“Ik ben, die Ik ben”, is het antwoord dat Mozes krijgt op de berg als hij vraagt: “God, wie zijt gij?” En daarmee is alles gezegd, wat er gezegd kan worden over wat wij ‘God’ hebben leren noemen.

In ’79 naam ik in India deel aan een aantal trainingen. De training die het meeste indruk op me maakte en nog invloed heeft, was een driedaagse onder de titel: “Intensive of enlightenment”; van acht uur ‘s morgens tot ±9.00 uur in de avond. Er waren ongeveer 120 deelnemers. De structuur was eenvoudig. Vind een partner, ga daar tegenover op de vloer zitten en vraag: “Vertel me wie je bent”. De ‘partner’ kreeg drie minuten om te antwoorden en dan ging er een belletje en kwam die vraag terug naar jezelf. Dat ging zo drie keer op en neer en dan ging er een gong. Je stond dan op, liep een minuutje of twee rond, vond een nieuwe partner en begon opnieuw: en opnieuw en opnieuw en opnieuw en dat drie hele dagen lang. Net als de meeste anderen werd ik kotsmisselijk van mijn eigen verhalen en drong het steeds dieper tot me door: “Alles wat ik vertel, ben ik niet, níét!” (Zie kader)
Het “Ik ben” is al ieders eigen ervaring. De vergissing die ook ik nog tamelijk lang volhield, is dat ik daar steeds iets aan toevoegde wat ik dus níet ben. Wat uiteindelijk overblijft, is alleen “Ik ben” en daar valt helemaal niets over te zeggen; dat is alleen te ervaren. Franciscus van Assisi zei: “Stilte is de taal van God, alle woorden zijn een armzalige vertaling”. Het ‘Ik ben’ is er altijd en daar hoef je dus niets voor te doen. Je hoeft ‘alleen maar’ in totale denkstilte aanwezig te zijn in het hele hier-nu. Jezus zei: “Het koninkrijk is ín u!” Dat hoef je dus nergens anders te zoeken; niet in een kerk, niet in een organisatie, niet in allerlei dogma’s en geboden of verboden. De boodschap van diverse reeds ontwaakte manifestaties van het éne “Ik ben” (Jezus en Boeddha en Theresia en vele anderen) is heel helder. Allerlei organisaties maakten zich daar helaas meester van en misvormden de simpele boodschap ten behoeve van macht en controle. In plaats van dat die zgn. godsdiensten mensen stimuleren om via introspectie in denkstilte hun Godzijn te ervaren en te leven, hielden en houden ze mensen af van de directe Godservaring.
God is dus niet een soort oude rancuneuze man met gouden sloffen ergens op een wolk in verweggistan. God is het niet-iets; de alomtegenwoordige ruimtelijkheid, het ‘ik ben’ dat zich uitdrukt in alles.
Wat D. Zohar & I Marshall in hun boek: “Spirituele Intelligentie” duidelijk laten zien, is dat de meeste mensen die tegenwoordig naar spirituele vervulling zoeken, voor hun zoeken geen enkel verband zien met de gevestigde godsdiensten. SQ heeft weinig te maken met godsdienst. Veel atheïsten en humanisten hebben een bijzonder hoog SQ, terwijl veel actief en fanatiek godsdienstige mensen een zeer laag SQ hebben. Het is nu tijd om via ons SQ van binnenuit nieuwe eigen uitdrukkingsvormen te creëren voor het non-duale. SQ is een wijsheid die het IQ en het EQ ver overstijgt. Het vindt haar toepassing in persoonlijke ethiek, creativiteit, flexibiliteit, visie, berusting, zingeving, waarde, goedheid, schoonheid, edelmoedigheid, liefde en oordeelloosheid. Een laag SQ verminkt mensen tot in de kern van hun zijn, zonder dat ze zich daar bewust van zijn. Mensen met een hoogontwikkeld SQ zijn daarentegen dus; flexibel, zelfbewust, ethisch, altruïstisch, laten zich inspireren door visies en waarden, weigeren onnodig leed te veroorzaken, denken holistisch, zoeken fundamentele antwoorden en vragen naar waarom zo én zijn veldonafhankelijk (hebben het vermogen om tegen conventies in te gaan). Ze verbinden hogere waarden en brengen die over.
Onze huidige westerse samenleving, met een overvloed aan materialisme, berekening, bekrompen zelfzucht en gebrek aan zingeving, heeft nog heel erg veel groeipotentieel wat SQ betreft. De verdere evolutie van de samenleving valt of staat met het aantal individuen dat bereid is hun SQ te verhogen door waarom vragen te blijven stellen, verbanden te zoeken, eerlijk naar zichzelf te zijn, moed te tonen én zich te richten op zelfbewustwording. Het groeiend aantal personen dat deze keuze maakt, zal de SQ van de samenleving als geheel sneller mee laten groeien; ze worden frequentiehooghouders. Het ervaren van de spirituele dimensie is het in contact zijn met een groter, dieper, vruchtbaarder geheel, onlosmakelijk onderdeel te zijn van één groot non-duaal geheel, net als al de anderen en al het andere. Dat geeft een ‘nieuw’ perspectief. Omdat wij het geheel zijn dat zich uitdrukt in ieder deel, bestaan er feitelijk geen anderen. Jezus getuigt daarvan in de uitspraak: “Wat ge de minsten der mijnen gedaan hebt, hebt ge mij gedaan”.
Dé fundamentele crisis van deze tijd is van een spirituele aard; gebrek aan zingeving. Wat in deze materialistische samenleving overblijft zijn mensen die laveren tussen eigendunk, genotzucht en wanhoop, afgesneden van het grotere rijkere weefsel van het universum. We hebben het leven, deze afgescheiden ervaringsmogelijkheid gekozen en zijn vervolgens verdwaald, maar hebben de mogelijkheid om met ons bewustzijn terug te keren in de eenheid.
Zingevingsziekten. We zouden ziekte o.a. moeten zien als signaal van niet voldoende aandacht voor diepere spirituele en psychofysiologische processen; als zingevingsproblemen, die zelfs zijn doorgedrongen tot onze cellen. De reguliere zorg meent dat ziekte moet worden bestreden, uitgeroeid, of onderdrukt in plaats van gebruikt te worden om de onderliggend onevenwichtigheden te onderzoeken en op te heffen. De medische gevestigde orde bevordert de verspreiding van zingevingsziekten door die dieper oorzaken volledig te verwaarlozen, of erger nog, te ontkennen en te onderdrukken. Ze medicaliseert elke ziekte ten behoeve van het in stand houden van achterhaalde waanbeelden (en de superwinsten van de farmacie).
Het zoeken naar zingeving is de belangrijkste drijvende kracht van de mens. Nu het leven van steeds meer mensen niet meer is ingesnoerd in vaste patronen, leefgemeenschappen, tradities en godsdiensten, zijn EQ en IQ alleen niet meer voldoende. Zingeving is nú meer dan ooit uniek en specifiek, omdat ze uitsluitend nog door ieder zélf kan en moet worden gerealiseerd; alleen dan krijgt ze echt betekenis voor het individu. Omdat we zinblind zijn geworden, is SQ nu noodzakelijk om zelf die zin te vinden. We zullen ons persoonlijk verantwoordelijk moeten gaan voelen voor een zingeving, die we in de samenleving niet meer zo maar zullen vinden. Vervolgens is het belangrijk voor die hervonden verbinding, voor je zijn te gaan staan. Daarom moet het Afrikaanse ‘Ubuntu’ (Ik ben, omdat wij zijn.), tevens worden omgekeerd: “Wij zijn, omdat Ik ben”.
