijk doel is ontwaken en is primair; altijd helemaal aanwezig in het tijdloze nu zijn en alles wat je doet met volledige aanwezigheid vullen. Het uiterlijk doel is secundair, kan van alles zijn en is altijd relatief en vergankelijk, maar het is alleen vruchtbaar en creatief en inspirerend als het stoelt op een gerealiseerd innerlijk doel, zodat er een diepere zin stroomt in dat wat je doet.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *